recensie De hondenbaan waarop de titel van Marian de Haans debuut (als ik het wel heb) duidt, is die van schout. In 1377, in de Hollandse havenstad Duynhaeven om precies te zijn. Er is een schepen vermoord en als het boek begint ligt de verdachte op de pijnbank, waar men hem een bekentenis poogt af te dwingen. Hij vloekt, tiert en scheldt wel, maar hij bekent niet. Aangezien hij evenmin ontkent neemt men maar aan dat hij de schuldige is.
Maar dan worden er meer stadsbestuurders vermoord en de twijfel die de eenogige schepen Damyaen Roosvelt al vanaf het begin koesterde, verhardt zich tot zekerheid. De echte moordenaar moet snel gevonden worden, want tussen de twee voornaamste families van de stad broeit een vete en ze staan te trappelen van ongeduld om elkaar de schuld in de schoenen te schuiven en aan de bloedwraak te beginnen.
Het loopt goed af. Dat wil zeggen. . . De meeste schrijfsters van middeleeuwse detectives besparen ons de straffen die de slechtaards moeten ondergaan. Marian de Haan heeft eelt op haar ziel: begint het boek met de pijnbank, het eindigt op het schavot, waar de benen en de botten van de misdadiger met gloeiende tangen en ijzeren staven wordt gebroken. Het is wel eerlijk, maar ik kan er niet goed tegen.
Tussen de twee martelinstrumenten is een vlot verhaal gesitueerd, dat lekker leest maar snel is vergeten, omdat de intrige wel heel simpel is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.