*

 

Verrassende dialogen in Wittenbols' nieuwste stuk

Hans Oranje − 15/11/03, 00:00

opinie Een jaar geleden opende Oostpool zijn nieuwe behuizing. Het was een beetje rommelige opening, want de restauratie was nog niet voltooid. Nu speelt het gezelschap zijn eerste voorstelling van het nieuwe seizoen, en het theater oogt vertrouwd alsof het al lang zijn vaste plaats heeft onder de Arnhemse theaters.

Iets dergelijks kun je misschien ook zeggen van huisschrijver Peer Wittebols. De opening van het gebouw werd opgeluisterd door 'Het Zout huis'. Ik vond dat een wat moeizame voorstelling over een dood kind en de woedes die daardoor in een familie van broers en zusters loskomen. Nu heeft Wittebols het tweede luik geschreven van wat een 'Trilogie van het verlies' moet worden: 'Zullen we het liefde noemen', waarin drie vrienden en geliefden van elkaar een zware strijd leveren om hun relaties veilig te stellen.

Met een opvallend en bijna vanzelfsprekend gemak voert de schrijver ons in uitgekiende vertragingen en versnellingen door het drama heen. Hoewel het stuk vrij optimistisch eindigt met de conclusie dat liefde gedefinieerd kan worden als het feit dat je elkaar verdraagt, was ik er aan het eind niet zeker van of dit ook op zou gaan voor het verdere leven van onze personages, want ze hebben elkaar dan inmiddels flink toegetakeld.

Opvallend aan dit nieuwe stuk van Wittebols is dat het zo specifiek over (bijna)-veertigjarigen gaat, de leeftijd van de schrijver en van regisseur Rob Ligtenberg, met wie hij een onafscheidelijk artistiek duo vormt, en van de vrouwenarts Dolf (Ad Knippels), zijn vrouw Hella (Anne Martien Lousberg), en hun beider hartsvriendin Vicky (Malou Gorter). Met veertig is het nieuwe van het leven er een beetje af, er zijn al wat kwet suren opgelopen, en hoe moet het nu verder? Immers, het is volgens Wittenbols/Ligthert de generatie 'waarvan verwacht wordt dat die de komende tien tot vijftien jaar de maatschappij draaiende houdt'.

Volgens een gouden theaterregel heeft de schrijver een outsider toegevoegd, het 27-jarige (en dus veel te jonge) nieuwe vriendje van Vicky: Arend, gespeeld door Frederik Brom. Met zijn kritische blik, zijn onbevangen genieten van de liefde, het blijmoedig verdragen van de vernederingen, zijn met slissend Engels voorgedragen Shakespearesonnet is Arend een juweel van een personage en Brom speelt de hem door Wittenbols in de schoot geworpen schatten formidabel uit.

Maar ook in de rest van de dialoog weet de schrijver je aandacht scherp te richten op de onderkoelde (Vicky) of juist hyperventilerende (Hella) wanhoop van zijn figuren, met als climax de ineenstorting van Dolf, die een onthutsend spel met hem toevertrouwde patiënten speelt. We zien alle kanten van de manieren waarop zij elkaar afbreken, met stevige koudmakers als de opmerking in een discussie: 'Ik zie dat je tevreden bent met deze zin'. Met een fraai, maar niet zo handig lijkend decor van Marc Warning, cirkels op pootjes en een ingenieuze multi-uitklapbare veelpersoons zitbank, en smetteloos witte kostuums voor allen (een niet onbelangrijk treiter-detail) is dit een buitengewone voorstelling.

mailIcon print |