recensie Daar reed Dries van Agt door de straten van het bergstadje Aizu-Wakamatzu. Zijn Europese vrinden in Brussel zouden hun ambassadeur in Japan niet herkennen; evenmin de onderdanen die ooit zuchtten onder zijn premierschap. Wat deed hij daar in een stoet met monniken en geisha's? ,,Ik was een Frans kolonel, uitgedost met enkele napoleontische kledingsstukken en lijfgoed van een hoge samoerai. Zo reed ik op mijn ros door de straten van Aizu-Wakamatzu.''
Het is één van de wonderbaarlijke vertellingen van de minister-president die een hekel aan politiek leek te hebben. Vandaar dat er in zijn ijdel boekske, zoals Van Agt bij de presentatie van 'Kraanvogels' zijn bundel neerzette, niets Binnenhoofs te vinden is. Het is een verzameling curieuze anecdotes, opgetekend in het archaïsche taalgebruik dat hem altijd heeft gekenmerkt. Op zijn karakteristieke wijze schreed Van Agt gisteren tussen zijn - waarde makkers - door, Harry Mulisch Majesteit noemend, zichzelf betitelend als een vreemde snaak.
De 69-jarige debutant in de auteurswereld verhaalt over een bijna onwerkelijke wereld waarin hij op zijn reizen verzeild raakt. Zo slaapt de ambassadeur te Japan in een capsule-hotel. ,,Logeren in een capsule-hotel is als te ruste gaan in de catacomben''. In zijn sacrofaag ligt hij tussen doodvermoeide ronkende en rochelende Japanners. Niet alleen hardwerkende burgers, die de trein gemist hebben, ook straalbezopen mannen. Van Agt weet waarom Japanners zo vaak dronken zijn. Dat heeft te maken met de zware druk die op hen gelegd wordt. En, ,,bij Aziaten wordt een ander enzymenpatroon aangetroffen, dat hen kwestbaarder maakt voor alcohol.''
In 'Kraanvogels' is de hoofdmoot gereserveerd voor het Land van de reizende zon. Maar de reislustige Van Agt maakt lichtvoetige uitstapjes naar Oeganda, waar hij als een Kuifje een verre neef bezoekt die daar missionaris is. Ook beschrijft hij met verve de janboel in een Moskous hotel. Met veel tierlantijnen penseelt hij de fiere dieren van de Afrikaanse savannen en de teloorgang van het aldaar wonend Massai-volk.
De politicus tegen wil en dank, nu in ruste, vroeg zich ten lange leste af waarom hij 'Paradijsvogels' had geschreven. ,,Dat geschrijf, dat heeft ietwat van een belletristische pretentie, die voortkomt uit ijdelheid''. Een ogenblik erna herriep hij zijn stelling: ,,Het was me te doen om samen te werken met mijn zoon Frans, die de tekeningen heeft gemaakt voor zijn moeder en mijn echtgenote Eugenie''.
Daarmee verraste Van Agt zijn gehoor. Eugenie benoemde hij tijdens zijn politieke carrière in het openbaar het liefst als moeders of Eutie, waaruit blijkt dat zelfs een Van Agt niet onveranderlijk is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.