*

 

Jacob van Domselaer - Symfonie en pianoconcerten

Door: redactie − 27/12/03, 00:00

recensie Er wordt veel gezwolgen in de twee pianoconcerten die de Nederlandse componist Jacob van Domselaer (1890-1960) naliet. Beide concerten ademen de sfeer van de negentiende eeuw, van de romantiek à la Chopin. Van Domselaer, in Berlijn enige tijd leerling van Busoni en zelf leraar van onder meer Simeon ten Holt, is een markante figuur als we de piketpaaltjes van de Nederlandse muziek willen slaan.

Zijn vriendschap met Mondriaan en leden van De Stijl, zijn belangstelling voor de twaalftoonsmuziek van Schönberg en zijn 'Proeven van Stijlkunst', geschreven in 1913 toen overal in Europa de muzikale revolutie uitbrak, maken hem tot een in historisch opzicht niet te missen figuur. Helaas is dat niet terug te horen op de recent verschenen dubbel-cd waarop ook nog de korte Eerste symfonie terug te vinden is. Anders dan Mondriaan keerde Van Domselaer op zijn schreden terug en produceerde in de jaren twintig muziek waarin de sfeer van Mahler zeer proefbaar is.

Epigonenmuziek, maar dan van de betere soort. Het Noord Nederlands Orkest levert een goede prestatie in de symfonie, maar vooral bij de twee pianoconcerten, die pianist Kees Wieringa, enthousiast promotor van Van Domselaer, met liefde en gevoel voor nuance inspeelde. Niet elk huisje dat op de monumentenlijst terecht komt, is baanbrekend geweest in de ontwikkeling van de architectuur. De drie werken laten zich even prettig beluisteren als muziek van -zeg- Skrjabin of Chopin, en verdienen een plaats in de kast van wie de Nederlandse muziek een goed hart toedraagt.

mailIcon print |