recensie Nog altijd bestaat een groot deel van pastorale, kerkelijke activiteit in prediking, catechese, liturgie, dopen, trouwen, begraven. Maar vooral in oude stadswijken is veel daarvan verdwenen. Wegtrekken dan maar? Een bekeringsoffensief? Geen van beide, zeggen velen. Alleen maar 'er zijn' ofwel 'presentie'. Nieuw werk voor theologen.
Een verpleegkundige heeft in de loop der jaren zo vaak doodzieke mensen geholpen en ondertussen hun levensverhalen aangehoord dat ze besluit pastor te worden. Dan zal ze zich pas echt helemaal kunnen wijden aan al die vragen en twijfels over zin en dood en schuld, gelooft ze. Haar aandacht voor het geestelijke in de mens staat misschien in hoger aanzien dan het wassen, tempen, voeren, de po's, de pillen van nu, maar zal ze op de stoel naast het bed wel dichter bij de zieke zijn?
Ooit was alle hulp een vorm van goed nabuurschap; de laatste decennia zijn de professionals gekomen, een kaste van betaalde veldwerkers aan de basis, daarboven de (beter betaalde) doctorandussen, managers en mandarijnen voor het coördineren, stroomlijnen en innoveren -allemaal gebonden aan werktijden, werkdoelen, profijtberekening, tijdpaden, productiviteit, methodieken, kantoren en loketten.
Maken zij de buurvrouw overbodig, die geen deskundigheid, strategie of oplossingen heeft, die alleen maar tijd en zichzelf geeft?
Al lange tijd zijn binnen het eigensoortige circuit van kerk en pastoraat twee tendensen. De ene is de roep om professionalisering, specialisatie en verzakelijking, de andere die naar wat met een vakterm heet de presentie. Vooral in de steden waar de gebrokenheid van de samenleving op z'n schrijnendst is, is nog maar weinig emplooi voor kerkgebouwen en kerkdiensten, ook niet voor evangelisatie - elke gedachte aan uitbreiding van de zaak, omzetvergroting, klantenwerving is opgegeven. Er zijn is het bescheiden doel.
Pastoraat als simpele 'presentie' klinkt sympathiek, belangeloos, haast romantisch, maar het is inmiddels zelf een specialisatie geworden, met een uitgewerkte theorie van de presentie, presentie-theologie, je kunt er pastoraal-theologische analyses op loslaten. De werkverslagen van pastores die volgens het presentiemodel werken zijn net zo goed te fileren en brengen net zo goed onuitgesproken drijfveren en vooroordelen aan het licht als bij de hulpverleners die van bazen moeten scoren.
Een paar jaar geleden schreef prof. Andries Baart zijn handboek 'Een theorie van de presentie', 850 pagina's, met analyse en doordenking van de volgehouden hulpverlening aan de 'sociaal overbodigen', mensen aan wie de pastor, de straathoekwerker, de buddy weinig eer kan behalen.
Baart, geen theoloog maar sociale-wetenschapper, is door pastores en godgeleerden omhelsd als een soort seculiere kerkvader, omdat hij zo helder een kader en een fundament biedt voor wie gelooft dat lotsverbondenheid duurt ook zonder meetbaar succes.
Baart verzekert dat hij niets tegen de bestaande hulp- en zorgcultuur en beoefenaars heeft, maar zijn scepsis over een kille wereld van paperassen, volle agenda's, schaarse tijd, van geslaagde helpers met dito salarissen enerzijds en een mislukte clientèle anderzijds verbergt hij niet echt.
En zoals Baart een al bestaande praktijk van een theorie voorzag, kon vervolgens de theologie daar weer op doorborduren. De Katholieke theologische universiteit in Utrecht heeft 'presentie-pastores' in stadswijken hun verhalen laten opschrijven voor wetenschappelijk onderzoek. De aandoenlijke presentie-benadering van de lieve buurvrouw is dan goedbeschouwd al dubbel door de professionele mangel gehaald.
Het resultaat van die verhalen, analyses en kritische doordenking is nu gebundeld in 'Present' en verschijnt vanmiddag, op een studiedag van het theologisch instituut Luce. Uit de bundel blijkt dat deze kerkvorm van de zachte krachten toch valt af te rekenen. Aan wie spenderen deze pastores hun niet geklokte tijd? Met wie in de buurt hebben ze nooit contact, wie vallen buiten hun vizier? Waarom? Eén pastor schrijft in haar verslag behoorlijk narrig over een dominee die achter haar om een stervende man -háár contact- doopt. Het bewijs lag 'als een paspoort voor de hemel' op het nachtkastje. Zelf had ze eerder de man bij wijze van laatste zegen een zoen op het voorhoofd gedrukt.
Terloopse zinnetjes in een werkverslag. En mooi materiaal in de handen van een kritische geleerde die hier van alles uit afleidt over de kijk van de pastor op haar eigen rol, op de collegae in het werkveld, op rituelen, regels, kerk en op de grens tussen een huiver voor en een taboe op de grote woorden. Daarmee heeft de presentie-benadering haar romantiek en eerste onschuld natuurlijk wel wat verloren.
Maar Andries Baart draait het perspectief nog één keer om. Theologen en theologiestudenten kunnen in studie van die weerloze, alledaagse, weinig opzienbarende verhalen van de presentie veel over zichzelf leren, de eigen ongedurigheid, de vreemde ratio van dit soort werk. Mooi en heilzaam, noemt hij de presentiepraktijk, maar voor wie dat van de buitenkant wil ontdekken ook 'een helse klus'.
Present, theologische reflecties op verhalen van Utrechtse buurtpastores. A. Baart en
F. Vosman (red.) Uitgave Lemma, euro31. Bij dezelfde uitgever verschenen 'Een theorie van de presentie'(A. Baart, euro45) en 'Dagboek van een kerk- en buurtwerkster'(euro9,90).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.