recensie Hoe moeten we het Nederlandse euthanasie-beleid waarderen? Dat hangt af van het perspectief dat we (dikwijls onbewust) kiezen: is het glas half vol of half leeg? Half leeg lijkt het voor perfectionisten: voor hen is alleen een volledige naleving van de zorgvuldigheidseisen en een meldingspercentage van honderd procent genoeg. Als je het zo bekijkt is de huidige situatie in Nederland zorgwekkend.
Anders wordt het als je dezelfde situatie bekijkt in historisch perspectief. In twintig jaar, eigenlijk een heel korte 'inburgeringstijd' voor zo'n beleidsmaatregel, is het meldingspercentage gestegen van nul procent tot ergens in de buurt van vijftig procent. Overal elders ter wereld is dit percentage nul procent, terwijl uit allerlei bron bekend is dat euthanasie daar wel voorkomt.
Ook de controle lijkt hier veel strenger dan elders. In sommige andere landen moet je de strafrechtelijke autoriteiten onverdraaglijk uitdagen wil je een (straf)proces uitlokken. In Nederland daarentegen worden artsen tegenwoordig regelmatig op de vingers getikt wanneer zij de zorgvuldigheidseisen niet volledig in acht nemen. Zo bekeken is het glas hier half-vol.
Jammer genoeg is er weinig bekend over de feitelijke situatie in andere landen. Er zijn wel cijfers (vooral uit België en Australië en in mindere mate de VS) waaruit blijkt dat een absoluut verbod het aantal euthanasie-gevallen bepaald niet tot nul reduceert. Tot nu toe is er echter, behalve in Nederland, geen zorgvuldige beschrijving geweest van de gang van zaken bij euthanasie.
De grote verdienste van de Australische jurist Roger Magnusson (verbonden aan de Health Law Program van de Universiteit van Sydney) is dat hij in 'Angels of Death' een belangrijke stap zet om dit hiaat aan te vullen, zodat het mogelijk wordt de euthanasie-praktijk in verschillende landen met elkaar te vergelijken.
Magnusson heeft onderzoek gedaan in enkele Australische steden en in San Francisco. Hij vond 49 medische hulpverleners (overwegend artsen en verpleegkundigen die gespecialiseerd waren in de behandeling van HIV/AIDS-patiënten) bereid zich uitvoerig te laten interviewen. Dit leverde informatie op over 88 gevallen van euthanasie (waaronder ook hulp bij zelfdoding), in de meeste gevallen bij HIV/AIDS patiënten. In slechts 9 van alle gevallen was de betrokkenheid van de respondent minder vergaand geweest dan wat in Nederland zou gelden als euthanasie of hulp bij zelfdoding .
De frequentie van euthanasie in de praktijk van Magnussons respondenten is hoog. Zo geeft een kwart van de respondenten aan meer dan 12 keer direct betrokken te zijn geweest bij euthanasie. Bij enkelen lag de frequentie veel hoger: 50 keer of meer.
Een van Magnussons belangrijkste bevindingen is dat er sprake is van een 'euthanasia underground' die ontstaan is rondom de gay community en de praktijk van HIV-geneeskunde. Deze ondergrondse beweging is een verborgen ,,keten van informele samenwerking tussen geneeskundigen die zwijgend instemmen met hulp bij zelfdoding, die vergemakkelijken of er direct deel aan hebben'' die buitengewoon effectief is in het beschikbaar maken van euthanasie.
Magnusson schrijft dat de ondergrondse euthanasie-praktijk vooral gekenmerkt wordt door een gebrek aan professionaliteit. ,,Omdat euthanasie een onder-de-tafel procedure is, wordt er geen controle op uitgeoefend, is er niemand aansprakelijk, zijn er geen criteria om betrokkenheid te meten en weinig betrouwbare strategieën om de dood te voltrekken.''
Onder deze omstandigheden wordt er vaak 'een potje van gemaakt', worden patiënten en hulpverleners dikwijls onder druk gezet, raken artsen op haastige, slordige wijze betrokken bij zaken waar ze weinig van afweten, komt euthanasie voor bij patiënten wier situatie niet uitzichtloos is, en is er sprake van een ,,alles overheersende cultuur van misleiding''.
Daar waar euthanasie verboden is blijken de strafrechtelijke autoriteiten buitengewoon terughoudend: artsen worden nauwelijks vervolgd. Magnusson constateert dat in Australië, de VS en Groot Brittanië artsen vrijwel nooit voor het gerecht gedaagd worden - en daar had hij België en Frankrijk nog aan toe kunnen voegen. Het 'vervolgen van de daders' blijkt geen reële optie.
Magnussons belangrijkste conclusie luidt dat een absoluut verbod op euthanasie vooral leidt tot het ontbreken van effectieve controle. Het verbod werkt niet en kan eigenlijk niet werken, maar maakt het wel onmogelijk iets te doen aan de vele tekortkomingen van de ondergrondse euthanasie-praktijk.
Is het glas in Nederland dan half vol of half leeg? Magnusson is naar aanleiding van zijn onderzoek een voorzichtige en genuanceerde aanhanger van het eerste perspectief. En terecht. Als je de Nederlandse euthanasie-praktijk vergelijkt met de situatie die Magnusson beschrijft is het moeilijk vol te houden dat Nederland bezig is een glas, dat voorheen vol was en elders nog steeds vol is, leeg te laten lopen. In tegendeel, waar elders een leeg glas toegedekt wordt met het schaamlapje van een taboe is het glas in Nederland nu al half vol en er wordt gewerkt het glas nog voller te krijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.