*

 

Vergeet O'Hanlon en lees Cees Gloudemans

JOOP VAN DEN BERG − 30/01/98, 00:00

recensie Ruim tien jaar geleden verscheen 'Naar het hart van Borneo' van de Engelse schrijver Redmon O'Hanlon. De aandacht voor het boek en de schrijver was destijds zo ongekend groot en zo overwegend positief dat je je in gemoede afvroeg of er ooit nog een Nederlander een boek zou durven schrijven over een ontdekkingsreis naar Midden-Borneo.

Gelukkig gebeurde dat wel. De Volkskrant-journalist Cees Gloudemans publiceerde onlangs 'Dwars door Borneo'. De aanleiding was een pak vergeelde papieren uit het archief van een oom van Gloudemans, de missionaris Martin Gloudemans, die in 1929 door zijn congregatie naar de binnenlanden van Borneo werd gestuurd met het doel “de Sacramenten te brengen aan de in de diaspora levende roomschen, die zeer zelden een pastoor zien”.

Maar Toean Glou, zoals hij al snel werd genoemd, was een heel bijzonder mens, die veel meer wilde dan zijn opdracht luidde. Vooral de inheemse bevolking interesseerde hem. Bekend is bijvoorbeeld dat hij de bevolking eens waarschuwde dat belastinginspecteurs in aantocht waren. Hij was een ontdekkingsreiziger in de ware zin van het woord en deed van de vier maandenlange reizen dwars door Midden-Borneo uitvoerig verslag met een schat aan etnologische gegevens, en wel zo goed dat het bekende 'Soerabajaasch Handelsblad' zijn reisverslagen maar al te graag afdrukte en dat zonder een woord in de kopij te wijzigen.

Zijn neef, Cees Gloudemans, weet in 1991 na het lezen van het dikke pak vergeelde papieren maar één ding; hij moest en zou het spoor van zijn heeroom volgen, en hij deed dat zeer goed voorbereid en weloverwogen. Het voortdurend teruggrijpen op de verslagen van zo'n zeventig jaar geleden bood de schrijver dan ook de gelegenheid om dieper in te gaan op de eigen historie van dit op twee na grootste eiland ter wereld.

Als door bepaalde hiaten in het archief van pastoor Gloudemans er geen vergelijkingsmateriaal voorhanden is, neemt hij als leidraad de verhalen van andere bekende Borneo-deskundigen, zoals Nieuwenhuis, Tillema of Helbig. Zoiets vereist natuurlijk een diepgaand bronnenonderzoek naar wat er over Borneo is gepubliceerd. En dat is te merken want het is veel meer dan een spannend 'reis'boek geworden. Het biedt zeer veel informatie over het leven van de Dajaks, maar is ook op veel punten buitengewoon actueel met visies op de veel voorkomende bosbranden, de natuurreservaten en de aantasting van het regenwoud. En dat alles mooi maar vooral onopgesmukt geschreven, zonder de nadruk op de ontberingen.

Bij Redmon O'Hanlon worden de gevaren altijd breed uitgemeten - bloedzuigers, gifslangen en muskieten voeren bij hem de boventoon - maar als Gloudemans bijvoorbeeld in een prauw met buitenboordmotor zeven uur lang de meest gevaarlijke stroomversnellingen weet te trotseren schrijft hij: “Echt bang waren we niet geweest. De opwinding won het van de angst.”

Die milde opwinding bij alles wat hij ziet en hoort geeft het boek zo'n prikkelend effect, en dan blijkt dat de neef over net zo'n bijzondere opmerkingsgave beschikt als zijn oom zaliger. Voor iedereen die in Indonesië is geïnteresseerd, of die een reis naar Borneo-Kalimantan wil gaan maken, zou ik willen zeggen; vergeet Redmon O'Hanlon maar even en lees vooral Cees Gloudemans.

mailIcon print |