*

 

God is een dankbaar bed

Stan Rijven − 11/02/03, 00:00

recensie Thé Lau (50), de rauwe stem van The Scene, gaat alleen verder. ,,Het is natuurlijk geen toeval dat ik rond mijn vijftigste zo'n doorstart maak. Toch zie ik mijn dertigste verjaardag als het werkelijke keerpunt. Vanaf die dag besloot ik dingen niet meer af te wentelen op mijn verleden.''

De emancipatie van de Nederlandstalige pop is ondenkbaar zonder juweeltjes als 'Blauw', 'Open' en 'Iedereen is van de wereld'. Met de recente opheffing van The Scene stierf ook de koning van het genre. Leve de nieuwe koning, want de motor en mentor van The Scene gaat alleen verder. Met het solodebuut 'De God van Nederland' in de bagage is Thé Lau (50) een uitgebreide theatertoernee begonnen. In maart verschijnt bij Vasallucci een bundeling van zijn teksten.

Thé Lau leerde in de jaren zeventig het métier in de Bergense popschool bij de bands Tortilla en Turquoise. Daarna was hij gitarist van Music Garden en Neerlands Hoop Express. Aangestoken door de punk richtte Lau in 1979 The Scene op, waarvan hij niet alleen de rauwe stem en het melancholische hart zou worden, maar ook de werkgever, mentor, songschrijver en producent. Was zingen in je moerstaal tot begin jaren tachtig een riskante bezigheid, mede dankzij The Scene emancipeerde de Nederlandstalige pop van een obscure activiteit tot een alledaagse vanzelfsprekendheid.

Lau: ,,Stoppen met de band beschouw ik als een heel moeilijke beslissing, maar ook als een gewicht dat van me afviel. Er waren periodes dat we zo'n vijftien tot twintig man in dienst hadden. De druk werd bij iedere plaat groter en beïnvloedde het schrijven. Daarom ervaar ik deze stap als een scheiding én een bevrijding. Ik ben van mezelf niet zo'n bandjesman, dat is ook het grote verschil met de Tröckener Kecks en De Dijk. Zij waren meer een vriendenclub on the road. Bij mij zijn er wel dertig personeelswisselingen geweest. Dus zei ik telkens tegen een nieuw bandlid: 'Wat er ook gebeurt, ik ben de baas'. Het idee met een soort guerilla-eenheid op pad te zijn heb ik heel lang leuk gevonden, maar nu voel ik dat niet meer.''

,,Het is natuurlijk geen toeval dat ik rond mijn vijftigste zo'n doorstart maak. Toch zie ik mijn dertigste verjaardag als het werkelijke keerpunt. Vanaf die dag besloot ik dingen niet meer af te wentelen op mijn verleden. Als er fouten gemaakt werden, waren het voortaan míjn fouten. Van huis uit bezit ik een soort vasthoudendheid. Mijn vader heeft niet kunnen vervullen wat hij in het leven ambieerde, mijn opa niet. Mijn vader zou jurist worden, was een vrij briljante man mag ik wel zeggen, alleen in zijn geval heeft de oorlog roet in het eten gegooid. Ik hoorde pas twee jaar geleden dat hij zijn rechtenstudie had afgebroken omdat een van zijn hoogleraren NSB-er was geweest terwijl mijn vader in het verzet zat. Dat heeft hem enorm aangevreten.''

,,Mijn opa was een kunstschilder die nooit is doorgebroken. Hij wilde nergens bijhoren, ook niet bij de Bergense school. Ik draag dezelfde naam en was op mijn vijftiende al vastbesloten om mijn leven wel voor elkaar te krijgen. Het rare is dat ik nog steeds het gevoel heb dat me dat niet is gelukt.''

,,Ik probeer nu een echte roman te schrijven. Het zal geen 'Oorlog en vrede' van duizend pagina's worden maar een redelijk, best stoer boek. Dat betekent voor mij weer een soort doorbraak, muziek is een ander verhaal. Ik schrik nu van opnames uit de beginjaren van The Scene. Slordig niveau, valse band. Aan de teksten heb ik enorm veel redigeerwerk gehad om ze te kunnen uitgeven. Tegelijkertijd ontdekte ik de grote progressie die ik in al die jaren heb doorgemaakt. Ik zag me weer door onze oefenruimte in de Jordaan ijsberen en wanhopig prevelen 'Laat toch een tekst komen, laat toch een tekst komen'. Nu gaat schrijven me veel makkelijker af.''

,,Toen beschouwde ik teksten als een vehikel voor de zang. Ik streefde naar een Amerikaans gevoel van rockmuziek: je doet een mededeling die je daarna zoveel mogelijk herhaalt, zoals bij kinderliedjes. Nu heb ik de neiging na een lange tekst een hele korte te maken. Meestal begin ik met de muziek, dat heb ik in mijn tijd bij Neerlands Hoop geleerd. Die begonnen eerst met tekst, daarna kwam de muziek. Dat leidde bijna altijd tot cabaret, bij mij ging het daarom andersom.''

,,Voor het schrijven van een echt goede tekst is muzikaal gevoel onmisbaar. In het Frans of Engels gaat dat makkelijker. Ik ben heel goed met adjectieven, met het combineren van woorden, klank en ritme. Aan een Nederlandse tekst, of dat nu proza of poëzie is, kan ik meteen zien of de schrijver muzikaal is of niet. Ik wil niet lullig zijn, maar Harry Mulisch vind ik geen muzikale man. Hij zal best van muziek houden, maar dat gevoel bezit hij niet. Voor een Nederlander heb ik een heel goed ritmegevoel. Als schrijven niet meer gaat, word ik gitarist bij een salsagroep.''

,,De overstap van pop- naar theaterpodium, van band naar solo is niet zo groot. Mijn vuurdoop beleefde ik met pianist Dante Oei op het Marktplein van Leuven, voor 12000 mensen. Je kon een speld horen vallen, want de rare paradox is dat intimiteit bij hele grote optredens juist beter uit de verf komt. Ik wist dat zoiets kon sinds ik Sinead O'Connor op het festival Rock Werchter gezien had. Niemand zal zich er nog iets van herinneren. Behalve van de drie nummers die ze in d'r eentje deed op akoestische gitaar: er heerste totale elektrische stilte op het veld.''

,,Maar er is nog een verschil. Op de poppodia klopt het live-geluid niet meer. Ik heb concerten van gerenommeerde wereldacts meegemaakt waar tien mensen op het podium stonden en je effectief maar twee man hoorde spelen, de bassdrums en de zang. Die ontwikkeling hebben we met The Scene ook gekend. Bij theateroptredens hoor je echter direct waar het om gaat. Ik ben gefascineerd door het idee dat je naar manieren moet zoeken om je ding te doen zoals in de tijd van Mozart. In één klap moet duidelijk zijn wat het is.''

,,Op de vraag waarom het Belgische publiek zo anders reageert dan het Nederlandse heb ik nooit een bevredigend antwoord gevonden. Het gaat om een amalgaam aan factoren zoals de taal, maar ook om een gevoel. Amerika heeft de blues, Portugal de fado, Spanje de flamenco. In elke song die je maakt moet je proberen zo'n gevoel te leggen. Dat doet in Nederland bijna niemand, ik kom dan eerder bij de volkszangers uit. In België zeggen ze daarom altijd tegen mij: 'Jij bent geen Hollander'. Ze hebben een speciaal idee omtrent wat een Hollander is.''

,,Een paar Hollandse bands omarmen ze in België. Doe Maar bijvoorbeeld, De Dijk niet, de Kecks tot op zekere hoogte. Frank Boeijen ook wel, maar Van Dik Hout weer niet. Ik voel me meer thuis in België. Wanneer ik over de markt in Antwerpen loop en daar een groep Hollandse studenten hoor zingen 'Wat zijn die Belgen dom'... Grrrr, dan ben ik niet trots.''

'De God van Nederland

laat de geest graag vrij bewegen

maar de greep van zijn strenge hand

houdt de stoutste dromen tegen'

(Titelsong van 'De God van Nederland')

,,Ik voel me verwant met Slauerhoff, met zijn verzet tegen die God van Nederland en het streven naar iets anders. En met Nescio. Bij hem is het 'de God van Nederland' tegenover 'de grote God van hemel en aarde'. Zo voel ik dat precies eender. Ik kan niet begrijpen waarom religie zich niet ontwikkeld heeft voorbij het punt waarop God altijd geassocieerd wordt met een wezen dat oordeelt over goed en kwaad in mensen. God heeft alleen maar een creatie gemaakt. Ik ben voor een van mijn verhalen veel over astrofysica gaan lezen. Uit alles wat er over de schepping van het heelal geschreven is, doemt steeds een heel ander godsbeeld op dan dat van welk soort religie ook. Tegelijkertijd is 'God' een dankbaar bed voor veel gedachten. Naar aanleiding van een optreden in een katholieke kerk ben ik van plan een toernee langs kathedralen te maken. Een wonderlijke ervaring. Hoewel ik niet religieus maar wel enigszins anti-katholiek ben opgevoed, voelde ik me daar enorm thuis. Het gebouw voegde meteen een extra dimensie aan het optreden toe, die geen geluids- of lichtinstallatie teweeg kan brengen.''

mailIcon print |