opinie Van Goethe hebben we de 'Torquato Tasso'. Van Jeroen van den Berg hebben we nu de 'Caravaggio'. Beide stoeiend met het thema van de onafhankelijkheid van de kunstenaar. De eerste een geheide klassieker. De tweede met de kwaliteit dat te kunnen worden.
Net als Goethe heeft Van den Berg leven en werk van een 16e eeuwse Italiaanse kunstenaar als inspiratiebron genomen. Dat zal niet louter toeval zijn, maar te maken hebben met een, mede door de afstand, tot de verbeelding sprekend tijdperk en ambiance.
Van den Berg heeft 'Caravaggio' geschreven in opdracht van theatergroep Els Inc., naar een idee van regiseur Arie de Mol, maar zich niet laten inkapselen door de dramatische wetten van een historisch drama. Hij heeft opkomst en roem van Michelangelo Merisi dan Caravaggio (1571-1610) vrij geïnterpreteerd, bekeken met de blik van nu. Een schilder, die zich radicaal van het toen geldende maniërisme onderscheidde met een naar het ware leven lonkend naturel en een ongekend dramatische lichtbehandeling. Een schilder, wiens navolgers zelfs officieel caravaggisten heten, moet behalve bewondering ook weerstand hebben opgeroepen.
Die weerstand is in 'Caravaggio' gepersonifieerd in de figuur van de gevierde schilder Baglione die zich, anders dan de coming star, geheel schikt naar de eisen van zijn opdrachtgevers. En gramstorig Caravaggio's onorthodoxie beziet. De steeds grimmiger rivaliteit is in 'het wereldje' vanzelf een hot item, flink gevoed door de media. Hier in de persoon van een kunstjournaliste die zich betaalde etentjes zonder al teveel verzet laat aanleunen. Waarmee Van den Berg tevens de onafhankelijkheid van de pers in het geding brengt. Fraai getekend is de zogenaamd boven de partijen verheven Kardinaal, die met opdrachten voor schilderingen in de beroemde kapellen van Rome carrières kan maken en breken, en met een bonsaiboompje en schaartje demonstreert hoe hij kunst naar zijn hand kan zetten.
Dat Caravaggio's oorspronkelijke geest allengs verstrikt raakt in die wereld van geld, macht en glamour is een pijnlijk proces, hartverscheurend en stuitend als opportunisme de ogen sluit voor doodslag en vermoorde onschuld.
'Caravaggio' is een regelrechte verrassing. Sterk geschreven, geestig, intelligent én spannend. Niet alleen door de thrillerachtige opbouw, maar zeker door de uiterst scherpe dialogen. Waar die oude en nieuwe kunst tegenover elkaar zetten, steekt Jeroen van den Bergs 'Caravaggio' zelfs Yasmina Reza's hype 'Kunst' naar de kroon. Het stuk krijgt in de regie van De Mol, met het licht van Gé Wegman en de vormgeving van Theo Tienhoven, een swingende, bijna ideale uitvoering. Subtiel verwijst het openingsbeeld, een tableau vivant, naar het clair-obscur, waarvan Caravaggio de grondlegger was. Zoals ook de felle panelen en ruig geschminkte gezichten associaties oproepen met diens bijzondere kleurgebruik.
Enige dissonant is de vage teksten mompelende Presidente. Een eigenmachtig toegevoegde rol, blijkt, waarmee Els Inc. zich als opdrachtgever gevaarlijk tot thema en autonoom stuk verhoudt. In een snelle afwisseling van boerse caféscènes, botte interviews en gladde talkshows, van vleierij en intimidatie, van mobieltjes en ouderwetserige kostuums, halen de spelers alles uit de kast voor een voorstelling die onze en Caravaggio's eeuw moeiteloos verbindt, met uitschieters van Ali Ben Horsting als Caravaggio, Gusta Geleijnse als minnares en Peggy Vrijens als journaliste. Overrompelend is Dic van Duin. Als Baglione laat hij je alle hoeken en gaten zien van de tragiek van een man die zijn superioriteit langzaam aan voelt verkruimelen en daar tegen beter weten in alle trucs van een jaloerse del tegen inzet. Om te zoenen zo vals.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.