recensie Een recente Franse roman over pedofilie werd door de uitgever voorzien van een stevig cellofaan met de waarschuwing: dit is fictie, met schokkende passages. De eerste editie, zonder cellofaan, nam uitgever Gallimard terug uit de boekhandels nadat van verschillende kanten was gevraagd om een verbod op het boek. De Franse minister van binnenlandse zaken en Antoine Gallimard kwamen toen in een goed gesprek tot het compromis van het cellofaan. Frankrijk richting het poldermodel.
Dertig jaar geleden ging dat anders. In de Franse staatscourant verscheen op 22 oktober 1970 het bericht dat 'Eden Eden Eden' van Pierre Guyotat niet verkocht mocht worden aan personen onder de achttien, dat het niet in de schappen van de boekhandel mocht liggen en dat Antoine's vader, Claude Gallimard, er geen reclame voor mocht maken. Elf jaar bleef deze censuur van kracht, alle protesten van de Parijse goegemeente ten spijt. Het boek was pornografisch en daarmee uit.
'Eden Eden Eden' is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald. Dankzij de eigenzinnige uitgeverij IJzer kan het Nederlandse publiek twee dingen constateren: ten eerste dat het boek inderdaad waanzinnig pornografisch is in de zin dat op elke pagina wel een of andere, meestal meerdere vormen van seks beschreven staan, en vervolgens dat het niet pornografisch is in de betekenis van zinnenprikkelend.
,,de donkere stapt opzij, gaat rechtop voor de schandknaap staan, ogen vast in hun kassen, wijdbeens, met de strakke naad in zijn reet, hij neemt zijn glanzende lid in de hand, spuugt erop, smeert het kwijl uit over de eikel, werpt zich op de schandknaap, dwingt hem op zijn knieën, duwt de met kwijl ingesmeerde eikel tussen zijn lippen; de kale veegt de met zand opgedroogde stront van zijn schedel' enz.
Of je Guyotats stijl 'mitrailleurvuur' noemt of een eindeloze opsomming, is afhankelijk van het tempo waarin je leest. 'Eden Eden Eden' heeft geen plot, geen verhaal, geen duidelijk tijdsverloop. Er is uitsluitend masturbatie, penetratie en ejaculatie. Het grootste deel speelt zich af in een soldatenbordeel (met een jongens- en een meisjeskant), een kleiner deel ergens in een woestijn.
Guyotat verweerde zich in 1970 in het literaire tijdschrift Tel Quel tegen het verwijt van monotonie. ,,Geen twee figuren zijn hetzelfde in deze tekst, echter als geheel beschrijft 'Eden Eden Eden' een enkele daad, de seksuele daad, voorgesteld in zijn generieke vorm. Dérrida schrijft over deze monotonie dat zij 'onuitputtelijk' is.' De seksuele drift is voor Guyotat geen kracht in de mens, maar een oerkracht die zich van de mens bedient en maling heeft aan esthetica, liefde, laat staan de kuisheid die mensen aangrijpen om haar in te tomen. ,,Er zit zoveel psychologie aan een mens dat de verleiding groot wordt om alleen nog maar het beest te bestuderen', verklaarde Guyotat.
Met 'het beest' bedoelde hij zowel het dierlijke in de mens, als de slangen, apen, en kamelen die het hunne bijdragen aan de 'onuitputtelijke monotonie' in Eden. Met het drie keer herhaalde titelwoord wilde Guyotat verwijzen naar een drie-eenheid van man, vrouw en beest.
Valt de Franse censuurmaatregel te begrijpen? Het boek zet niet aan tot verboden gedragingen en is niet grievend voor bepaalde personen in het bijzonder. Dat velen er aanstoot aan nemen is geen grond voor een verbod. Waarschijnlijk zag de Franse minister twee jaar na '68 een allerlaatste hek van de dam verdwijnen, en kon hij een schrikreactie niet onderdrukken. Terwijl er eigenlijk weinig gevaar schuilt in 'Eden Eden Eden'. Om het uit te lezen moet je geïnteresseerd zijn in de literatuuropvatting van Tel Quel en Guyotat, perverselingen zullen elders aan hun trekken willen komen. Guyotat heeft een literair experiment uitgevoerd, dat geen maatschappelijke onrust hoeft te veroorzaken. Opmerkelijker dan de hoeveelheden sperma, kwijl, zweet en bloed in het boek is dat er geen echte personages in voorkomen.
Michel Foucault prees in een open brief aan Guyotat het ontbreken van een duidelijke plaats- en tijdsaanduiding in 'Eden'. De lezer kon daardoor geen afstand nemen van het beschrevene; anders dan bij Guyotats vorige boek kon hij 'Eden' niet wegleggen met de gedachte: dat gaat over de oorlog in Algerije, dat gaat niet over mij. (Guyotat vocht als Frans dienstplichtige in de onafhankelijkheidsoorlog totdat hij in 1962 wegens 'aantasting van het moreel der troepen' in de militaire gevangenis belandde.) In plaats daarvan zou de lezer, volgens Foucault, verdwalen in een 'mist van de absolute nabijheid'.
Dat valt te bezien, want het hoge experimentele karakter biedt de lezer een minstens even grote uitvlucht om het beschrevene op afstand te houden. De 'onuitputtelijke monotonie' is een mooie paradox. Maar Guyotat is uiteindelijk voor de letteren wat Schönberg is voor de muziek. ,,Iemand moest Schönberg zijn' verzuchtte de componist ter rechtvaardiging van zijn experimentele muziek. Zo moest ook iemand Guyotat zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.