Wie het voorwoord leest van het vierkante fotoboekje over Amsterdam denkt een uitgave van het VVV in handen te hebben. ,,Amsterdam laat bezoekers of bewoners zelden onberoerd: je houdt van de stad of je hebt er een hekel aan.' Ook het gelijkvormige fotoboek over Rotterdam kent een weinig sprankelend begin: ,,De skyline van Rotterdam is altijd in beweging.'
Toch zou het onterecht zijn de boeken van fotograaf Ben Deiman weg te zetten tussen popperige Delfts blauwe molentjes. Daarvoor zijn de foto's te sprankelend, te opgewekt - een gevoel dat een VVV-folder bij mij nog nooit heeft opgeroepen.
Waarom zijn deze foto's zo anders, zo mooi? Het verleidelijke van de beelden is het gevoel dat ze samen weten op te roepen. Het is vaderlandsliefde pur sang, een emotie die ook de Postbankreclame over Vijftien miljoen mensen een paar jaar geleden wist op te roepen. En dat is knap. Nederlanders kankeren, het land is vol, vet en vies. En dan verschijnt er ineens een fotoboek dat ons zonnig belicht.
Het weer op deze foto's is aan de fraaie kant, veel zonneschijn, fonteinen in de zomer, oostenwind in de winter. Op een van de mooiste beelden staat een jongen in duikhouding op een Rotterdamse dukdalf, armen gestrekt naar achteren, klaar het water in te gaan. Alles aan deze foto is herkenbaar, je zou zeggen oer-Nederlands.
De dukdalf met de witgeverfde bovenrand is door de meeuwen ondergescheten. Op de paal een schoffie met een lange paardenstaart in een druipende korte broek, die niets heeft van een zwembroek. Want een zwembroek, welke Nederlandse jongen zwemt er nou in een zwembroek? Hoe de jongen op de dukdalf is geklommen is een raadsel, het moet een fikse klauterpartij geweest zijn.
Op de achtergrond de haven, schepen, stalen kabels, pontons met op een daarvan het scheldwoord 'Ajax'. Dat die jongen hier toch een duik neemt, maakt de foto modern. Een jaar of tien, vijftien geleden lagen de Nederlandse wateren er 's zomers stil en vet bij. Nu kun je zelfs weer in havens zwemmen. Als dat geen positief beeld is.
Mooie kleuraccenten op de foto zijn de fel blauwe waterschoenen van de jongen. Ze lijken hip, maar ze kunnen net zo goed een restant moederlijke invloed zijn: ,,Als jullie daar moeten zwemmen, doe dan in ieder geval schoenen aan. Tegen de tetanus, snap je.'
Een buitenlander mist te veel terloopse kennis om deze foto zo te kunnen interpreteren - ook daarin onderscheiden deze foto's zich van VVV-plaatjes. Niet op de hoogte van de laatste mode zou een buitenlander de zwembroek van de jongen armoedig vinden. Niet op de hoogte van de kwaliteit van het binnenwater, zou hij de vrijheid om zo maar in het water te kunnen springen onmogelijk op waarde kunnen schatten.
Vrijheid en vrolijkheid, rond dat lekker allitererend woordpaar cirkelt Ben Deiman. Het is alsof zijn foto's ons die woorden teruggeven. We zijn onze steden gaan zien als criminele poelen van verderf, maar ineens blijk je in die stad ook vrij te kunnen zijn en vrolijk, zodat we opleven en denken: dit ben ik, dit zijn wij, ja, dit zijn wij óók. Dat herwonnen optimisme maakt deze foto's zo mooi.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.