Een hoogzwangere vrouw, het lichaam geheel onthuld, de armen om het hoofd gebonden, de blik binnenwaarts gekeerd. Ze torent letterlijk tegen je op, want anderhalf keer groter dan de gemiddelde afmeting. In de compacte Vleeshal (van het Frans Halsmuseum) in Haarlem, staat ze bijna op je lip, de ruimte is er snel gevuld met welgeteld zes sculpturen.
Voor het eerst besteedt een Nederlands museum aandacht aan de Britse beeldhouwer Ron Mueck. Nu, niet helemaal Brits, want hij werd in 1958 in het Australische Melbourne geboren. Maar de fameuze Londense kunstverzamelaar Charles Saatchi heeft hem zeven jaar geleden ontdekt. En omdat Mueck in de Engelse hoofdstad woont en werkt, wordt hij tot de Brit art gerekend.
De kunstenaars die deel uitmaken van deze stroming van de Britse avant-garde, komen op minstens één punt met elkaar overeen: ze gaan op een hoogst fysieke wijze met de kunst om. Sinds Francis Bacon en Lucian Freud het menselijk lichaam als een lillende klomp vlees beschouwden, is in Engeland het hek van de dam. Geïnspireerd door deze rauwe benaderingswijze maken Engelsen de meest onsmakelijke detectives van het soort Silent Witness, waarin bijvoorbeeld een charmante pathologe-anatoom met gretigheid haar scalpels in slachtoffers steekt om zodoende achter het raadsel van hun dood te komen.
De jonge Brit artists lijken elkaar te overtreffen in de meest realistische afbeeldingen van het lichaamsvlees, om het even of dat nu dieren zijn (zoals Damien Hirst, die een kalf doormidden zaagde en het op sterk water zette) of, zoals bij Mueck, mensen van vlees en bloed. Mueck is geobsedeerd door de naakte huid: zijn mensen ogen zo realistisch dat je vaak denkt dat ze ademen, of, in een ander geval, al dood zijn. Huidreacties (zweten, kippenvel, doorbloeding) geeft hij op een perfecte manier weer. Er is echter één gegeven dat je ervan weerhoudt om zijn mensen levensecht te vinden. De oudjes, zwangere vrouwen, baby's en kleuters, worden zelden op ware grootte afgebeeld. Ze zijn meer dan menshoog, zoals de hoogzwangere vrouw die nu in de Vleeshal is te zien, of ze zijn de helft kleiner dan normaal.
Elk formaat is wel overwogen, zoals Mueck zich van elk van zijn overwegingen bewust is. Hij blaast de vormen niet op om er meer indruk mee te maken, maar hanteert schaalvergroting juist om er respect mee af te dwingen. Andersom werkt het verkleinen van de afmetingen ook op het feit dat hij er meer respect mee afdwingt: de kijker wordt gedwongen zijn gêne te overwinnen om het beeld van dichtbij te bestuderen.
Beide thema's, de geboorte en het baren, het sterven en de finale dood, vereisen dat de kijker zijn schroom overwint om naderbij te komen. Beide situaties zijn zeldzame momenten waar de meeste mensen grote moeite mee hebben om ze mee te maken en te beleven. Hoeveel dode mensen of mensen die doodgaan zie je tijdens je leven?
De hyperrealistische manier waarop Mueck het menselijk lichaam weergeeft, plaatst hem niet alleen in een traditie waarin de eerder genoemde Bacon en Freud voor gingen. Het refereert ook aan werk van pop- art kunstenaars als Oldenburg en Hanson. Claes Oldenburg blaast alledaagse voorwerpen tot reusachtig formaat op, waarbij de schaalvergroting ervoor zorgt dat de feitelijke betekenis van het object praktisch verloren gaat. Wat mensfiguren betreft, moet je ook denken aan Duane Hanson. Hij (her)schept met grote precisie doodgewone mensen in al even gewone kledij weer, vaak in een typerende wachthouding. Bij Hanson is de verwarring nog groter, omdat hij de mensen op hun oorspronkelijke formaat afbeeldt, iets wat Mueck niet snel zal doen. Het vermoeden ontstaat dat Mueck door die schaalverandering niet in een anekdotische val wil trappen. Door uitvergroting, c.q. verkleining, krijgen de beelden een volstrekt autonoom aanzien en ontsnappen ze tegelijk aan het al te alledaagse.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.