opinie Het verhaal van het ordinaire bloemenmeisje, Eliza Doolittle, dat door de taalwetenschapper Professor Higgins wordt omgevormd tot een dame die zich in de hoogste kringen kan bewegen, is overbekend. Met name door de musical- en filmversie 'My Fair Lady', beide gebaseerd op 'Pygmalion' (1913) van de Engelse toneelschrijver George Bernard Shaw (1856-1950).
Dat het Noord Nederlands Toneel zijn voorstelling 'Pygmalion' nu aanbiedt als ,,de toneelversie van 'My Fair Lady'' is dan ook een misleidende omkering van zaken. 'Pygmalion' is het origineel, al heeft Shaw zich daarvoor weer laten inspireren door de Griekse mythe van de beeldhouwer Pygmalion die zich zo op een zelfgemaakt vrouwenbeeld verliefde, dat hij haar met goddelijke hulp tot leven wekte en trouwde. Het aardige van Shaw is, dat hij het motief omdraaide en daarmee van zijn romantische waas ontdeed: Higgins wil een menselijk wezen juist veranderen in een soort pop, die hij volledig naar zijn pijpen kan laten dansen, maar moet geshockeerd ontdekken dat zijn 'creatie' een vitale vrouw met echte gevoelens en een eigen willetje blijkt. Bij Shaw is, anders dan in film en musical, een happy end daarom uitgesloten.
In feite is Shaws 'Pygmalion' een vroege voorloper van de huidige discussie omtrent de maakbaarheid van de mens. Voor NNT was dat een belangrijk herkenningspunt. Onder regie van Koos Terpstra heeft het zwart-wit denken van Higgins de vorm bepaald, als uiterlijk contrast met Shaw's inhoudelijke betoog: een halfrond toneelbeeld (Nelly Blessinga) van witte panelen en pilaren, in de dito kostuums (Maya Schröder) een enkel zwart accent.
Die lichtheid vraagt van het spel duidelijke tegentonen om thema en karakter in te kleuren. Lang niet alle acteurs slagen daarin. Voor een deel ligt dat aan de nogal platte vertaling (Viggo Waas), met weinig gevoel voor milieu-onderscheidend taalgebruik.
Om Higgins' verwensingen te vertalen in één (vrouwelijk) drieletterwoord is wel erg kort door de bocht. Dat Eliza's corrector zelf op zijn gedrag wordt gecorrigeerd door zijn huishoudster en moeder, een geestige doublering bij Shaw, is hier niet meer dan een flauwe grap. Mede daardoor blijft De Higgins van Martijn de Rijk een eendimensionale botterik. Diens verbijstering over zijn falen om Eliza's persoonlijkheid te kneden wordt geen moment van inzicht.
Lotje van Lunteren als zijn pupil toont meer ontwikkeling. Maar de show wordt gestolen door Ludo Hoogmartens als de sluw welbespraakte pa Doolittle, al begint in het tweede deel zijn optreden wat te haperen. Mogelijk wreekt zich hier, en bij andere spelers, een regie-experiment van Terpstra. Om de acteurs fris en alert te houden is bijna elke rol dubbel gecast. Per voorstelling wordt die door een ander gespeeld. Dat heeft nadelen: het duurt langer voor je bent ingespeeld en je personage hebt kunnen uitdiepen. De eventuele voordelen van deze aanpak zullen zich pas later kunnen openbaren. De gelukkig niet luchthartige 'Pygmalion' heeft het qua inzet in zich om tot een heldere satire uit te groeien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.