recensie Een piano in de jungle biedt een krachtig, poëtisch beeld. Zeker als er 19de-eeuwse vervoermiddelen (mannenschouders, olifanten, touwen) voor nodig zijn om hem daar te krijgen. Dat zagen we al in 'The Piano', de film van Jane Campion. De piano van de Schotse Ada ging met haar mee naar haar nieuwe Nieuw-Zeelandse echtgenoot en trotseerde regen en wind, de oceaan, het strand, de modderige, smalle paadjes tussen te dicht op elkaar staande bomen en belandde uiteindelijk in een hut ergens ver weg in de jungle, waar je alles verwacht behalve een piano.
Dat beeld van piano versus oerwoud, regen en wind is moeilijk van je netvlies te krijgen bij het lezen over een vergelijkbare tocht in 'De pianostemmer', het romandebuut van de 26-jarige, Amerikaanse medicijnenstudent Daniel Mason. In deze roman wordt de Londense pianostemmer Edgar Drake door het Britse leger ontboden naar de diepste binnenlanden van het 19de-eeuwse, door de Britten overheerste Burma. Hij moet ernaartoe om een piano te stemmen. Deze bijzondere piano, een Erard-vleugel, behoort toe aan een even bijzonder mens: ene Dr. Anthony Carroll, een geheimzinnige figuur over wie vele verhalen de ronde doen. De belangrijkste is dat deze majoor-arts, die geacht wordt de vrede te handhaven tussen Britten en opstandige Burmezen, dat niet lijkt te doen met militaire repressie, maar met muziek, medicijnen en kennis. Het is een omgekeerde Kurtz (uit Conrads klassieker 'Heart of Darkness') die hier oprijst. Een westerling die ver van huis zich niet heeft overgegeven aan bandeloosheid, maar daarentegen de inlanders in vreedzame vervoering brengt en zich bovendien openstelt voor wat van daar komt.
Hoofdpersoon in 'De pianostemmer' is evenwel niet deze mythische vredestichter, die tot het einde toe met vragen omgeven blijft, maar de pianostemmer zelf: een veertigjarige, passieve dromer die door zijn vrouw ertoe wordt aangezet de opdracht te aanvaarden en op reis, overrompeld door de oosterse verlokkingen, ontwaakt uit de slaap waarin hij al een leven lang rondwaarde.
Het verslag van Drake's ontdekkingsreis wordt door Mason doorspekt met terzijdes in verschillende literaire vormen: Drake's brieven aan zijn vrouw, zijn historisch verslag van de herkomst van de Erard, Carrolls brief aan zijn meerderen over de tocht met de piano. Mason verwijst expliciet naar literaire voorbeelden als de Odyssee en integreert zijn eigen medicinale kennis over malaria in het verhaal. Hij verlevendigt zijn vertelstijl door gesprekken soms in ingedikte vorm, zonder voornaamwoorden, weer te geven, als een montagesequentie in een film. Deze verschillende vertelstijlen en bronnen (impliciet en expliciet) maken van 'De pianostemmer' een goed bedacht boek, maar geven het verhaal niet meer diepgang. Daarvoor zijn de terzijdes te willekeurig, is Masons boodschap uiteindelijk te voorspelbaar politiek correct, en roept zijn roman te veel verlangen op naar gedenkwaardigere, ambiguere voorbeelden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.