recensie Op een nacht vond ze haar dochter Nicole in de keuken van haar flat, op handen en knieën, etend uit een bak hondenvoer. “Ik heb sindsdien veel anorexia-patiënten behandeld die zichzelf zo minderwaardig voelen, zo onmenselijk, dat ze dit soort gedrag vertonen. Meisjes die niet in een bed willen slapen, maar op de grond gaan ligen zonder kussen of deken. Omdat ze vinden dat ze niets meer zijn dan een dier.”
De Canadese Peggy Claude-Pierre mag een deskundige worden genoemd op het gebied van eetstoornissen. Haar twee dochters kregen vlak na elkaar anorexia. Toen de oudste, Kirsten, drie maanden genezen was, begon de lijdensweg opnieuw met haar jongste dochter. “De tweede periode was nog zwaarder, Nicole was beslist de lastigste patiënt.” Er brak een tijd aan waarin ze soms nauwelijks durfde te slapen, omdat ze bang was dat haar dochter zelfmoord zou plegen. Met een oneindig geduld wist ze ook haar jongste dochter weer aan het eten te krijgen. Gedurende de tweeëneenhalf jaar dat ze haar dochters intensief begeleidde, leerde ze de oorzaken van de ziekte kennen. Gewapend met die kennis en een studie psychologie - ze sleepte haar kinderen mee naar college om ze in de gaten te kunnen houden - opende ze een kliniek voor eetverslaafden, het Montreux Counseling Centre.
Dat alles is nu zo'n tien, vijftien jaar geleden. Claude-Pierre is sindsdien uitgegroeid tot een vrouw met een missie. Ze verscheen een aantal malen in de talkshow van Oprah Winfrey (volgens Claude-Pierre is de Amerikaanse presentatrice overigens iets te veel geobsedeerd door gewicht en diëten), ze reist de wereld rond om uit eigen ervaring te vertellen over eetstoornissen, over wat volgens haar de oorzaken zijn. Maar haar belangrijkste boodschap is wel dat de ziekte te genezen is. Toen ze haar dochters van de ene therapeut naar de volgende arts sleepte, kreeg ze vaak te horen dat ze de hoop maar moest opgeven, dat anorexia een ziekte was waar je op z'n best mee kan leren leven, maar waar je meestal aan sterft.
De successen die ze in haar kliniek boekt, bewijzen het tegendeel. Ze krijgt vaak de zwaarste gevallen, uit de hele wereld, en weet ze te genezen. “Oprah riep dat elke patiënt bij mij geneest. Dat had ze niet zo mogen zeggen, ik claim niet dat ik onfeilbaar ben of de enige goede methode heb. Maar ik heb een methode gevonden die werkt en ik hou het er op dat negentig procent van mijn patiënten volledig geneest. Ik weet dat het er meer zijn, maar zo kan niemand me ergens op aanvallen.” De medische wereld is inmiddels overtuigd van haar visie, ze wordt overal gevraagd om lezingen te houden en geeft cursussen aan artsen.
“Anorexia is een onbewuste vorm van zelfmoord”, zegt ze. “Het heeft volgens mij niets te maken met een modebeeld, met het volgen van diëten. Patiënten hebben niet een negatief zelfbeeld, ze hebben géén zelfbeeld. Ze zijn heel dienstbaar, willen alles voor anderen doen nog voor het ze gevraagd is. En ondertussen vinden ze zichzelf zo slecht, dat ze niets goeds verdienen. Ze ontwikkelen zich intellectueel wel, maar emotioneel blijven ze steken. Ik had een patiënt, een vrouw van in de zestig, die haar hele leven voor haar man en kinderen had gezorgd. Toen haar kinderen de deur uit waren en haar man overleed, had ze niemand meer om voor te zorgen. Ze had het gevoel dat ze zelf niemand was en kreeg anorexia.”
Claude-Pierre rekent in één keer af met vooroordelen over anorexia. “De patiënten zijn niet extreem ijdel, het tegendeel zou ik eerder zeggen. En het is ook niet zo dat alleen tienermeisjes de ziekte krijgen. Het is nog steeds de grootste groep, maar ik krijg steeds vaker jongens en oudere mensen.”
Ook met het vooroordeel dat de ouders verantwoordelijk zijn voor eetstoornissen is ze snel klaar. Aanvankelijk vroeg ze zich wel af wat ze verkeerd had gedaan: ze had een scheiding achter de rug en liet haar dochters tijdelijk bij haar ouders wonen, omdat ze wilde studeren. “Maar Kirsten en Nicole hebben me ervan overtuigd dat het niet mijn schuld was. Ik voel me ook niet schuldig. Ik weet wel dat de anorexia van Kirsten voortkwam uit bezorgdheid over mij en die van Nicole uit bezorgdheid over Kirsten. Dat is typerend voor mensen met een eetstoornis. Het zijn vaak heel gevoelige mensen, die vanaf jonge leeftijd het leed van de hele familie, soms van de hele wereld op zich nemen. En ze geven zichzelf de schuld, als er iets mis gaat.”
Claude-Pierre schreef een boek over haar eigen ervaringen, die van haar dochters en andere patiënten. In het boek staan dagboekfragmenten waaruit blijkt dat anorexia-patiënten lijden aan wat zij 'hypernegativiteit' noemt. Het is een stem in het hoofd van de patiënt die alles alles wat er gebeurt negatief uitlegt en de patiënt keer op keer vertelt wat een onwaardig, zelfzuchtig vet varken ze is dat niet verdient om te eten, om te leven of iets positiefs mee te maken. “Een meisje zei eens tegen mij: 'Ik mag hier niet zijn, jullie zijn te aardig. Dat verdien ik niet'.”
Haar verklaring voor eetstoornissen is simpel. “De maatschappij verwacht van mensen dat ze perfect zijn. Niet alleen qua uiterlijk, ook in hun werk en privéleven. De media richten zich op alles wat er misgaat. Dat de president een affaire heeft gehad - maar zijn daardoor de goede dingen die hij heeft gedaan minder waard? Voor deze gevoelige mensen is die druk te zwaar. Ze worden zo bang om iets fout te doen, dat ze niets meer doen. Ik merk het zelf ook. Mensen twijfelen aan mijn motieven, omdat ik zo vaak op tv kom en zoveel aandacht krijg. Persoonlijk vind ik die belangstelling alleen maar eng. Maar ik wil wel mijn kennis overbrengen. Over mijn behandelingsmethode ben ik niet onzeker.”
Die methode vergt veel energie. “Het zijn heel vermoeiende patiënten”, zegt ze met een glimlach. “Sommigen moet je 24 uur per dag in de gaten houden. Met kleine stappen proberen we de negatieve stem het zwijgen op te leggen. Vooral door de patiënt zelf een dialoog te laten voeren met die stem en zijn vaak grove opmerkingen te weerleggen. Je moet ze benaderen als twee personen. Je niet laten afleiden door de negatieve stem die ze soms verschrikkelijke dingen laat zeggen of doen. Ik hou altijd voor ogen dat er een heel mooi persoon ergens binnenin ze opgesloten zit. Een meisje zei tegen mij: 'Je begrijpt niet hoe ik me voel'. Ik antwoordde haar: 'Schat, ik heb al vierhonderd keer anorexia gehad'. Toen moest ze lachen.”
Op de vraag of het niet makkelijker is zoveel energie op te brengen voor je eigen kind dan voor een vreemde, antwoordt ze: “O nee, bij mijn eigen dochters moest ik me juist als psychologe opstellen. De kans dat ze dood zouden gaan - en die kans was groot - verlamde me volledig. Ouders zijn blij, als ze hun kind bij mij achter kunnen laten.”
Ook al wordt een groot deel van haar tijd opgeslokt door lezingen, interviews en colleges, Claude-Pierre werkt nog steeds een deel van haar tijd met de patiënten. “Dat blijft mijn favoriete bezigheid. Je moet een persoonlijke relatie krijgen met ze, anders krijg je ze er niet uit.” Ook nu ze in Nederland is, houdt ze contact - ze belt iedere dag twee tot drie uur met de patiënten die ze behandelt.
De band die ze heeft met de patiënten, is soms zo sterk, dat ze na hun genezing gaan werken in de kliniek. Een achtste van de staf bestaat uit oud-patiënten. “Zij begrijpen het probleem het beste.” Ook haar dochters werken in 'Montreux'. En haar huidige man is de manager van het centrum. Een familiebedrijf rondom eetstoornissen. “Tja, soms zou ik wel willen dat we het eens achter ons konden laten. Maar zodra er weer een schijnbaar hopeloos geval binnenkomt, weet ik dat ik haar kan genezen. Ik kan een heel stadion vullen met mensen die ten dode opgeschreven waren. Dat geeft heel veel voldoening, maar het voelt ook als een plicht om ermee door te gaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.