*

 

De zonde staat opeens in het museum

door Bas de Hond − 15/11/03, 00:00

recensie Je bent zonder blikken of blozen al het nodige voorbijgelopen in het Drents Museum. De Venus van Willendorf, een kopie weliswaar, maar daarom niet minder over het hoofd te zien met haar grote borsten en een 'geprononceerde vulva' (zo mag je dat gewoon zeggen in een museum). Je bent bij de Romeinen geweest, die vonden dat het geluk bracht als in je huis een fallus hing (zo moet je dat noemen in een museum) die was uitgedost met vleugels en onderop voor de zekerheid nog maar weer een pik. En belletjes.

Je hebt dat allemaal gemoedelijk bekeken, te midden van wildvreemden. En dan wordt het je toch nog te machtig bij de Boeteboeken van Burchard. ,,Heb jij gedaan wat sommige vrouwen plegen te doen, namelijk een of ander werktuig of apparaat gemaakt dat op een mannelijk lid lijkt, naar de maat van je verlangen, en heb je dit met banden vastgemaakt op de plaats van je schaamdelen of bij een ander en heb je ontucht gepleegd met andere vrouwen? (...) Als je dit hebt gedaan, moet je vijf jaar op de vastgestelde dagen vasten.''

Zo gaat het bladzijden lang door: de vragen die volgens de bisschop van Worms duizend jaar geleden een geestelijke aan zijn biechtelinge zou kunnen stellen. Hij wist wat er te koop was. Het was allemaal grote zonde. En nu hangt het in een museum. Een eilandje van preutsheid in een baaierd van voorwerpen die er niet om liegen.

Behalve als ze liegen. Philips II, toch een erg katholieke majesteit maar wel van een aantal eeuwen later, deed volop mee aan de Europese mode die een 'schaambuidel' tussen de broekspijpen voorschreef. Hoe groter hoe indrukwekkender natuurlijk, maar gezien de gemiddelde toestand van wat zich daar bevindt, is een pluk hooi nooit weg. Al kun je hem ook gebruiken om je geld op te bergen, en wat zullen we dan precies nog nep noemen?

Sinds mensen kleren gingen dragen, werd laten zien of verbergen een keus. In Egtved (Denemarken) is in het graf van een vrouw van tegen de twintig jaar een uit losse draden gevlochten rok gevonden, waar je veel meer door kon zien dan, gezien de stand van de weeftechniek, nodig was. Diezelfde keus werd later nog pregnanter, toen mensen in huizen gingen wonen die het geslachtsverkeer niet alleen aan de ogen, maar ook aan de oren van buitenstaanders onttrokken. Zelfs de eigen kinderen kon het allemaal geruime tijd ontgaan. Sinds er cultuur is, is seks niet meer gewoon, maar het is telkens op een andere manier buitengewoon, en daar geeft de tentoonstelling een mooie staalkaart van. Daarbij wisten de makers zich beperkt: aan Europa heb je je handen al vol, en van wat je binnen Europa allemaal vindt, weet je lang niet altijd wat het precies betekent. Dat geldt voor de Venus van Willendorf, het geldt voor de doorkijkrok van die Vikingse, maar net zo goed voor in de 15de eeuw gebakken borden met een fallus die van rand tot rand reikt. Een vrolijk dingetje dat de pottenbakker vandaag de dag aan een winkel voor flauwe cadeaus zou leveren? Een huwelijksgeschenk? We hebben geen idee. De tijdgenoten mochten zo'n bord kennelijk graag zien, maar schreven er niet over.

Soms kom je met het interpreteren van symbolen een heel eind. Op een schilderij van Jan Steen speelt een vrouw op de fluit en de man speelt op de rommelpot. Een heel interessant instrument is dat: je brengt het aan het knorren door met vochtige vingers langs de steel ervan te wrijven. Alleen jammer dat er van die rommelpot ook een video wordt vertoond: onophoudelijk moet de museumbezoeker ernaar luisteren, ook als hij bij de Romeinse bikinibroekjes staat. Die broekjes zeggen iets over de Romeinen en hoe ze leefden -en het was een compleet trauma voor de Victoriaanse Engelsen toen die de vunzige details daarvan ontdekten in het door de Vesuvius begraven Herculaneum. Maar dat ze zo modern ogen, zegt ook iets over nu.

Misschien is de poster op het station waar je ogen aan blijven plakken ook niet zo verschillend van de figuurtjes die menige middeleeuwse kerkmuur in Ierland en Engeland sieren. Het zijn vooral vrouwen, met de benen wijd en een overduidelijk zichtbaar geslachtsdeel. Als het tenminste niet versleten is door de vele keren dat een kerkbezoeker of -bezoekster er even de hand overheen liet glijden. Sheela-na-gigs heten ze, en het mooiste eraan is dit: pas in 1850 vroeg iemand zich in schrif af wat die geile poppetjes daar deden.

mailIcon print |