recensie Welke klassiekers moeten in de 21ste eeuw nog gelezen worden? Deze maand houdt 'het kanon' cultuurpessimisten van het interbellum tegen het licht. Deze week: Ortega y Gasset.
Zijn wij barbaren? Wordt onze beschaving bedreigd? Is het einde nabij? Ja, dat is allemaal waar. Tenminste: het is een waarheid voor de Spaanse filosoof Ortega y Gasset, die dat in 1930 onder woorden bracht in zijn befaamde boek 'De opstand der horden'. Wij hebben de neiging daarbij onze schouders op te halen: cultuurpessimistische kretologie uit een verleden dat ons 'supermodernen' (of moet ik zeggen 'postmodernen'?) per definitie niet veel meer zegt. Barbaren, de beschaving, het einde: dat zijn ook zulke grote woorden die niet meer passen bij ons leven van alledag, dat meer nog dan vroeger groot is in kleinheid en gering in grootsheid. Nederlanders zien dat als deugdzaam. En dan te bedenken dat Ortega hier, in Leiden, Delft, Den Haag en Amsterdam, nog voordrachten heeft gehouden. Toch had en heeft Ortega ons iets te zeggen, vooral in zijn analyse van de massamens.
Volgens Ortega bestaat de samenleving uit minderheden en massa's. De eersten vormen een geestesaristocratie; de laatsten zijn ongekwalificeerden die aan een beschaving niets bijdragen, maar er ook geen gevaar voor vormen. Dat is aan het begin van de vorige eeuw veranderd. Toen stonden de massa's op in Europa. Minderheden worden bepaald door hun wens dat te blijven, zegt Ortega. Maar de massamens ziet zichzelf als de maat, is met zichzelf tevreden en aanvaardt niets buiten hem dat hoger is dan hijzelf en waarnaar hij zou moeten streven. Het leven van alledag is hem genoeg. Ortega noemt de massamens 'hermetisch': in zichzelf gesloten. De massamens heeft over alles een mening, maar geen gedachten. De 18de eeuw heeft ons geleerd dat iedereen gelijk is en dezelfde rechten heeft. De 20ste eeuw brengt dat in de praktijk. Terwijl voorheen kunst en politiek et cetera het domein van weinigen waren, worden zij nu beheerst door de massa's en geeft men kracht van wet aan noties die in het café worden geboren. De massamens is 'inert', passief; hij gelooft dat de anesthesie van welvaart en overvloed voor eeuwig is. Hij meent dat de beschaving waarin hij wordt geboren natuurlijk is, d.w.z. zichzelf zonder inspanning instandhoudt. Het is echter anders: de natuur is er, maar de beschaving moet elke dag overeind worden gehouden. En dat is de taak van de geestesadel: 'noblesse oblige', adeldom verplicht. Maar nu hebben de massa's de macht. Ortega meent dan ook 'dat dertig jaren voldoende zullen zijn om ons terug te voeren naar het barbarisme.'
Het wordt enigszins gênant om bij het lezen van 'De opstand der horden' jezelf de vraag te stellen in hoeverre wij hierin herkenbaar zijn. Het is helaas een platitude dat ons leven sneller, maar ook oppervlakkiger is geworden. We zijn rijk aan goederen en schraal aan gedachten; voor diepgang en bedachtzaamheid is geen tijd meer. 'Massa' is een paginavullend voorvoegsel geworden in onze woordenboeken, van massa-artikel via massagedrag en massagraf naar massavervoer en massawerkloosheid. Als naamloos velen vullen we voetbalstadions; en masse staan we rouwend langs de weg of bij het graf van iemand die ons liet zien dat we massamensen zijn door het zelf niet te zijn. In het licht van deze eclips is de vraag of wij barbaren zijn misschien toch wat minder bizar.
Maar de vraag blijft: wordt onze beschaving bedreigd? Paradoxaal genoeg geven wij een bevestigend antwoord op deze vraag door haar niet serieus te nemen, als we er onze schouders over ophalen. Want in zekere zin is een beschaving beschaafd door zichzelf te willen bevragen. De vraag serieus nemen wil echter niet zeggen dat we meegaan in Ortega's beantwoording ervan. Je kunt (berustend, of met bijval) stellen dat onze cultuur zich heeft gedemocratiseerd. Je kunt met evenveel recht zeggen dat cultuur zich per definitie niet laat democratiseren: cultuur is creatie en geen consumptie. En je kunt je positie in het midden bepalen door te menen dat cultuur evengoed wordt gemaakt als dat zij wordt meegemaakt.
Wat men er ook van moge denken, Ortega gééft te denken. En dat is zijn verdienste, ook vandaag nog.
Ortega provoceert, maar de kwestie is dan ook prangend. Ortega is elitair; dat doet het tegenwoordig niet zo goed. Reden te meer om je zorgen te maken, zou hij repliceren. Soms lijkt Ortega antidemocratisch, maar hij verdedigt niettemin de liberale democratie, juist omdat die minderheden respecteert (hij heeft nog een paar jaar in het Spaanse parlement gezeten). Zo is er pro en contra nog wel een en ander over Ortega op te merken. En natuurlijk: anderen hebben ook gezien wat Ortega heeft gezegd. Heidegger, bijvoorbeeld, schreef over 'het doorsneekarakter' en over 'het Men' (zoals in 'men zegt') in zijn boek 'Zijn en Tijd'. Maar Heidegger is een opgave, terwijl Ortega onderhoudt, minder vermoeit, vlotter leest. Kortom, een boek binnen bereik van de nog net geen massamens.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.