recensie Jarenlang stond Steven Spielberg met films als 'Jaws' en 'Jurassic Park' synoniem met de blockbusterindustrie die Hollywood sinds de jaren zeventig in de greep houdt. Pas sinds 'serieuze' films als 'Schindler's List' en 'Saving Private Ryan' wordt Spielbergs onmiskenbare talent alom bejubeld. Maar eigenlijk laat hij juist met 'Catch Me If You Can', zijn luchtigste film ooit, zien hoeveel vakmanschap en technische gratie nodig is om van een publiekskomedie een uitstekende film te maken.
'Catch Me If You Can' vertelt het ongelofelijke, maar waargebeurde verhaal van Frank Abagnale Jr. (DiCaprio), een charmante jongeman die zich in de jaren zestig, nog voor zijn twintigste levensjaar, voordoet als piloot, kinderarts en jurist en met zijn bedrog miljoenen dollars opstrijkt. Jarenlang wordt hij nagezeten door verbeten FBI-man Carl Hanratty (Hanks) die keer op keer bij de neus wordt gevat door de jonge oplichter. Vanzelfsprekend zou Spielberg zichzelf niet zijn als hij dit bedriegersverhaal niet zou verweven met een favoriet thema: het verlangen van gekwetste zielen naar familiewarmte.
Hilarische sequenties worden zo afgewisseld met emotionele momenten tussen Frank en zijn melancholische vader Frank Sr. (Walken) en bizarre confrontaties tussen Frank en Hanratty, de kat en muis die al gauw niet meer zonder elkaar kunnen.
Een minder begaafd regisseur zou Abagnale's gelijknamige autobiografie vermoedelijk even vlot kunnen verfilmen, maar Spielbergs meesterschap zit 'm in de details. Een wijnvlek in het tapijt dat zowel het zorgeloze liefdesgeluk van Franks ouders symboliseert als een onheilspellende voorbode vormt van hun toekomst. Een bankbiljet dat onder een deur doorwaait en Franks vluchtweg verraadt.
Het zijn verrukkelijke details die duiden op het precisiewerk van Spielberg en zijn medewerkers. Spielbergs vaste cameraman Janusz Kaminski met zijn elegante fotografie, huiscomponist John Williams die zijn fraaie jazzy score naadloos laat overgaan in Sinatra's 'Come Fly With Me', de efficiënte, kleurrijke vormgeving van Jeannine Oppewall, tezamen bieden ze een licht-ironisch kijkje in dat 'onschuldige' tijdperk waarin FBI-agenten hoeden droegen, de luchtvaart synoniem stond voor avontuur en glamour en een man met geld zich liet kleden als James Bond.
Met zulke ervaren filmmakers is het geen toeval dat alles op z'n plaats valt.
Eigenlijk stelt maar één ding aan 'Catch Me If You Can' teleur: dat de eindcredits niet net zo schitterend zijn als de in grafische grapjes verpakte, Jacques Tati-achtige begintitels.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.