recensie Bij Hector Berlioz liggen hemel en hel vlak bij elkaar. Naast elkaar zelfs in zijn légende dramatique 'La damnation de Faust'. Als Faust vanwege zijn overmoedige duivelspact met veel effectbejag het ravijn van de hel ingedonderd is (Berlioz ontketent daar het beste aan wat hij aan orkestratie-hocus-pocus in huis had), opent zich vrijwel meteen daarna de hemel, alwaar Marguerite muzikaal zalig wordt verklaard. Berlioz wist hoe je een hemel en hel op muziek kon zetten en in Brabant voerden ze gisterenmiddag Berlioz' visioenen zowel hemels als hels uit.
Wat moet Berlioz postuum jaloers zijn op het feit dat Het Brabants Orkest en het Brabant Koor zomaar op een zondagmiddag in Eindhoven zo'n gloeiend hete en zinderende uitvoering van zijn duivels ingewikkelde partituur weten te realiseren. Het was voor Berlioz zelf maar aanmodderen destijds, als hij zijn werken weer eens uit moest leveren aan mediocre musici die veel, zo niet alle, van zijn muzikale vondsten om zeep hielpen. Dat Berlioz al blij mocht zijn met een uitvoering überhaupt bewijst de Nederlandse scenische première van zijn 'Les Troyens', vorige maand, pas honderdvijfenveertig jaar na dato.
Die uitvoering hadden we mede te danken aan het feit dat het dit jaar tweehonderd jaar geleden is dat Berlioz ter wereld kwam. Ook de Brabantse 'Faust' was een uitvloeisel van die herdenking en al is 'La damnation de Faust' geen echt ondergeschoven Berlioz-kindje, overtuigende uitvoeringen ervan zijn zeldzaam. Het was er Soustrot vast veel aan gelegen om zijn landgenoot in diens jubeljaar het volle pond te geven. Dat volle pond kwam niet alleen tot uitdrukking in de gierende uithalen wanneer Berlioz decibellen verlangde (de oergezonde Brabantse kopersectie slikt kennelijk trouw elke ochtend een davitamonnetje), maar juist en vooral in de precieuze finesses die de componist door de partituur strooide.
Zo troffen Soustrot en wij het met de fenomenale alt-hoboïst die in het voorspel tot Marguerite's romance liet horen wat zingen op een instrument inhoudt. De arme Iris Vermillion kon daarna - hoe mooi ze ook zong - eigenlijk alleen maar tegenvallen. Een schot in de roos was ook het Brabant Koor dat door de onvolprezen koor-inzeper Louis Buskens met meesterhand op Berlioz' grillen, valkuilen en hemelse extases was voorbereid. Dit was echt een magnifieke koorbijdrage waar ze in Brabant heel trots op kunnen zijn.
De Amerikaanse tenor Donald Kaasch is vorige maand niet zonder kleerscheuren door de reeks voorstellingen van 'Les Troyens' bij De Nederlandse Opera gekomen. Geplaagd door verkoudheden en ander ongemak zong hij toen voor het eerst de zware rol van Aeneas. Een maand later staat hij in Brabant de rol van Faust te zingen en dat is vanwege Berlioz' lichte neiging tot gigantomanie ook bepaald niet een rol die bij de makkelijkere in het tenorvak behoort. Kaasch sloeg zich er heel behoorlijk door heen, wel soms met vervaarlijk gewapper, maar ook met subtiele nuances in de verschillende registers.
Jean-Philippe Lafont werd vooraf verontschuldigd voor een verkoudheid, maar daar was in zijn venijnige tekening van Méphistophélès weinig van te merken. Het rul-ruige geluid van Lafont behoort al jaren tot de top in de vocale wereld en ook hier bewees hij zich andermaal met een voortreffelijke voordracht en een tot op de laatste letter verstaanbare bijdrage.
Marc Soustrot wist waar hij het in deze partituur moest zoeken. In 'topnummers' als de Marche hongroise het Ballet des Sylphes haalde hij ingenieus tussenstemmen naar voren, die meestal sneuvelen in puur geweld of al te gewilde fijnzinnigheid. Ruim zeven jaar is Soustrot nu chef-dirigent van Het Brabants Orkest en weet hij waar de sterke kanten van zijn orkest liggen. Op deze middag viel bijna alles perfect samen en kreeg Berlioz er na de imponerende 'Les Troyens' in Amsterdam een prachtig verjaardagscadeau bij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.