*

 

Maria Sybilla Merian tekende niet voor de wetenschap

LEONOOR KUIJK − 28/08/99, 00:00

recensie Mocht de Duitse kunstenares Maria Sybilla Merian (1647 - 1717) tijdens haar leven al niet klagen over gebrek aan waardering voor haar tekeningen van bloemen en insecten, de belangstelling werd na haar dood alleen nog maar groter. Vooral haar boek 'Verandering der Surinaamsche Insecten' (1705), dat ze samenstelde na een reis door Suriname, is nog steeds populair.

De grote belangstelling voor dat werk doet wel eens uit het oog verliezen dat Merian in Duitsland, voor ze om persoonlijke redenen naar Nederland kwam, nog twee andere prachtige werken uitgaf. Een van die werken, 'Der Raupen wunderbare Verwandlung und sonderbare Blumennahrung', bevat tekeningen van rupsen en vlinders en van de planten waarvan rupsen plachten te eten. Het andere, 'Neues Blumenbuch', bevat uitsluitend tekeningen van bloemen. Van dat laatste is nu een nieuwe facsimile-uitgave gemaakt.

Het boek bestond aanvankelijk uit drie uitgaven van elk twaalf prenten. De eerste twee kwamen als losse tekeningen uit in 1675 en 1677. Toen in 1680 het derde deel uitkwam, bundelde de uitgever alle delen tot een boek dat de titel 'Neues Blumenbuch' kreeg. Het feit dat de platen aanvankelijk los zaten, geeft al aan dat ze niet alleen bedoeld waren om te bekijken. Merian stelt in haar voorwoord voor de bloemen na te tekenen of te borduren 'in de damesvertrekken'.

Voor vrouwen was het destijds ongebruikelijk zich als kunstenaar te manifesteren, en het schilderen met olieverf was voor vrouwen al helemaal niet weggelegd, maar tekenen mocht wel. Merian probeerde zich niet tegen de mores van de tijd te verzetten, maar probeerde binnen de mogelijkheden die er voor vrouwen waren de grenzen op te rekken. Ze gaf in haar woonplaats Neurenberg teken- en borduurlessen aan dames uit gegoede families en mede voor deze leerlingen maakte Merian het voorbeeldboek.

De overdrukken van de bloemen in de facsimile-uitgave zijn prachtig en ook de papierkeuze is uitstekend: dik en glanzend. Maar wat een misser van de uitgever om naast de perkamentkleurige pagina's waarop Merians tekeningen staan steeds een hagelwitte pagina te leggen met in drie talen (Engels, Duits en Latijn) de naam van de afgebeelde bloemen. Ik denk dat deze facsimile-uitgave mooier en authentieker was geworden als de uitgever dichter bij de oorspronkelijke uitgave was gebleven.

In dat geval had hij, precies zoals Merian dat deed, de tekeningen zonder toelichting moeten brengen en een aparte lijst moeten bijvoegen met de bloemennamen. Merian gaf de bloemennamen overigens maar in één taal, het Duits, en liet zelfs een Latijnse benaming achterwege. Ze had immers geen wetenschappelijke ambities met dit voorbeeldboek, zoals ze dat later wel zou hebben met haar rupsenboek en de tekeningen van de Surinaamse natuur.

Een ander voorbeeld van te ver doorgevoerde wetenschappelijkheid is de onleesbare epiloog. Auteur Thomas Bürger heeft daar in dertien pagina's Maria Sybilla Merians leven willen schetsen, haar in de tijd willen plaatsen, willen aangeven door wie ze zich liet beïnvloeden en hoe zij op haar beurt anderen beïnvloedde. Alleen iemand die goed is ingevoerd in de tijd waarin Merian leefde, zal hieruit wijs worden, want in kort bestek passeren tientallen familieleden, religieuze stromingen, drukkers, uitgevers en kunstenaars uit heel Europa, de geschiedenis van de West-Indische Compagnie en nog veel meer de revue. Dat alles zonder dat er enige structuur in de tekst zit, terwijl de auteur tegelijkertijd wel op vele fouten te betrappen valt, onder meer bij jaartallen of de vertaling van titels.

Gelukkig kunnen Merians tekeningen zonder zulke prietpraat. Koop het boek dus als u van Merian houdt, of geïnteresseerd bent in afbeeldingen van bloemen en planten, al dan niet uit het einde van de zeventiende eeuw. Concentreer u op de rechterpagina's, waar Merians prenten staan, en probeer de witte vlakken die u in uw linkerooghoek ontwaart te negeren. Dan is dit een prachtige uitgave.

mailIcon print |