recensie Bram Hulzebos beschrijft de ondergang van zijn vader, begaafd musicus, leraar, echtgenoot, later homoseksueel, depressief, alcoholist, aan pillen verslaafd en eindigend in een doodssprong. Na een verjaardag, waar hij zijn vader voor het eerst na lange tijd weer ziet terwijl hij zijn dochtertje in zijn armen heeft, noteert hij over zijn vader: ,,Hij keek zo trots naar mij op dat ik zin kreeg zijn ogen uit te drukken.''
Zo begon het natuurlijk niet. Jaren eerder toen zijn vader eens de wanhoop nabij was, beloofde de zoon hem dat hij hem altijd zou helpen, echt altijd zou helpen. Een belofte die hij nooit vergat, maar die hij brak. Hulzebos schreef zijn boek ,,Om nog een keer zeker te stellen dat ik er juist aan had gedaan om hem in de steek te laten ...'' Gelukkig volbrengt de schrijver deze grimmige missie maar half, want hij laat zijn vader in deze verbijsterende kroniek geen moment alleen.
Vader Hulzebos ,,bracht zichzelf langzaam om zeep'' en vergiftigde onherroepelijk de levens van zijn vrouw en zijn kinderen. Het gezin werd niet bij zijn behandeling betrokken, waardoor hij van ze verwijderd raakte, een verwijdering die de zoon als fataal inschat.
In een beschouwelijk hoofdstuk wordt rationele zelfmoord als iets zeer zeldzaams beschouwd. Hulzebos noemt de stoische zelfdoding van Swarttouw, oud Fokker top-man, die de avond voor zijn zelfgekozen einde nog een televisie-interview gaf. Hij benadrukt, en dit is de bittere en onontkoombare kern van zijn boek, dat een dergelijke aanvaardbare, begrijpelijke, maar vooral unieke, zelfdoding een totaal verkeerd licht werpt op die duizenden andere zelfmoorden die helemaal niet stoisch of heldhaftig zijn, maar die het gevolg zijn van wanhoop over een leven dat ervaren wordt als een onherstelbare, eenzame, mislukking. Hulzebos vraagt zich af of wij niet iets verschrikkelijks toedekken met al ons gepraat over zelfbeschikkingsrecht.
Hij martelt zichzelf met de vraag: hoe is het eigenlijk tot springen gekomen? Het bijzondere aan dit moedige boek is dat de schrijver de schuld voor een dergelijk leven telkens ergens anders neerlegt, zonder tot een definitief antwoord te komen. Kwam het door te hoge verwachtingen thuis? Door zijn beklemmende geloofsachtergrond? Of kwam het door Hulzebos' debuutroman, waarin hij zijn vader beschrijft als 'organist, alcoholist, antisemiet, latent homosexueel'?
Twee dagen voor de sprong bracht zijn zoon hem een discman met muziek in het ziekenhuis, maar zonder zijn vader te willen zien. ,,Misschien was hij niet gesprongen als ik het hem gewoon had gegeven.''
Rond dit 'misschien' heeft Hulzebos een dapper en hilarisch verslag geschreven over de vreselijke pijn van een zoon die zijn vader wel van zich af moest stoten, met 'misschien' die sprong als gevolg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.