recensie Soms weet je na een paar tonen dat je naar een bijzondere cd luistert. Zoals bij het nieuwste album van het Corneille Roelofs Trio, een samenwerking van pianist Glenn Corneille, bassist Werner Lauscher en drummer Geert Roelofs. De helderheid van de muzikale structuur die het schijfje zijn open karakter meegeeft, komt meteen tot uiting in het openingsnummer.
In deze interpretatie van Jeff Buckley's 'Grace' wordt een dwingend ritmisch thema in eerste instantie afgewisseld met een dromerige melodie. Steeds verder zoeken beide delen elkaar op om samen te komen in een krachtig en spannend uitgebouwde verhaallijn. Corneilles spel is bijzonder verhalend en niet zelden volstaat een enkele goedgeplaatste noot om de sfeer te bepalen. Zodoende toont hij zich meester van de suggestie en laat veel ruimte voor de verbeelding van de luisteraar.
De harmonisch gekleurde, naar 'minimal music' neigende ritmische passages van de pianist versmelten met de op gelijke frequentie opererende drummer. Met expliciet bekken- en snaredrum-werk paart hij bijzonder inventief ritme aan kleur en houdt daarbij steeds de swing in de gaten. Zo leggen beiden in stukken als 'Astoria' en 'Aagje' een raamwerk bloot dat als een stekker in een stopcontact past en het klankbeeld van een geëlektrificeerde vitaliteit voorziet. Met kernachtige zekerheid accentueert de sober spelende bassist de draaipunten van dit avontuur, waarin ook bestaande stukken als Piazzolla's 'Oblivion' en Lennon-McCartney's 'Eleanor Rigby' onverwachte associaties oproepen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.