recensie Als in de jaren vijftig paus Pius XII met kerstmis de zegen 'Urbi et orbi' gaf, knielde heel het roomse huisgezin voor het radiotoestel. Van het ascetische gelaat - meer en meer getekend door ouderdom en al dan niet ingebeelde kwalen - zag je geen close-up. En dat was maar goed ook. Onzichtbaar, vanuit de verte kon Pius het imago van serene heiligheid tot zijn laatste hik hooghouden, om niet te zeggen cultiveren.
Paus Johannes Paulus II heeft deze laatste twintig jaar ten volle de zegeningen van de televisie genoten en uitgebuit. Maar nu in zijn nadagen ondervindt hij ook haar onbarmhartigheid. De cameralieden valt niets te verwijten: nergens zoomen ze in op de bevende linkerhand. Maar toch - ze zetten het beeld niet op zwart. Bij de zegen 'Urbi et orbi' afgelopen kerstmis zal menigeen vergeten zijn om voor het scherm devoot neer te zijgen, maar eerder met meewarige of klinische blik hebben toegekeken en de diagnose van de leek gesteld: die maakt het niet lang meer. En hoe is het de menigte in Cuba te moede geweest, toen die oude vriend van Castro, naar ze hoorden, zich moeizaam articulerend door de toespraken worstelde.
Nog 700 dagen tot het jaar 2000. Te weinig misschien voor de magiërs die de computer-perikelen moeten oplossen. Teveel wellicht voor de paus, wiens bewind evenzeer maar dan anders is bevangen door de millennium-rage. Hij wil alles doen en alles verduren om zijn kerk, ja de hele christenheid, de ganse creatuur bij het overschrijden van die drempel aan te voeren. Een getallen-fetisjist met de duizendjarenkoorts, een chiliastische obsessie?
Niet iedereen is even gelukkig met de wereldwijde ambities van de paus voor het jaar 2000. Joden en moslims moeten van hem meedoen, liefst op de berg Sinai, maar wat hebben zij met het jaar 2000? Voor het internationale gemak houden zij zich wel aan de 'gewone jaartelling', maar de 2000ste geboortedag van Jezus Christus is voor hen geen reden tot religieuze extravaganza.
Kerk en christendom op de drempel van het jaar 2000, lezing prof. E. Henau. 10/2 20u, Goede Herderkerk, Sint Oedenrode, 0413-477741.
In zijn brief Tertio millennio adveniente (1994) heeft de paus zijn visie op de aanstaande eeuwwisseling uiteengezet. Die is niet een zoveelste variant van een duizendjarig rijk - onder pauselijke leiding. Maar ze houdt wel een afrekening in met de duizend jaren achter ons, met hun oorlogen, ideologieën, schendingen van de menselijke waardigheid, hun 'cultuur van de dood', in de gedaante van kruistochten, inquisitie, abortus en anderszins.
Zal de 77-jarige kerkleider het halen of zal hij als Mozes stranden op zijn 'Nebo' van het jaar '98 of '99? Let wel: 77 is niks, bijna alle pausen van de laatste tweehonderd jaar hielden het tot over hun tachtigste uit.
Hij blijft de wereld intrigeren, deze persoon met zijn vreemde ambt, deze laatste absolute monarchie in Europa, die vitaler en invloedrijker is dan 200 jaar geleden en ouder dan alle regeringsvormen in dit werelddeel. Het wekt verbazing, want duizend jaar geleden gaf een fatsoenlijk mens geen cent meer voor de marionetten die toen in Rome namens koningen en keizers de hoofdrol speelden in de kerkelijke poppenkast. Maar de koningen en keizers verdwenen, het instituut-paus bleef. En ondanks alle kritiek op entourage, structuur en werking van de BV RKK te Rome en haar filialen in alle uithoeken van de wereld, is haar aanpassingsvermogen aan het wisselende tijdsgewricht groter geweest dan dat van enig andere monarchie. Of je het reëel bestaande Vaticaan nu een warm hart toedraagt of niet, de centrale machinerie werkt in 1998 bepaald niet slechter of roestiger dan die van tien, vijf of één eeuw geleden. Best frustrerend trouwens voor vernieuwers, die vurig bidden dat deze zwerfkei uit het Romeinse rijk en de middeleeuwen aan verkalking eindelijk implodeert.
Het ziet er niet naar uit. En het mysterie daarvan reikt verder dan de dooddoener van de 'poorten der hel' uit Matteüs 16. Komt daar misschien ook die stroom boeken vandaan? Een greep uit 1997: drie prachtig geïllustreerde werken over de geschiedenis der pausen, plus een over alleen de pausen van deze eeuw en nog een biografie over de huidige paus. De laatste kreeg de overduidelijke titel mee Man of the century. Wie zich de afgelopen jaren ook al door 'Johannes Paulus II - de biografie' van Tad Szulc (ruim 500 pp) uit '95 en het haast even dikke 'Zijne Heiligheid' van Bernstein en Politti uit '96 worstelde kan nu beginnen aan Jonathan Kwitny's 'Man of the Century' - 750 pagina's.
De laatste is in zekere zin een antwoord op het met veel publiciteit omgeven werk van Bernstein (Watergate) en Politti. Beide boeken leggen de nadruk op de beslissende rol van JP2 in de ondergang van het communisme. Bernstein ziet daar een samenzwering van CIA en Vaticaan in, maar Kwitny weet beter. De paus heeft van huis uit een even grote hekel aan het westen als aan het oosten en zijn wantrouwen jegens de CIA is te groot om er gemene zaak mee te maken. Kwitny gaat ver terug in de Poolse geschiedenis, waar Karol Wojtyla al van jongsaf en voorgoed van heeft geleerd dat de grootmachten - Engelsen, Amerikanen, Russen en Duitsers - geen van alle willen deugen. Hij schetst uitvoerig de jonge jaren van Wojtyla, diens studie in oorlogstijd en bezetting onder Nazi's en Sovjets. Het beeld rijst op van een veelzijdig getalenteerde binnenvetter, die na de vroege dood van zijn moeder op zoek ging naar een moeder die nooit zou sterven en hij vond haar, in Czestochowa, het beroemde Poolse Maria-oord.
Biografen kunnen aan de feiten van openbare personen weinig veranderen. Zo beschrijft elk boek over de huidige paus wel over die eerste dag, in oktober 1978, toen over het Pietersplein galmde dat er een nieuwe paus was: “...cardinalem Woidiewah...” En de ontreddering onder de duizenden: kardinaal wie? Een Chinees?
Maar elke biograaf heeft ook eigen bronnen. Zo vertelt Kwitny van een aanvaring tussen Wojtyla en de 'rode' bisschop van Recife (Brazilië), de charismatische Helder Camara, in 1964. Deze was zo sociaal bewogen dat hij cursussen marxisme bepleitte voor alle katholieke leraren. Wojtyla stond op, bitste dat de communisten de Polen als beesten behandelden en snoerde de profeet van de Braziliaanse favelas de mond. Bij diens aftreden bruuskeerde de inmiddels paus geworden Wojtyla de warme volksbisschop door hem een allerrechtlijnigste, kille bureaucraat als opvolger te sturen. En tegelijk Helder Camara als 'vriend van de armen' te prijzen en te omhelzen.
Kwitny's boek is al de 'ultieme biografie' genoemd, die in elk geval Bernstein/Politti naar de ramsj verbant; voor de postume editie zou één aanvullend hoofdstuk genoeg zijn. Maar voor zulke lof is dit eenmanswerk toch te slordig (“De Belgische kardinaal Alfrink”) en zijn Kwitny's bronnen en zegslieden vaak te duister.
Van de drie platenboeken is Saints & Sinners - a History of the Popes van Eamon Duffy beslist het meest interessant. De titel zegt het al: de auteur wil de ups en downs van deze geschiedenis gelijkelijk recht doen en dat geeft boeiende lectuur. Nooit geweten dat de grote Leo XIII, de man van de eerste sociale encycliek, in zijn 25-jarige ambtsperiode niet één woord tegen zijn koetsier heeft gezegd. Bij nader inzien is de titel overdreven, want de meesten waren bij nader toezien niet zo bijzonder heilig of zondaar.
Chronicle of the Popes is een beknopte pausenkroniek, zonder de pretentie, details en diepgang van Duffy, een naslagwerk, maar met veel te weinig om na te slaan: een overbodige uitgave.
Bij The Papacy gaat het vooral om de illustraties; de opstellen van diverse auteurs proberen de ontwikkeling van twintig eeuwen pausschap te schetsen, maar het blijft erg aan de oppervlakte. Samensteller Paul Johnson heeft al eens een boek over de huidige paus geschreven en hij is met de jaren diens opvattingen meer gaan overnemen.
In zijn The Quest for God ('96) getuigt Johnson van zijn hartelijke instemming met alwat de paus in geloof en zeden leert, met overigens één opvallende uitzondering. De paus heeft hem niet kunnen overtuigen over de vrouwelijke priester - zij komt er toch, gelooft Johnson. Maar in zijn 'Papacy' waagt hij zich niet aan de voorspelling of de 21ste eeuw misschien zelfs de eerste vrouwelijke paus zal zien.
De paus is vorige maand in Cuba geweest, een meerdaags bezoek dat zijn dokter hem nauwelijks kan hebben aangeraden. Maar hij moest en zou naar dit katholieke restbolwerk van het communisme. Een spectaculaire daad van een man die bijna op is, misschien in het besef als van een wankelende Simson, die in zijn nadagen met zijn laatste kracht de genadeklap uitdeelde aan de Filistijnen. Of is de formule uitgewerkt en was Castro toch de Delilah die het slim heeft aangepakt tot eigen gewin?
Het jaar 2000 en het einde van het huidige pontificaat zullen hoe dan ook wel enigszins samenvallen. Reden genoeg voor nog veel meer publicaties over de huidige paus, zijn opvolger en de toekomst van het 'Petrusambt'; ook dit jaar zullen daar weer diverse boeken over verschijnen. Als paus moeten ze nooit een softie kiezen, maar de vraag is of de volgende eeuw de invulling toch anders kan - barmhartiger, ruimer, toegankelijker - dan door de monomane autocraten op de stoel van Petrus in deze eeuw - Johannes Paulus niet het minst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.