recensie 'Het is dé jongensdroom van iedere musicoloog, ergens op een zolder tussen verstofte manuscripten vergeten muziek van een groot componist te vinden'', zegt Dirk Luijmes. Kort geleden deed deze Nijmeegse organist, klavecinist en musicoloog zo'n vondst, niet op een zolder maar in het Rijksarchief Gelderland te Arnhem. Daar ontdekte hij een onbekende klavecimbelsuite van de Duitse barokcomponist Johann Jacob Froberger (1616-1667).
Luijmes kwam de compositie op een curieuze manier op het spoor: ,,In het reclameblaadje 'De Zondagskrant' voor Nijmegen en omstreken heeft het Rijksarchief Gelderland een eigen rubriekje. Daarin werd melding gemaakt van twee zeventiende-eeuwse muziekboekjes. Mijn nieuwsgierigheid was niet direct gewekt, maar dat veranderde toen ik las dat de boekjes uit het familiearchief afkomstig waren van de adellijke ex-werkgever van mijn schoonvader. Ik besloot die boekjes toch maar eens te gaan inkijken. Het bleken twee lesboekjes te zijn, die elkaar qua inhoud grotendeels overlappen en die toebehoord hebben aan twee Culemborgse tieners uit de zeventiende eeuw. Al bladerend - met verplichte Boudewijn Büch-handschoentjes aan - zag ik dat het om honderden korte klavierstukjes ging, meestal zonder vermelding van de naam van de componist. Niet wereldschokkend, zoals ik al verwacht had. Maar opeens kwam ik de vertrouwde naam 'Joh. Jacob Froberg' tegen.''
Luijmes vertelt dat hij van de vier stukjes van Froberger er maar één herkende: het openingsthema van de variaties op 'Auf der Mayerin'. De overige drie bleken tot zijn verbazing nooit gepubliceerd; evenmin stonden ze ergens beschreven. Het betreft drie dansen, een Allemande, een Courante en een Sarabande, alle in dezelfde toonsoort (b-klein), die samen onmiskenbaar een suite vormen. ,,De in zo'n suite gebruikelijke Gigue ontbreekt'', zegt Luijmes. ,,Maar ook in Frobergers bekende suites uit zijn vroege periode ontbreken de Gigues. Dat maakt het alleen maar aannemelijker dat het hier om een echte Froberger-suite gaat. Een andere aanwijzing is de aanwezigheid van het thema 'Auf der Mayerin'. Dat bewijst dat degene die de boekjes volschreef in ieder geval toegang tot werken van Froberger had.''
Luijmes benadrukt dat Johann Jacob Froberger een eersterangs componist is. ,,Dat hij tegenwoordig minder bekend is dan bijvoorbeeld Swee linck of Purcell, komt doordat hij vrijwel uitsluitend muziek voor toetsin strumenten heeft geschreven. Zonder zijn opera's zou Purcell stellig ook niet zo beroemd zijn geworden.''
Luijmes realiseert zich dat het, vanwege het ontbreken van het manuscript van de componist, nooit met zekerheid vast te stellen valt of deze 'Kloeckhoff-suite' echt van Frobergers ganzenveer gevloeid is. Om meer zekerheid te kunnen krijgen deed Luijmes onderzoek naar de herkomst van de boekjes. ,,Op de eerste bladzijde staat dat ze uit 1695 stammen en eigendom waren van Christiaan en Bal thasar Kloeckhoff, zoons van een Duitse immigrant uit Culemborg. Na vergeefs speurwerk in Culemborgse archieven kwam ik erachter dat beide jongens in 1695 - ze waren toen negentien en vijftien jaar oud - aan de universiteit van Duisburg zijn gaan studeren. Het is mijn theorie dat ze daar direct klavecimbelles hebben genomen. Hun leraar schreef de stukken die ze moesten studeren eigenhandig in hun lesboekjes op. Ik vermoed dat ze les hadden van de componist Henrich Reinis, want zijn naam komt het meest voor in beide boekjes.''
Dirk Luijmes achtte zijn Froberger-vondst dermate belangrijk, dat hij besloot er in eigen beheer een cd van uit te brengen. Hierop laat hij deels op klavecimbel en virginaal en deels op orgel naast de 'Kloeckhoff-suite' een bloemlezing horen van dansen, aria's en psalmmelodieën uit de boekjes. Hij vulde dit aan met werken uit het iets oudere, eveneens in het Arnhemse archief aanwezige 'Klavierboek Anna Maria van Eijl'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.