recensie E. L. Doctorow: De watervang. Vertaling Sjaak Commandeur. Anthos, Baarn; 238 blz. - ¿ 39,90.
In zijn jongste roman, 'The Waterworks', die onlangs onder de titel 'De watervang' in het Nederlands is verschenen, waart de geest van zijn roemruchte voorganger nadrukkelijk rond. Het boek laat zich lezen als een spookverhaal waarin overleden gewaande personen onder mysterieuze omstandigheden weer opduiken, en een nieuwsgierige journalist in nauwe samenwerking met een Sherlock-Holmes-achtige diender op het spoor komt van een bizar experiment waarvan een geniale maar krankzinnige arts de demonische spil vormt.
In Doctorows in 1984 verschenen bundel 'Het leven der dichters' komt al een verhaal voor dat 'De waterzuivering' heet. Bij herlezing blijkt dit raadselachtige fragment de kern te bevatten van wat nu tot een volwaardige roman is uitgegroeid.
Het is illustratief voor de werkwijze van Doctorow: een droombeeld, nachtmerrie of visioen zet zich vast in zijn verbeelding en gaat een eigen leven leiden. De schrijver diept het uit, ontdekt nieuwe sporen en volgt zijn intuïtie. Van een vooropgezet plan is nooit sprake, want uiteindelijk dicteert het verhaal zichzelf. Door te kiezen voor een verteller die stukje bij beetje de ware proporties ontdekt van de duivelse praktijken waar zijn jonge collega in verzeild is geraakt, weet Doctorow de schoksgewijze ontwikkeling van het verhaal organisch vorm te geven.
'De watervang' speelt zich af in New York in 1871, kort na de burgeroorlog. Daarmee duikt Doctorow dieper in de Amerikaanse geschiedenis dan hij tot nog toe gedaan heeft. In de lyrische bewoordingen van zijn verteller, McIlvaine, een krantenman in hart en nieren, komt het New York van die jaren kleurrijk tot leven: “Ik verzeker je dat New York na de oorlog scheppingskrachtiger, verwoestender en genialer was dan nu. Van onze rotatiepersen rolden vijftien-tot twintigduizend kranten, die op straat werden verkocht voor een paar cent. Reusachtige stoommachines hielden de fabrieken in bedrijf.”
Maar McIlvaine is realist genoeg om ook de schaduwkant van die tomeloze energie te zien: de zwerfkinderen en de voddenrapers, de sociale misère als tegenpool van de oogverblindende rijkdom van een nieuwe elite van nouveaux riches. McIlvaine raakt min of meer tegen wil en dank betrokken bij een raadselachtige verdwijning. Zijn sterjournalist, Martin Pemberton, zoon van een steenrijke zakenman die zijn fortuin gemaakt heeft in de slavenhandel, verdwijnt op zekere dag spoorloos. Het gerucht gaat dat hij beweert zijn vader gezien te hebben in een witte stadskoets. Op zich niet zo merkwaardig, ware het niet dat zijn vader allang officieel dood en begraven is.
Samen met adjudant Edmund Donne, ongeveer de enige niet-corrupte agent van de gemeente-politie, daalt McIlvaine af in de buik van New York. Geleidelijk aan komen ze op het spoor van een duivelse geleerde, dokter Sartorius, die rijke oude mannen in leven probeert te houden ten koste van een aantal van de straat geplukte zwerfkinderen. De watervang, trots symbool van New Yorks ongebreidelde energie en industriële vooruitgang, blijkt uiteindelijk ook de schuilplaats voor Sartorius' geheime experimenten.
Op magistrale wijze weet Doctorow de stijlkenmerken van de thriller en het 19e-eeuwse griezelverhaal naar zijn hand te zetten. Ook McIlvaine's beschrijvingen en commentaar zijn gegoten in stijlvast 19e-eeuws proza, dat dankzij de voortreffelijke vertaling van Sjaak Commandeur de charme van het retorisch taalgebruik volledig tot zijn recht laat komen.
Toch is de roman veel meer dan een verbluffend knappe pastiche op bovengenoemde genres. Met deze roman heeft Doctorow opnieuw een stuk Amerikaanse geschiedenis gereconstrueerd. Geschiedschrijving is voor Doctorow immers per definitie een reconstructie van de verbeelding. Zijn ethische en filosofische overwegingen spelen daarbij een belangrijke rol: “Dit is een verhaal over onzichtbare mannen”, schrijft hij, “Dode mannen of mannen die een onbestemd soort leven leiden . . . over mannen die verscholen zitten, zich hebben gebarricadeerd, in hun zelfgeschapen domein achter de dikke muren van de herenhuizen van New York.”
'De watervang' is daarmee een parabel over machtswellust en corruptie, over het grote graaien en rücksichtlos winstbejag. Hoewel het verhaal zich afspeelt in het laatste kwart van de vorige eeuw, laat het zich moeiteloos projecteren op het New York van nu. Met dit huiveringwekkende relaas toont Edgar Doctorow zich in ieder geval een waardige evenknie van zijn roemruchte naamgenoot.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.