*

 

Nieuwe Gaarder een beetje saai

Hans Dijkhuis − 18/01/03, 00:00

recensie Door zijn boek 'De wereld van Sofie', een roman over geschiedenis van de filosofie, werd de Noorse schrijver Jostein Gaarder een jaar of tien geleden wereldberoemd.

Ook zijn nieuwste boek, 'De dochter van de circusdirecteur', wordt op de kaft aangekondigd als een filosofische roman, een fantastische filosofische roman nog wel. Ik heb er eerlijk gezegd weinig filosofisch in kunnen ontdekken, en fantastisch is het boek voornamelijk omdat de fantasie er een hoofdrol in speelt. Petter, de ik-figuur die in het boek zijn levensverhaal vertelt, bezit namelijk sinds zijn kinderjaren een uitzonderlijke mate van verbeeldingskracht, en weet deze als volwassene op een verrassende manier te gelde te maken: hij verkoopt ideeën aan schrijvers die dolgraag willen schrijven maar niet weten waarover. Een aantal van de ideeën of 'intelligente plots', zoals Petter ze zelf noemt, staat in het boek en getuigt inderdaad van veel fantasie. Maar het lijkt me door hun buitenissigheid nog een hele klus om er goede romans van te maken.

Dat ligt anders bij de plot van Gaarders eigen boek, waarover ik niet meer zal verklappen dan dat hij wordt gespiegeld in de verhalen die de ik-figuur vertelt over 'de dochter van de circusdirecteur'. De intrige is rijk genoeg, maar tot een goede roman heeft zij naar mijn mening toch niet geleid. De personages willen maar geen mensen van vlees en bloed worden, en dat geldt in de eerste plaats voor de verteller zelf. Nu is dat vaak zo bij filosofische romans waarin de personages voornamelijk een of ander wijsgerig idee moeten belichamen, maar in dit boek is van dat laatste geen sprake. Het probleem is veeleer dat de ik-figuur, zoals hij zelf herhaaldelijk benadrukt, altijd in zijn eigen fantasiewereld heeft geleefd en daardoor niet aan het echte leven is toegekomen. In die zin past de vlakke en afstandelijke stijl waarin hij zijn levensverhaal vertelt heel goed bij zijn karakter. Het nadeel is echter dat je als lezer nauwelijks wordt geboeid bij gebrek aan mogelijkheden tot inleving. Humor of ironie had hier nog een uitweg kunnen bieden, maar daarvan is niet veel te vinden. Spanning ontbeert het boek evenzeer - Petter vertelt wel dat menige schrijver, bang voor ontmaskering, hem naar het leven staat, maar die dreiging wordt nergens voelbaar. Helemaal aan het eind van het boek geeft Gaarder nog een psychologische wending aan zijn verhaal, zodat we eindelijk kunnen begrijpen waarom de ik-figuur zich zo in zijn fantasie heeft teruggetrokken. Maar dan is het, wat mij betreft, te laat.

mailIcon print |