recensie Opgetrokken uit chique grijs leisteen rijst achter het stadhuis van Eindhoven een imposante burcht op. In deze monumentale veste mag de cultuur zich veilig weten. Architect Abel Cahen is de schepper van dit totaal vernieuwde Stedelijk van Abbemuseum. Met de opening vandaag door koningin Beatrix komt een einde aan een bouwperiode van zeven jaar waarin de oorspronkelijk gestelde renovatieplannen gedurende lange tijd omstreden waren.
Als het aan de vele tegenstanders van de komst van het vernieuwde museum had gelegen, was dit gebouw er nooit gekomen. Tot aan de hoogste macht werden veranderingen aan de oudbouw bestreden. Met succes, want het oude front inclusief het malle torentje is onverkort gehandhaafd. En juist die oude gevel, zo afwerend ogend door het gebruik van een grove baksteen die nergens een blik in het interieur mogelijk maakt, verleende aan het museum zo'n pessimistische sfeer. Terwijl er binnen toch zo veel moois te zien is dat zijn basis vond in de jaren '20 toen de grondslagen werden gelegd voor de huidige, moderne kunst.
Het was de huidige directeur Jan Debbaut al sinds zijn komst in 1988 een doorn in het oog dat het gebouw in alle opzichten tekort schoot om de collectie een waardig onderdak te bieden. Daarvoor waren nodig meer ruimte voor de verzameling, meer plek voor de wisselexposities en betere publieksvoorzieningen. Toen de keus was gevallen op architect Abel Cahen -die nooit eerder ervaring in het ontwerpen van een museum had- volgde een wereldreis langs tientallen musea.
Cahen moet daar hebben begrepen wat het wensenpakket van Debbaut was. In het nu gerealiseerde ontwerp zijn uiteenlopende elementen verwerkt uit de internationale museumbouw. Zo lijkt de brug op de hoogste verdieping in de toren rechtstreeks aan het ontwerp van Hans Hollein voor Mönchengladbach te zijn ontleend. Zonder de nadruk te leggen op deze modieuze aspecten is het vernieuwde Van Abbe in feite een tijdloos ontwerp geworden. Cahen is niet een aanhanger van welke stijl in de architectuur dan ook. Hij refereert soms aan het deconstructivisme door de centraal geplaatste toren een zijwand te geven die uit het lood hangt, maar anderzijds oogt het gebouw heel functionalistisch door het gebruik van geometrisch bepaalde lijnen.
Cahen heeft elk bouwelement een dienende rol willen geven. Het museum is er voor de kunst, voor de bezoekers, hoe ongenaakbaar het ook van buiten oogt. Wie binnenkomt moet zich welkom weten. En ook al is er nog geen duidelijk wandeltraject, de eerste kunstwerken verleiden de bezoekers om een stap verder te maken. Strakingerichte publieksruimtes (ontworpen door Maarten van Severen) vragen er eveneens om te worden bezocht. De architect heeft daar een scala van ruimtes aan toegevoegd waar kan worden gerecreëerd. Zo is de begane grond opengeknipt om de bezoeker gelegenheid te geven naar buiten te kijken.
Ook de 26 meter hoge toren die niet meer is dan een trappenhuis, werkt als een middel tot ontspanning. Natuurlijk heeft deze ruimte primair de taak het voetgangersverkeer te regelen, maar ook zijn van hier uit mooie doorkijkjes door het gebouw en op de getoonde kunst te krijgen. Voor deze ruimte kreeg Douglas Gordon het verzoek om teksten en uitspraken op de trapwanden te schrijven. Bij het beklimmen of afdalen van de trap werken die teksten tamelijk vervreemdend: elke keer verandert de betekenis en ook het perspectief van de ruimte.
Het Van Abbe heeft de opening van het vernieuwde museum aangegrepen om werkelijk elke openbaar toegankelijke ruimte met kunst vol te hangen of te plaatsen. Dus hangen of staan er op een oppervlakte van 2425 vierkante meter nu zo'n 300 werken, of tien procent van de verzameling. ,,We willen zelf ervaren wat de mogelijkheden zijn die het gebouw te bieden heeft. Pas in september begint het reguliere expositieprogramma. Maar dan nog zullen permanent nieuwe delen van de collectie zichtbaar blijven,'' zo benadrukte Debbaut eerder deze week.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.