*

 

Een laatste zetje bij de fietsles

Armand Serpenti − 29/01/03, 00:00

recensie De Boy Edgar Prijs, de belangrijkste Nederlandse jazzprijs, wordt vandaag in het Amsterdamse Bimhuis uitgereikt aan contrabassist en componist Tony Overwater (1965). ,,Het voelt alsof je bij het leren fietsen een laatste zetje krijgt, waarna je alleen verder moet.''

De prijs bestaat uit een wisseltrofee en een bedrag van twaalfenhalfduizend euro. ,,Maar belangrijker nog zijn de publiciteit en de concerten die eruit volgen'', zegt Overwater. Van het prijzengeld kocht hij alvast een viola da gamba. ,,Tijdens mijn studie woonde ik in een huis met barokmuziekstudenten. Een van hen speelde gamba en ik jamde vaak met hem. Het viel me op hoe dicht de klank van onze instrumenten bij elkaar staat. De contrabas is eigenlijk een grote viola da gamba, ze horen tot dezelfde familie.'' Het barokinstrument is uit de gratie geraakt, maar Overwater wil het terugbrengen op het podium en er Arabische muziek op spelen. Daarvan raakte hij in de ban tijdens zijn tournee met het Yuri Honing Trio door het Midden-Oosten.

De muzikaal breed onderlegde bassist speelde onder meer popmuziek van Joni Mitchell, bracht een cd uit met werk van Oscar Pettiford (een jazzbassist uit de jaren veertig, vijftig) die hem een Edison opleverde, componeerde muziek voor ballet en film en staat op de planken met Oriënt Express: het Yuri Honing Trio uitgebreid met musici uit het Midden-Oosten. Daarnaast deed hij verschillende projecten met kinderboekenschrijver Max Velthuis. Binnenkort verschijnt hun album 'Kikker swingt', waarop Overwater met zijn kwintet speelt terwijl Velthuis verhalen vertelt. Sinds enkele dagen ligt 'Faces of China' (Challenge JIM 0075148) in de schappen, een multimedia-cd inclusief videoclip, gebaseerd op de muziek die Overwater schreef voor een documentaire over drie Chinese dichters.

Crossover vindt hij in dit verband een verkeerde term. ,,Functionele muziek klinkt beter, muziek aangepast aan een bepaalde situatie. Net als mijn vader, een architect, krijg ik graag opdrachten. Ik zie mezelf niet zozeer als componist maar als een muzikale vormgever die flinke vrijheid laat voor de mensen of het medium waarvoor hij schrijft.''

De elektrische basgitaar was Overwaters eerste serieuze instrument, hij was toen al vijftien. ,,Ik was gek van Sting, wilde jazz spelen en koos dus al snel voor de contrabas.'' Op het conservatorium van Den Haag kwam zijn talent tot bloei in workshops met bassisten als Charlie Hayden, Dave Holland en Ray Brown. Nog voor hij afstudeerde toerde hij al met de illustere Amerikaanse saxofonist David Murray.

,,Dat was een klein wonder. Murray kwam naar Den Haag zonder bassist; die lag in het ziekenhuis met een maagperforatie van de drank. Zijn vervanger klonk verschrikkelijk. Om op te scheppen tegenover een vriendinnetje zei ik tegen de eveneens aanwezige directeur van het conservatorium dat ik wel beter kon. Hij bracht me backstage en haalde Murray over mij een kans te geven. Eén nummer werd een hele set en uiteindelijk mocht ik met hem mee op zijn Europese tournee. Een jongensdroom kwam uit, maar mijn vriendinnetje was niet onder de indruk; wat moet je nog meer uit de kast halen?''

Dat daar heel wat in zit blijkt onder meer uit Overwaters veel geroemde klare toon en opvallend melodische spel waarmee hij, vanavond tijdens de prijsuitreiking, langs een gevarieerd repertoire van jazz, Arabische en popmuziek fietst.

mailIcon print |