*

 

De vrouw van de dichter: een talent in dienst van een weerbarstig genie

TON CRIJNEN − 03/01/97, 00:00

recensie Ann Thwaite: Emily Tennyson, The Poet's Wife. Faber and Faber, London (imp. Nilsson & Lamm); geb., 716 blz. - ¿ 75,50.

Emily Tennyson-Sellwood (1813-'96) mag dan geheel in de schaduw van haar echtgenoot hebben geleefd, de invloed die ze op zijn leven en werk uitoefende, was ingrijpend. Zonder haar zou Tennyson (1809-'92) waarschijnlijk de noodlottige weg zijn opgegaan van zijn alcoholisch-epileptische vader of zijn levenslang aan de opium verslaafde broer Charles, ongelukkig getrouwd met Emily's zuster Louisa. Om maar te zwijgen van een andere broer, Edward, die krankzinnig werd.

Overigens kende Emily's invloed duidelijke grenzen. Ook al lukte het haar om de scherpste kantjes van zijn karakter wat bij te vijlen, toch bleef Tennyson een moeilijke, complexe persoonlijkheid: egocentrisch en liefdevol, depressief en exuberant, twistziek en teder, imposant en kinderachtig, zelfverzekerd en twijfelachtig. Een hypochonder die geen acht sloeg op lichaamshygiëne, slordig in de kleren stak, een obsceen gevoel voor humor bezat en zich ongewenste intimiteiten permitteerde.

Vrijwel elke andere vrouw zou na korte tijd gillend gek zijn weggelopen, maar Emily hield het met Alfred 42 jaar uit en vereerde hem na zijn dood bijna nog meer dan bij z'n leven. Ze was zijn inspirator en privé-secretaris, zijn trouble-shooter en business-manager, gastvrouw en echtgenote, moeder en minnares. Ze trotseerde z'n buien, kneep een oogje dicht als hij bezopen de gasten op hun landgoed Farringford (eiland Wight) beledigde en verzon telkens nieuwe afleidingen wanneer hij zich verveelde.

Vrienden noemden haar 'een engel' en 'de zus van Florence Nightingale'. Frêle, klein en met een zwakke gezondheid - de laatste twintig jaar van haar leven bracht ze liggend op een sofa door - verzette ze een hoeveelheid werk waarvan alleen al de opsomming vermoeit. En dat alles met een vriendelijkheid, zachtmoedigheid en zelfopoffering die moderne feministen het schuim op de lippen brengt.

Emily identificeerde zich volledig met het leven en werk van haar echtgenoot, die haar daarvoor - dat moet gezegd - op handen droeg. Althans verbaal en binnen de grenzen die zijn rusteloze en egoïstische natuur hem toestond. Het veelvuldig gebruik van de pluralis majestatis door zijn vrouw lijkt kenmerkend voor de manier waarop Emily de relatie tot haar echtgenoot zag en wenste te beleven. Het dienen van dit genie - Tennyson werd al in zijn dagen de grootste Engelstalige dichter van de negentiende eeuw genoemd; zijn dichtbundels haalden forse oplagen en het publiek kwam in drommen opzetten om hem te zien - zag ze tot aan zijn dood als haar diepste levensvervulling.

In dit opzicht lijkt de rol die Emily in het leven van Tennyson speelde, op die van Cosima Liszt in dat van Wagner. Al heeft Emily daarvoor niet haastig andermans relatie opgeofferd. Integendeel, het duurde tien jaar tot haar vader, een welgesteld advocaat, toestemming gaf voor een huwelijk met de veelbelovende, maar onbemiddelde dichter, die ook nog uit een zwaar neurotische familie kwam.

Emily was toen 36, een cultureel zeer onderlegde vrouw die gewoon was op literair, politiek en godsdienstig gebied er openlijk een eigen mening op na te houden. Iets wat in het Engeland van haar tijd uitzonderlijk was. En al maakte zij na het huwelijk met Alfred Tennyson ('Ally') haar eigen belangen en wensen totaal ondergeschikt aan de zijne, dat wil niet zeggen dat zij daarmee, zoals sommigen beweren, haar kritisch onderscheidingsvermogen inleverde. Haar vele suggesties voor verbeteringen in zijn werk getuigen van het tegendeel.

Overigens zou Emily Sellwood ook zonder Tennyson tot een markante persoonlijkheid zijn uitgegroeid. Ze bezat een helder verstand, had grote literaire interesse (ze las naast Engels ook vlot Frans, Duits en Italiaans), was muzikaal (ze speelde zeer behoorlijk piano), volgde de natuurkundige ontwikkelingen van haar tijd op de voet en stond ook theologisch haar 'mannetje'.

Wat dit laatste betreft is het opvallend dat haar onmiskenbare vroomheid haar niet belette hechte vriendschappen aan te gaan met notoire vrijdenkers. Ook het feit dat zij homo's onder haar intimi telde, onderscheidde haar van vele anderen.

Ze ontwikkelde een grote belangstelling voor de politiek. Tijdens discussies met huisvriend Gladstone kritiseerde ze het binnenlandse beleid van de liberale premier, dat in haar ogen te weinig sociaal was (voor het eigen personeel regelde zij een oude-dagsvoorziening die de overheid de Britse arbeidersbevolking onthield). Emily steunde openlijk het nationalisme in Polen en Italië, en sprak zich uit voor een EG avant la lettre. Dit alles met het verbale elan en de brille van de geboren causeur.

Vandaar dat het merkwaardig is dat ze zich zo volledig in dienst heeft gesteld van het poëtische genie van haar man. Zozeer dat ze na zijn dood, met hulp van haar oudste zoon, Hallam, zorgvuldig alle sporen uitwiste die de mythe rond Tennyson, in 1850 verheven tot de officiële rang van nationaal dichter (Poet Laureate), zouden kunnen verstoren.

Ook in dit opzicht lijkt ze op haar tijdgenote Cosima Wagner: net als zij een vrouw met een sterk karakter, die haar echtgenoot eveneens aan zich wist te binden door hem te omringen met een atmosfeer van verfijnde luxe en totale devotie.

Emily lijkt haar Hongaars-Duitse pendant nog in zelfverloochening te hebben overtroffen. Wellicht biedt de uitspraak van de Engelse classicus, theoloog en pedagoog Benjamin Jowett, een van haar beste vrienden, de sleutel tot Emily's bijna monomane altruïsme jegens vader, echtgenoot en (twee) zonen: “Ze bezit amper genoeg eigenliefde om zichzelf in leven te houden”. Een indirect gevolg van de vroege dood (Emily was drie) van haar moeder en het jarenlange juk van een sadistische tante? Thwaite stelt dit soort vragen niet, laat staan dat ze die in haar vuistdikke boek tracht te beantwoorden.

Het lijkt kenmerkend voor de hele biografie. Als er al negatieve conclusies in voorkomen, dan zitten ze verpakt in uitspraken van anderen. Zo worden Emily's schaduwzijden slechts terloops aangestipt, waardoor het boek te vaak op de rand van de hagiografie balanceert. Dat leidt tot irritaties. Hetzelfde geldt voor de stortvloed aan namen en feiten die over de argeloze lezer wordt uitgestort.

Deze kritiek ten spijt vormt Ann Thwaite's biografie boeiende lectuur. Ze biedt treffende inkijkjes in het Victoriaanse Engeland en geeft de mensen die er leefden, vlees aan de botten. Een boeiend tableau dat beurtelings heel ver weg en opvallend dichtbij lijkt. En passant passeert ook het hele oeuvre van Tennyson de revue.

De levendig geschreven tekst wordt ondersteund door een zorgvuldige selectie van foto's, tekeningen en kopieën van brieven. Met name aan die illustratieve vormgeving kunnen veel Nederlandse uitgevers een voorbeeld nemen.

mailIcon print |