*

 

Tin voelt zich veiliger onder de grond

Peter de Boer − 18/01/03, 00:00

recensie De Australische Sonya Hartnett heeft zo'n twaalf jeugdromans op haar naam staan. Ze doet daarin weinig concessies aan haar jeugdige publiek. Lange zinnen zijn bij haar niet taboe, ze vermijdt het hippe slang van jongeren, zoekt ook niet geforceerd aansluiting bij 'de belevingswereld van de jeugd', maar schrijft vanuit haar eigen belangstelling en obsessies. Als zodanig is ze de tegenvoeter van, bijvoorbeeld, ons aller Carry Slee.

In 'Het tunnelkind' toont Hartnett zich op haar best. De Engelse editie ervan werd bekroond met de Guardian Children's Fiction Prize 2002. Het boek speelt rond 1930 (in de crisisjaren dus) in een onvruchtbaar, heet, desolaat landschap ergens in Australië. Het beschrijft de harde strijd van de familie Flute tegen de armoede. Het uit zeven personen bestaande gezin bewoont een oude barak met slechts twee kamers; de jongste van het gezin, de baby Caffy, slaapt in een la in de linnenkast.

Het dorre stuk land dat ze bezitten is vader Flute indertijd toegewezen door de regering vanwege zijn verdiensten in de Eerste Wereldoorlog. Maar hij is getraumatiseerd uit de oorlog teruggekeerd en omdat hij ook geen boer is van huis uit weet hij niets met het stukje land aan te vangen. In plaats van gewassen te kweken vangt hij konijnen, waarvan de pelzen hem een karig loon opleveren.

We bezien dit realistisch en knap beschreven familieportret door de ogen van de zevenjarige ik-verstelster Harper. Zij heeft twee jongere broertjes: de vierjarige Tin en de al genoemde Caffy, en nog een oudere broer en zuster: Devon en Audrey. Op het dramatisch hoogtepunt aan het slot van het boek is Harper twaalf; ze heeft dan al bewezen een scherpzinnige observator te zijn van haar eigen familie en hun gezamenlijke ups en vooral downs.

'Het tunnelkind' begint met de openingszin: ,,Ik zou je willen vertellen over mijn broer, Tin.' Het accent ligt daarmee direct op een tweede verhaallaag die zich letterlijk onder de eerste bevindt. Want de eenzelvige Tin is het in de titel aangeduide 'tunnelkind', dat met zijn geheimzinnige passie voor het graven van holen en tunnels gevoelsmatig én in de praktijk steeds verder van zijn familie afdrijft en op het laatst nauwelijks meer bovengronds komt. Voor hem hebben 'onder' en 'boven' een paradoxale emotionele omkering ondergaan: 'ondergronds' voelt hij zich veilig, 'bovengronds' daarentegen 'als een vogel in een kooi'!

Dit originele gegeven vormt een soort surreële tegenhanger van het realistische familieportret. Beide zijn door Hartnett zo ingenieus met elkaar vervlochten dat Tins eenzame graafwerk -hij bouwt een enorm labyrint van tunnels onder de barak van de Flutes en breidt zijn werkzaamheden in later jaren over de hele streek uit- volkomen geloofwaardig, zij het ook in hoge mate mysterieus blijft. En zo mag je deze roman dan ook typeren: glashelder en mysterieus.

Tin leerde graven op de dag dat Caffy geboren werd, wanneer hij samen met Harper naar buiten wordt gestuurd. Zij gaan naar de kreek en daar wordt Tin, als Harper even niet oplet, onder de modderige kreekmuur bedolven. Hoewel hij zich zelf uit de modder bevrijdt, begint hij daarna met zijn graafwerk. En al snel komt hij nauwelijks nog thuis.

Na twee jaar is zijn tunnelnetwerk zo uitgebreid dat de barak -een staaltje zwarte humor van Hartnett- letterlijk in de grond wegzakt. Dankzij veel burenhulp wordt er een nieuw huisje voor de Flutes gebouwd, maar ook daarin is hun weinig geluk beschoren. De armoe wordt steeds nijpender, Pa raakt aan de drank en verwaarloost zijn gezin, zijn drie koeien worden door armoedzaaiers die het land afstropen gestolen en tot overmaat van ramp komt de kleine Caffy bij een ongeluk om het leven, waardoor ook Ma tot lethargie vervalt en 'dezelfde duistere weg was opgegaan als Pa'. Als Devon zijn geluk elders gaat beproeven en Audrey als kokkin intrekt bij de schatrijke varkenshouder Cable is de inmiddels twaalfjarige Harper nog slechts alleen bij haar afgeleefde ouders in huis.

Hoogtepunt van het boek is de wijze waarop de onzichtbare maar steeds voelbaar aanwezige Tin de ordinaire Cable gruwelijk straft voor de aanranding van Audrey. Als Harper bij toeval in Tins tunnellabyrint verzeild raakt en hopeloos verdwaalt -wat overigens een paar bloedstollende en prachtige pagina's oplevert- begint zij de waarheid omtrent Cable's dood te beseffen. Ook realiseert zij zich hoezeer Tin, ondanks zijn incidentele trouw aan de familie, is verdierlijkt.

Enkele jaren later heeft Tin nog één aangename verrassing voor het gezin in petto, waardoor de roman niet in mineur eindigt. Het is de laatste keer dat Harper hem ziet: ,,Het was Tin, mythische Tin, en zo zag hij er ook uit. Hij leek in niets op de jongen die hij was en moest zijn, tien, bijna elf.' En zo krijgt de mythe het laatste woord. 'Het tunnelkind' is een meesterlijk beschreven tijdsbeeld van een gezin in kommervolle omstandigheden en van de bovenaardse en vooral onderaardse krachten die daarop hun mythische stempel hebben gedrukt. Het is een origineel, spannend en sterk boek in de beste, misschien wat ruige Angelsaksische traditie van down under. Meer vertalingen dus graag van Sonya Hartnetts boeken!

mailIcon print |