*

 

Herhaal stap 3, maar nu hartverscheurend

Peter de Boer − 08/02/03, 00:00

recensie Ingmar Heytze, 32 jaar, blijft eeuwig jong. Daar heeft het in elk geval veel van weg, want hij schrijft, zonder toupetje, nog steeds gedichten met een volkomen ongeposeerd jeugdig en neo-romantisch elan. Innerlijk blijft hij, schat ik, altijd zo'n 19 jaar (zijn 'absolute leeftijd', zou Harry Mulisch zeggen).

Dat jeugdige elan kenmerkt ook weer zijn nieuwe bundel 'Het ging over rozen'. De bundel begint én eindigt met een motto uit 'Buffy, The Vampire Slayer', een onder jongeren razend po-pulaire tv-serie vol mooie jonge vrouwen in het postmoderne vampiergenre. Zoiets zul je bij

Kopland nou nooit aantreffen. Toch dringt er tussen de studentikoze branie vaker een serieuze toon door dan voorheen het geval was. Je moet dan wel goed opletten, want Heytze blijft een dichter van het 'lichte' genre: hij wil gelezen en begrepen worden. Neem het gedicht 'Handleiding voor installatie', dat prozaïscher oogt dan het gezien het poëtische effectbejag is:

'Gefeliciteerd met uw bewustzijn. Voor ingebruikname

dient u de volgende eenvoudige handelingen uit te voeren.

Stap 1: kijk tussen de benen van uw moeder

naar het licht.

Stap 2: knijp nu uw ogen dicht.

Stap 3: test keel en longen door te huilen.

Stap 4: besef waarom u huilt en dat dit nooit

meer overgaat.

Stap 5: herhaal stap 3, maar harder

en hartverscheurend.

Uw bewustzijn is nu klaar voor gebruik.'

Wat in het vijfstappenplan van strofe 2 wordt uitgedrukt is, kort samengevat: vanaf de geboorte begint de ellende, en het besef dat dit nooit meer overgaat is hartverscheurend. Nee, de mens is niet van zichzelf en zijn eigen onvervulde lot te genezen, en dan kun je krijsen als een baby, maar terug in de veilige baarmoeder kom je nooit meer. Geen vrolijke levensvisie derhalve. Niettemin houdt Heytze de boel in het zojuist geciteerde gedicht draaglijk, niet door gemakzuchtig te ironiseren, als wel door het heel geestig in de vorm te gieten van een handleiding zoals je die bij het in gebruik nemen van nieuwe elektrische apparaten en anderszins wel aantreft. Meesterlijk gedaan: het gedicht wordt er speels door en behoudt tegelijkertijd zijn illusieloze inhoud.

Uiteraard bevat ook deze bundel weer de nodige liefdesgedichten met ongelukkige afloop ('wéér verliefd zijn, wéér verliezen'). Heytzes neiging tot pasticheren heeft hij ditmaal uitgeleefd op onder anderen Toon Tellegen, Jules Deelder (wiens 'Kutgedicht' hij ombouwt tot een tamelijk scabreus 'Lulverhaal') en Ilja Pfeiffer, die er stevig, maar sportief van langs krijgt. Opmerkelijk zijn verder een paar kritische gedichten over de aanslag op de WTC-torens op 11 september 2001 in New York en op het terrorisme in het algemeen. Meestal levert zulk direct engagement zeer middelmatige gedichten op, maar Heytze weet er met zijn taalbehendigheid toch iets behoorlijks van te maken. Zo houdt hij de terroristen voor: 'wat kan een dans voor kwaad dus dans / u wachten twintig maagden dans / de twintig maagden buitenkans // laat mannen zwemmen in zeeën van vuur / laat vrouwen baden in vijvers van bloed / verzin een god van wie het moet // in ieder leven valt een vliegtuig'.

Het misschien wel mooiste gedicht uit de bundel heet 'Projectie' en gaat over de dood van de geliefde - ook al geen vederlicht onderwerp. Heytze geeft er een prachtige, cyclische draai aan:

'Het zal wel donker zijn, en stil, als je er niet meer bent.

Misschien zo stil en donker als het ademloos moment

waarop het zaallicht dimt voordat de film begint,

dat ogenblik. De hele eeuwigheid. Misschien.

Maar als je droomt dat je een vlinder bent,

kun je evengoed een vlinder zijn

die droomde dat hij mens was.

Je mag dit nooit vergeten. Op een dag

kust een van ons de ogen van de ander dicht

en moet dan weten: dit is louter pauze totdat alles

weer opnieuw begint. Jij en ik - geen stof, maar licht.'

Het cyclische komt tot uiting aan het slot, waar 'alles weer opnieuw begint'. Dat blijkt ook uit de bioscoop-metafoor, die al in de titel begint en in strofe 1 wordt uitgebouwd ('zaallicht', 'film'), vervolgens in strofe 2 verdwijnt om in strofe 3 weer terug te keren ('pauze', 'licht'). De notie van de dromende vlinder in strofe 2 is het scharnier dat alles op zijn kop zet. Als de vlinder en de mens zo makkelijk kunnen stuivertje wisselen, dan kunnen de dood en het leven dat misschien eveneens.

En zo eindigt de 'ik' zijn overpeinzing ook: de dood van de geliefde is 'louter pauze', straks begint haar leven opnieuw. M r: niet in de stof, of in het vlees zo men wil, maar in het licht. Een voortreffelijk gedicht, dat ten overvloede nog eens bewijst dat Heytze, met zijn jeugdige elan, in deze bundel geestelijk is gegroeid en als dichter steeds interessanter begint te worden.

mailIcon print |