recensie De Brit Andy Goldsworthy (1956) hoort tot de kunstenaars wier inspiratiebron uitsluitend in de natuur ligt. Hij reproduceert haar niet, maar trekt er zijn sporen in wat vervolgens tot een herschepping leidt.
Die komt eerst tot stand aan de hand van natuur-lijke materialen die al dan niet worden geconserveerd en vervolgens vastgelegd in foto's. Om die laatste categorie gaat het in een autobiografie-in-beelden die een indringend overzicht van Goldsworthy's ontwikkeling sinds de jaren '70 geeft.
Goldsworthy herschept de natuur. Hij stapelt stenen op in eenvoudige geometrische vormen, vriest ijs in simpele ritmes aan elkaar, onderzoekt sneeuw op haar lichtdoorlatende eigenschappen, trekt voren door rode klei of kalligrafeert heel Japans met irisbladeren die veldjes met lijsterbessen bij elkaar houden. De sculpturale kunst van Goldsworthy (want hij werkt nu eenmaal driedimensionaal) is tegelijkertijd een tekentaal: vormen ontstaan vaak in het platte vlak, lijken gefotografeerd ook vaak plat.
Voor Goldsworthy is elk seizoen even belangrijk en hij maakt er dan ook dankbaar gebruik van. Als bij ready mades zo vaak het geval is, wordt hem de schoonheid van het materiaal bij handenvol in de schoot geworpen. Een spoor door de sneeuw getrokken, kan ook op droge, hete grond worden toegepast, is dan even beeldend. De herfst levert schitterende bladpracht die pas met een heldere zon tot leven komt. Als bij zovele landart-kunstenaars kunnen de ingrepen bij Goldsworthy reusachtige vormen aannemen (een meanderende 'slang' langs een spoorlijn over honderden meters is niets ongewoons), maar meestal gaat het toch om kleinere ingrepen. Ze zijn wel altijd romantisch getint en dat zal er de reden van zijn dat Goldsworthy in Nederland enigszins verdacht wordt bevonden. Romantiek grenst immers dicht aan sentimentaliteit en dat betekent automatisch een verkeerd soort kunst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.