recensie In de expositie 'Woman' geven schilders en couturiers uit heden en verleden hun visie op de vrouw. De ontwerpers van nu hebben niet langer een concrete vrouw voor ogen bij het maken van een ontwerp. Ze zijn kunstenaars geworden die spelen met stoffen.
Ze moet laat op de ochtend verrast zijn door de deurbel, en halfblind van de slaap wat kleren uit een propvolle kast gegraaid hebben. Een sweater met oranje-bruine strepen, volkomen uit de tijd, een groen-zwarte regenjas, haastig omgeknoopt als rok, binnenstebuiten. Ze ziet er niet uit.
Maar aan haar voeten hangt een bordje Do not touch, en de kleding blijkt een creatie van de Engelse ontwerpster Vivienne Westwood. 'Woman' heet de expositie in het Utrechtse Centraal Museum. Schilders en couturiers, willekeurig gekozen uit de afgelopen vier eeuwen, en aangevuld met tien hedendaagse ontwerpers, geven hun visie op de vrouw.
Onder die schilders en couturiers zijn ook vrouwen. Met deze tentoonstelling wil conservator José Teunissen laten zien dat hedendaagse modeontwerpers anders dan hun collega's van vroeger tijden, niet meer een concrete vrouw voor ogen hebben bij het maken van een ontwerp. Couturiers zijn kunstenaars geworden die spelen met stoffen. Helemaal waar is dat trouwens niet, want de ontwerpen passen wel allemaal op een pop met vrouwelijke vormen en zo worden ze ons ook getoond.
De expositie maakt deel uit van een groter project, dat 'De Verleiding' heet. In 29 winkels langs de Utrechtse Oudegracht zijn foto's, video's en kledingontwerpen te zien van of voor vrouwen. Niet dat alle getoonde jurkjes of foto's het hart sneller doen klopen. Wel verleidt het project vrouwen om langer voor een etalage stil te staan dan anders, bijvoorbeeld voor de etalage van een elektriciteitswinkel, of de gereedschappenwinkel van Schumacher. Geschreven commentaar blijft afwezig, de voorbijganger moet het doen met wat er te zien is.
In het Centraal Museum wordt commentaar er wel bijgeleverd, in de vorm van teksten van de couturiers die geprojecteerd zijn op de wanden van de stallen waarin deze expositie is ingericht. Zij komen daarin niet erg veel verder dan dat een vrouw sexy is, of juist niet sexy. Interessanter is, gewoon maar te zien wat ze ons vrouwen aan willen trekken. Of wat ze ons willen laten uittrekken. En wat dat zegt over hun idee over vrouwelijkheid. Want al is het misschien niet de bedoeling, toch zijn de meeste ontwerpen wel draagbaar.
Stel dus dat de paspop of de mannequin door een vrouw vervangen wordt, wat voor vrouw is dat dan? Want al bestaan er misschien geen ideaalbeelden meer, toch gaat mode over mensen. En daar stel je je iets bij voor. Al was het maar omdat José Teunissen wil laten zien dat het met de mode altijd ergens naartoe gaat, al weten we nu nog niet zo goed w r naartoe.
Neem Ann Demeulemeester, van wie de ontwerpen alleen op video te zien zijn, gedragen door zorgelijk kijkende mannequins. Zij toont ons de vrouw als streep, zonder billen of heupen, met lange rokken en decolletés tot op de navel, waardoor ze alleen nog maar langer lijkt. Decolletés die eigenlijk en uit praktisch oogpunt meer geschikt zijn voor mannen. Er piept af en toe een borstje uit een bloes, wild wiebelend omdat de mannequin zo hard over de catwalk moet lopen. De vrouw is hier een wezen dat zich snel verplaatst, dankzij ellenlange benen. Het is een vrouw die niet vrolijk is en die geen tijd heeft voor liefde of lekker eten. Sexy is ze niet en voor je begonnen bent haar te veroveren, is ze alweer weggelopen.
Bij Veronique Leroy is de vrouw een meisje dat naar het strand gaat. Ze heeft nog lang geen borsten of billen en ze draagt een zwart rasterwerkje waardoor er boter, kaas en eieren gespeeld kan worden op haar flanken, benen, navel en schouders. Het kan haast niet, maar toch is haar roze bikini te krap.
Het contrast met de schilderijen die verderop in deze expositie hangen is groot. Daar is de vrouw vaak een moeder, goed in het vlees, de boezem op een zedige manier bloot, maar de benen bedekt. Blote benen maken van de vrouw een meisje en blote benen mogen pas sinds een jaar of vijftig. Er zijn natuurlijk wel schilderijen uit vroeger tijden waarop vrouwen blote benen hebben, maar dan zijn ze verder helemaal bloot. En dan is de vrouw geen meisje maar een minnares of een godin. Blote benen bij een bedekt bovenlijf, dat is echt een nieuwigheidje uit de 20ste eeuw. Vroeger maakte de mode zo snel mogelijk een moeder van ons. Nu we langer leven moeten we langer een meisje zijn. En dat is in de mode terug te zien, al bij de korte cocktailjurkjes uit de jaren twintig en dertig, maar vooral vanaf de jaren zestig, toen een wilde ontwerpster als Mary Quant haar creaties voor meisjesachtige vrouwen naar buiten bracht, terwijl gevestigde couturiers vooral voor dames ontwierpen.
Benen, borsten en billen spelen geen enkele rol bij John Galliano, die ook voor Dior ontwerpt. Bij hem mogen vrouwen best gewoon lekker eten, of korte benen hebben, geen borsten of juist te grote. De acht ontwerpen van zijn hand, die de topattractie vormen van Woman, laten de vrouw zien als krijger uit een ver land en een verre tijd, met een vaandel in de hand. Ze is verstopt in gewaden die ingewikkeld in elkaar zitten, en waar uren en uren huisvlijt in zit. Het is nauwelijks voorstelbaar, maar mocht een echte vrouw dit ooit gaan dragen, dan wekt ze de indruk een borduurwonder te zijn, een weefwonder met een rijke fantasie. Want waarom zou ze anders 28 beschilderde haarklemmen op de zijkant van een geborduurde kimono steken? Of aan haar ene schouderstuk gekleurde pompoenen genaaid hebben en aan de andere een randje bont? En waarom zou ze haar centuur zo ingewikkeld in elkaar geknoopt hebben dat het geen ceintuur meer is?
Dit is een vrouw die van vechten houdt en van het eindeloos opsieren van zichzelf, met nog eens zes kralenkettingen en weer een bloemenbroderie en een brokaten randje. Bij haar thuis kijk je vast je ogen uit. Ze houdt van handwerken, maar net zo makkelijk trekt ze de steppen in. En hoe haar lichaam eruitziet, doet er niet toe.
Ze is eigenlijk net zo'n vrouw als die op de Utrechtse vismarkt staat, vlak voor de eerste etalage waar De verleiding te zien is. Het lijkt misschien oneerbiedig om Galliano, wiens ontwerpen 50 000 euro per stuk kosten, op één lijn te stellen met het beeld van de Utrechtse volksvrouw die, stevig en rond, met borsten tot op de navel, op haar sokkel op de markt staat. Maar beide ideaalbeelden stralen de tijdloze kracht uit van de vrouw die geen catwalk nodig heeft om toch te fascineren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.