*

 

Als een mantelpakje van Chanel

Monic Slingerland − 07/02/03, 00:00

recensie Elk jaar zijn er wel 900 volwassenen die besluiten katholiek te worden. In twaalf tv-programma's volgt de KRO een aantal van hen op hun weg naar het ja-woord. Trouw-redacteur Monic Slingerland schreef een bijbehorend boek, met daarin praktische informatie voor de nieuwe katholiek. Een voorpublicatie.

Met een tang houdt koster Nico Geelen van de Sint Catharinakathedraal in Utrecht een zwart kooltje in de vlam van een kaars. ,,Kijk, als je die sterretjes eromheen ziet dansen weet je dat het heet genoeg is.'' De gloeiende kool gaat in het wierookvat, er komt een schep wierook op die er al gauw uitziet als een pruttelpap en daar verschijnt een kringel rook. De bekende geur verspreidt zich.

,,Dat deze wierook al zo snel gaat roken komt door mijn speciale behandeling.'' De koster laat een ouderwetse handkoffiemolen zien. Daarin gaat de speciale kerkwierook, die lijkt op brokken kandijsuiker. ,,Deze ruikt het lekkerst. Maar de korrels zijn heel grof, daardoor gaat het pas na lange tijd roken. Ik maal de korrels fijn, dan is het oppervlak groter en slaat hij meteen aan. Het is gewoon natuurkunde, hoor. Als ik echt een deken van wierook wil leggen, maal ik ze twee keer.''

In de sacristie, een van de kamers in het kerkgebouw, laat hij de voorraden zien. Pakken wierook, maar ook zakken met hosties, die hij met een paar duizend tegelijk inkoopt. Miswijn, goedgekeurd door de Nationale Raad voor de Liturgie, en de oliekaarsen voor de godslamp, die in de kerk altijd brandt ten teken van Gods aanwezigheid.

En de strijkplank, want de koster strijkt vele uren per week. De witte onderkleden voor de priesters, de witte bovenkleden voor de misdienaars, de altaarkleden, de doekjes voor over de kelk voor de miswijn.

De geur van wierook hoort tot de zinnenprikkelende kanten van de katholieke kerk. In de dikte van de rook verraadt zich het karakter van de parochie. Smaken verschillen. De een is pas tevreden als wierookdampen het zicht tot vijf meter beperken, een ander vindt het welletjes als er maar een kringeltje rook uit het wierookvat komt. De voorschriften zorgen ervoor dat het nooit te gek wordt: er mag maximaal vijf keer per mis gewierookt worden.

Loop een katholiek kerkgebouw binnen en het eerste dat opvalt is het altaar. In een katholieke viering gaat het niet zozeer om het luisteren naar de preek, maar vooral om het met elkaar delen van brood en wijn, de eucharistie. Zo vieren de gelovigen dat Christus aanwezig is, hier en nu. Protestanten vieren dat natuurlijk net zo goed, en het is dezelfde Christus die dan aanwezig is, maar het accent ligt net wat anders.

Protestanten houden toch vooral het hoofd koel, als het gaat om verheven onderwerpen als de zin van het leven. Bij die richting van het christendom vindt men dat een kerkganger het meest gebaat is bij weloverwogen woorden, uitgesproken door een verstandige predikant. In een protestants kerkgebouw trekt daarom de preekstoel de meeste aandacht. Katholieken vinden woorden minder belangrijk als het gaat om het samen ontmoeten van God, al gaan ze er steeds meer waarde aan hechten en zijn er ook hier voorgangers die een aardige preek kunnen houden. Maar het gaat hen vooral om het vieren met brood en wijn. Dat is voor katholieken de kern van het gemeenschappelijke beleven van het geloof.

Vraag een doorgewinterde katholiek wat nu echt kenmerkend is voor dit geloof en er zullen antwoorden komen als: wierook, lekkere hapjes na de paasnachtmis, kaarsen branden voor het Maria-altaar of de rode tegels op de vloer van de kerk. Uiterlijkheden, inderdaad. Maar wel uiterlijkheden die iets zeggen over de inhoud van het geloof.

Hoe nauw dat luistert vertelt een van de zusters clarissen van klooster Sint-Josephsberg in Megen. Ooit ging ze als twintigjarige op zoek naar het klooster van haar dromen. Ze ging poort in, poort uit, maar steeds wist ze: dit was het niet. Op een dag was ze terechtgekomen bij een klooster van franciscanessen dat haar was aangeraden door een behulpzame pater. Ze vertelt over die dag, meer dan veertig jaar geleden. In een kamertje van het franciscanessenklooster zat ze te wachten tot de moeder-overste haar te woord zou staan. Ze keek naar het behang dat tegen de wand van de wachtkamer zat en ze wist: dit is niet de plek waar ik hoor.

Niet de geloofsopvatting, niet de vorm van het getijdengebed, niet de hoeveelheid wierook, zelfs niet de liederen die gezongen werden, maar iets banaals als het behang liet haar weten dat ze verder moest zoeken. Toen ze daarna bij de clarissen kwam, waar ze nooit van gehoord had, en in de gang stond van het toen onverwarmde klooster, wist ze dat ze op haar plek was. ,,Ik weet het nog precies. Ik stond in de gang, naast dezelfde kist die er ook nu is en ik wist: ik ben Thuisgekomen. Niet gewoon onderdak, maar Thuis met een hoofdletter.''

Dat het koud was in het klooster, dat de zuster die opendeed blote voeten had, dat hield haar niet tegen. Weer moest ze wachten in een kamertje. Plotseling klonk achter haar een stem, die haar vroeg wat ze kwam doen. ,,Ik draaide mijn hoofd om en zag toen tralies. Daarachter stond de abdis. Van die tralies schrok ik wel. Veertig jaar geleden was het klooster nog echt gesloten, maar ik had me dat helemaal niet gerealiseerd. Het innerlijk weten dat mijn diepste verlangen hier lag was zo sterk, dat het tegen alles inging. De tralies waar ik niet op zat te wachten, de kou, ze konden me niet tegenhouden.''

Kort daarna kwam ook in dit clarissenklooster de discussie over de openheid, in gang gezet door het Tweede Vaticaans Concilie, begin jaren zestig. De zusters besloten de tralies af te schaffen en later kwam er ook verwarming. Maar daarmee bleef Sint-Josephsberg toch de plek voor deze zuster.

Het woord katholiek betekent niets anders dan 'algemeen'. Het is wel een toepasselijke aanduiding, want zie maar eens in een paar woorden te omschrijven wat 'katholiek' nu eigenlijk inhoudt. Dat valt echt niet mee. Noem maar op: het geloof in God, Jezus en de heilige Geest is niet typisch katholiek, maar algemeen christelijk. Protestanten, leden van pinkstergemeenten en oosters-orthodoxen geloven dat net zo goed. Zoiets als naastenliefde, respect voor elkaar en streven naar het goede, dat is te vinden bij alle mensen met een beetje goede wil, of ze nu wel of niet iets geloven. Wierook, kaarsen en rituelen zijn er ook bij oosters-orthodoxe vieringen, nog veel meer zelfs dan bij rooms-katholieke.

De benedictijn abt Adrianus Lenglet, van abdij Sint Benedictusberg in Mamelis bij Vaals, kan wellicht meer helderheid brengen. Wie de kerk van dit benedictijner klooster binnenloopt, zou kunnen denken dat het een ouderwetse gereformeerde kerk is. Iedere vorm van opsmuk ontbreekt. De ramen, de zuilen, de kerkbanken, alles is recht, sober en kaal. Er is nauwelijks kleur in de kerk. De houten kerkbanken zijn grijs en het lijkt alsof de verfpotten uitgeschraapt zijn om alles nog net met een laagje verf te kunnen bedekken. Met hun metalen poten zonder kraak of smaak doen de kerkbanken aan werkbanken denken. In het hout zijn de klinknagels te zien.

De abdij Sint Benedictusberg is een jong klooster: de kerk is voltooid in 1968, het kloostergebouw in 1986. Ze zijn ontworpen door de in 1991 overleden monnik-architect pater Hans van der Laan. Wat is er katholiek aan deze kale kerk? In een van de spreekkamers van de abdij, even kaal en sober als de rest, legt abt Adrianus Lenglet uit dat hij zich in deze omgeving toch een moderne, katholieke monnik voelt. De kaalheid van Sint Benedictusberg drukt geen afkeer van de wereld uit, maar juist grote aandacht voor wat er hier en nu is. Aan de vormgeving van alles in deze abdij is buitengewoon veel aandacht besteed, van ramen, muren, banken, kruisbeeld en liturgie tot de kleding van de monniken toe. Waarmee deze abdij de geraffineerdheid blijkt te hebben van een mantelpakje van Chanel: het lijkt eenvoudig maar kenners zien dat het topkwaliteit is.

Lenglet schenkt koffie in, biedt koekjes aan en legt uit wat het verschil is tussen deze sobere kant van het katholieke geloof en het calvinisme. ,,Het uitgangspunt van dit huis is hetzelfde als wat calvinisten in een bepaalde vorm ook beogen: de geloofspraktijk ontdoen van wat ons kan afleiden, wat niet nodig is. Maar Calvijn heeft daarbij de zintuigelijke ondergrond weggelaten, om de gelovigen niet in verleiding te brengen.''

En dat zintuigelijke zit juist heel sterk in deze katholieke architectuur. ,,De architectuur van Van der Laan laat sterk Gods heiligheid voelen, wat boven onze menselijke vermogens uitgaat. Dat is inderdaad algemeen christelijk en niet voorbehouden aan katholieken alleen. Maar, en nu komt het, het drukt ook uit dat God is geïncarneerd in het hier en nu.''

Dat is dus het katholieke van dit sobere klooster: de buitengewoon grote aandacht voor de vormgeving van alles wat hier is: gebouw, liturgie, de kerkbanken, het kruisbeeld, de miskelk, de boeken waaruit de monniken zingen, tot hun kleding toe. En die aandacht komt voort uit het besef dat God in alles aanwezig is, ook in de tastbare dingen die door mensen gemaakt zijn. ,,In de katholieke beleving is ook het aardse belangrijk. Daarbij moeten we van alles gebruikmaken. De liturgie is niet louter denken aan God of herdenken van God. In de tekens van de liturgie is God ook reëel aanwezig.''

Acht keer per dag komen de monniken bij elkaar in de kerk voor een gebedsviering of een eucharistie. Zij zitten in de koorbanken, die net zo op werkbanken lijken als de kerkbanken waarin de kerkgangers zitten. Tijdens die vieringen valt op dat de monniken onhandig lange mouwen aan hun habijt hebben. Steeds als ze een boek pakken of hun handen vouwen, moeten ze met een elegant gebaar hun handen vrijmaken zonder hun mouwen op te stropen.

Die lange mouwen zijn inderdaad onpraktisch, geeft abt Lenglet onmiddellijk toe. Maar dat is juist de bedoeling. Hij vertelt dat het habijt van de monniken van Sint Benedictusberg is gemaakt uit rechte lappen in tegenstelling tot het gangbare benedictijner habijt, dat meer op het lichaam is toegesneden. Dat betekent dat de monniken van Mamelis zich met hun lichaam moeten voegen naar dit kledingstuk. Ze moeten er echt aan wennen, het gaat niet vanzelf.

De functie van dit een tikje onhandige ontwerp is, de drager ervan er steeds op te wijzen dat hij zich altijd persoonlijk moet inspannen om uitdrukking te geven aan zijn band met God. Dat klinkt mooi, maar aangezien de monniken zelf geen ontwerp van Van der Laan zijn, maar door God geschapen met een eigen wil en persoonlijkheid, gaat dat aanpassen vast niet altijd zo gemakkelijk en volgens de voorschriften.

Wat onmiskenbaar katholiek is aan Sint Benedictusberg, is dat er gregoriaans wordt gezongen en de vieringen in het Latijn zijn, op een enkele na. ,,Daarmee geven we de de binding aan met de geschiedenis van de kerk en houden we de kerkelijke cultuur levend.'' Sinds midden jaren zestig worden er in Nederland niet veel Latijnse missen meer gehouden. Gregoriaans en Latijn zijn alleen voor de oudere katholieken vertrouwd en bekend. Dreigt zo'n Latijnse mis niet vooral vorm en steeds minder inhoud te worden? Iedere liturgie moet iets afstandelijks hebben, mits niet te veel, vindt abt Adria nus Lenglet. ,,Wie over de drempel van de kerk stapt, komt een andere wereld binnen, een wereld die aansluit bij onze diepste verlangens. Taal fungeert er ook anders dan in de gewone omgang met elkaar. Mensen worden getroffen, juist doordat het anders is. Dat intrigeert, dat prikkelt, dat boeit. Zo is het geloof in staat ons uit te tillen uit de alledaagse werkelijkheid, ons op te tillen uit het horizontale vlak.''

Dit is een bekorte versie van hoofdstuk 4 uit: Monic Slingerland, Word toch katholiek. Praktische handreiking bij een innerlijk proces. Ten Have, Baarn, 160 blz., 14,95 euro. Het boek ligt vanaf 1 maart in de boekhandel. U kunt het boek nu alvast bestellen door 12,45 euro over te maken op gironummer 91133 t.n.v. Trouw Amsterdam o.v.v. 'Word toch katholiek' of via internet: www.trouw.nl/webshop.

mailIcon print |