*

 

Friese yup vond in zilver eigentijdse uiting

Cees Straus − 11/02/03, 00:00

Oud Fries zilver heeft eeuwenlang een elegante uitstraling gehad. Neem het werk van de zilversmid Johannes Paulus Paulides (1787-1837), die aan het begin van de 19de eeuw in Heerenveen actief was. In die destijds door zilversmeden druk bezochte stad viel Paulides op door zijn ingehouden pronkzucht, zijn eigentijdse aanpak als het ging om gebruiksvoorwerpen te maken èn de stijlvolle uitbeelding van onderwerpen die hem in de opdrachtsfeer toevielen. Ruim twintig objecten van zijn hand staan momenteel uitgestald in Museum Willem van Haren in Heerenveen. Ze vormen daar de bijzondere kern van het eerste overzicht van het zilver dat tussen 1616 en 1813 in de gemeente werd geproduceerd.

Pronk en praal zijn voor de hand liggende clichés als het gaat om de sfeer van zilverpresentaties op te roepen. In het noorden van het land kunnen ze daar van meepraten. Verschillende musea besteedden in het recente verleden aan het onderwerp historisch zilver uitgebreide presentaties. Steden als Groningen, Assen, Dokkum, Harlingen en Leeuwarden (met als hoogtepunt de tentoonstelling 'Fries pronkzilver' in 2000-2001 in het Fries Museum) hebben de trend gezet voor een type tentoonstelling waar het zilver in een uitgekiend theatraal licht werd gezet. Nu is Heerenveen aan de beurt, met een sobere, maar daarom niet minder interessante zilverschouw in het plaatselijke museum.

Heerenveen is in zoverre een bijzondere stad omdat hier nooit een gilde van goud- en zilversmeden heeft bestaan. De stad groeide daarom uit tot een doorgangsplaats waar edelsmeden voor korte of langere tijd werkzaam bleven. De Friese kunsthistoricus Peter Schoen kwam in zijn onderzoek naar het Heerenveense zilver tot vijftig edelsmeden die tussen 1616 en 1813 in het 'Friese Haagje' werkzaam waren. Hij koos voor die periode omdat de stad tussen 1616 en 1807 een eigen keur had. Dat ging in 1813 met het einde van de Franse heerschappij in de Nederlanden definitief teloor.

Tot nu toe zijn zo'n honderd voorwerpen getraceerd die allemaal het Heerenveense stadskeur dragen. Ze zijn nagenoeg allemaal op de expositie in het Museum Willem van Haren in Heerenveen te zien. Opvallend is dat de smaak van de opdrachtgevers zo mooi is terug te vinden. De Heerenveense zilversmeden werkten voor een uiteenlopend cliënteel. De grietenijen (de gerechtelijk-administratieve vorm waarin Friesland was opgedeeld, tegenwoordig gewoon gemeenten geheten) waren als overheidsinstantie natuurlijk de belangrijkste opdrachtgever. In veel plaatsen in Friesland bekleedde de zilversmid zelf het ambt van grietman (destijds vergelijkbaar met die van de schout), maar in Heerenveen is er voor zover bekend geen sprake geweest van deze dubbelfunctie. Daarnaast liet ook de kerk (voor liturgisch vaatwerk) zich niet onbetuigd. Ook daar bleven de opdrachten binnen de eigen gemeenschap: edelsmeden waren in Heerenveen niet zelden diaken, kerkvoogd of ouderling in de gereformeerde kerk. Van één katholieke zilversmid, Feye Gerlofs (1656-1690) geheten, is bekend dat hij voor zijn eigen kerk heeft gewerkt.

In de 17de en 18de eeuw kende Friesland net als in het westen trouwens een welvarende burgerij. De Heerenveners maakten hun fortuin in de veenwinning en wilden daar best van getuigen. Ze hielden van enige pronk, maar het moest wél ingehouden zijn en tegelijk eigentijds. Een overvloedige productie van geboorte-en gelegenheidslepels, brandewijnkommen, loddereindoosjes, tabaksbusjes en sieraden was het gevolg.

In een overzicht van twee eeuwen Heerenveens zilver is uiteraard geen sprake van een eenduidige stilistische ontwikkeling, laat staan dat er een eenduidige kwaliteit is te vinden. Toch springt het werk van één zilversmid met kop en schouders boven dat van zijn collegae uit. Schoen roept Johannes Paulus Paulides uit tot 'de stamvader van generaties zilversmeden'. Paulides moet gezien het grote aantal uiteenlopende opdrachtgevers zeer in trek zijn geweest. In het Heerenveense overzicht is hij aanwezig met zowel tasbeugels, room- en brandewijnkommen, loddereindoosjes (waarin een sponsje werd gedrukt dat van een lekkere geur was voorzien) en gelegenheidslepels als avondmaalsbekers. In de ontwerpen van Paulides is de zuivere 18de-eeuwse stijl eigenlijk al over zijn hoogtepunt heen, maar hij is er in geslaagd om een zeker evenwicht te bereiken in al die zo rijk verworven stijlelementen. Veel is nog onbekend over zijn leven en werk, zoals deze tentoonstelling trouwens geen enkele definitieve uitspraak doet. Daarvoor is het werk van Paulides en dat van het overige Heerenveense zilver immers veel te zeldzaam.

mailIcon print |