recensie Walter Benjamin: Eenrichtingstraat. Vert. Paul Koopman. Historische Uitgeverij, Groningen; 115 blz. - ¿ 40.
Op 'Einbahnstrasse' van de filosoof Walter Benjamin, want daar gaat het over, is moeilijk greep te krijgen. Het bestaat uit een groot aantal stukjes van uiteenlopende aard: aforismen, observaties, beschrijvingen van dromen, essaytjes, adviezen voor het schrijven. Benjamin zelf merkt in een brief op dat zijn boek een poging is “de actualiteit van het eeuwige in de geschiedenis te begrijpen en van deze verdekte kant van de medaille de afdruk te nemen”, maar dat bracht mij bij het lezen niet veel verder. Raadsels blijven er ook voor Michel van Nieuwstadt, wiens uitvoerige nawoord niettemin menige passage verheldert door haar in de context van Benjamin's leven en wijsgerig oeuvre te plaatsen.
Toch is er ook voor niet-benjaminianen in 'Einbahnstrasse' veel te ontdekken. Er staan mooie stukjes in over de kindertijd, beschrijvingen die een nieuwe kijk geven op alledaagse dingen (“Postzegels zijn de visitekaartjes die grote staten in de kinderkamer afgeven”), uitspraken die Benjamins sympathie voor het marxisme verraden (“God voedt alle mensen, voor hun ondervoeding zorgt de staat”) en tot nadenken stemmende spreuken (“Gelukkig zijn wil zeggen zichzelf gewaar kunnen worden zonder te schrikken”).
De kopjes waaronder de stukken zijn gerangschikt, zijn ontleend aan borden of winkelopschriften die men op straat tegenkomt. Hetzelfde geldt voor de titel van het boek, die letterlijk is vertaald met het niet-bestaande woord 'Eenrichting-
straat' - verkeersborden met een dergelijk opschrift kennen wij hier nu eenmaal niet. Misschien ligt 'Eenrichtingsverkeer' dan toch iets meer voor de hand. Het boek is overigens met grote zorg vertaald, en uitgegeven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.