recensie In het energiek voortrazende 'Cidade de Deus' geen overzicht van de plaats van handeling ofwel de sloppenwijken van Rio de Janeiro, maar in de eerste scène pardoes met een bende jongetjes achter een kip aan.
Een hectische achtervolging: snelle montage, gekrijs, fladderende veren in smalle steegjes. Het is een komisch absurd begin van een film die nog veel meer absurde scènes bevat maar verder weinig reden tot lachen geeft.
In samenwerking met de Noors-Braziliaanse documentairemaakster Katia Lund tekent Meirelles de geschiedenis van de sloppen vanaf de jaren zestig, toen de huizen werden gebouwd, tot en met de jaren tachtig, waarin drugs en dealers er de dienst uitmaken. Hij baseerde de film op de gelijknamige episodische roman van Paolo Lins die in de 'favelas' opgroeide en van binnenuit verhaalt over psychopatische gangster-leiders als Zé Pequeno (die op 9-jarige leeftijd al een heel bordeel uitmoordt) en onhandige misdaad-muurbloempjes als de observerende ik-figuur Buscapé. Meirelles bewerkte de kleuren op video (waardoor het jaren zestig-deel warm zandkleurig oogt, en de latere jaren steeds killer) wat de film een glamoureuze uitstraling geeft, maar tegelijk ook genoeg abstraheert van de werkelijkheid om de wreedheden draaglijk te maken.
Het schijnt dat 'Cidade de Deus' Braziliaanse ogen opent. Zo zegt president Lula na het zien van deze film zijn veiligheidspolitiek te hebben aangepast.
Voor Europeanen is het onvoorstelbaar dat zoveel geweld zo gewoon is dat je deze film nodig hebt om het te gaan zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.