recensie Je moet heel goed op je woorden passen in het Internationaal Spionagemuseum in de Amerikaanse hoofdstad Washington. Je loopt al twintig minuten in het museum rond als je erachter komt dat je afgeluisterd wordt. Alles wat bezoekers zeggen, kun je horen via een koptelefoon.
Het museum -volgens eigen zeggen het enige internationale museum over dit onderwerp ter wereld- wil je onderdompelen in de wereld van valse schijn, bedrog en leugens ten dienst van het vaderland. Daartoe worden bezoekers meegenomen naar de 'spionnenschool', waar bekeken wordt of jij geschikt zou zijn als spion. Je krijgt er maar enkele minuten de tijd om de gegevens van je nieuwe identiteit uit je hoofd te leren. Dan vertrek je op een geheime missie naar het buitenland.
Een eind verderop overhoort een elektronische grenswacht je. Ik wist nog dat ik nu Antonio Silva heette, 58 jaar oud was en uit Brazilië kwam. Maar ik was vergeten hoe lang ik in Portugal wilde blijven. Het oordeel was onverbiddelijk: deze verslaggever kreeg het predikaat 'verdacht'. Collega-spionnen moesten mij mijden, omdat ik hen alleen maar in gevaar zou kunnen brengen.
Dat schijn vaak bedriegt in de spionagewereld blijkt vooral uit 'speeltjes' in de vitrines. Zo is daar het lipstick-pistool van Russische vrouwelijke KGB-agenten uit de jaren zestig. Goed voor één schot, en als het dichtbij iemands hoofd afgevuurd wordt, dodelijk. Het pistool heet toepasselijk 'de kus des doods'. Er is een Amerikaanse bom uit de jaren veertig, vermomd als een brok steenkool. En een overjas van de KGB, waarbij een cameraatje verborgen zat achter een knoop. Te bedienen vanuit de jaszak.
Mijn favoriet is de nep-boomstronk die de Amerikaanse geheime dienst in 1970 plantte in het bos bij een Moskouse luchtmachtbasis. Van buiten zag die er echt uit, van binnen zat hij vol afluister- en zendapparatuur. Bovenop was hij doorschijnend gemaakt, zodat er genoeg zonlicht binnenkwam om zijn batterijen steeds op te laden. Jarenlang zond de stronk alle communicaties van én naar deze luchtmachtbasis door naar een Amerikaanse satelliet, totdat zijn bestaan verraden werd door een dubbelagent.
Natuurlijk kan een knipoog naar James Bond niet ontbreken op de afdeling met de spionagetrucs. Het museum liet zijn zilveren Aston-Martin auto uit de film 'Goldfinger' nabouwen en elke vijf minuten ratelen de mitrailleurs die achter de parkeerlampen zitten.
Het museum heeft ook een historische afdeling, met onder meer het Paard van Troje. Ook de duiven die in de Eerste Wereldoorlog berichten tussen alle loopgraven vervoerden, komen aan bod, net als beroemde vrouwelijke spionnen. Daar zorgt Mata Hari voor de enige, onvermijdelijke, Nederlandse bijdrage.
Bij mij begon de vermoeidheid toen in te zetten, terwijl de expositie amper op de helft is. Je krijgt nog zalen over codemachines, spionage in de film, de geschiedenis van de KGB, een ruimte met een nagebouwd stuk Oost-Berlijn, nazi-spionnen in New York en de jacht van de Russen na 1945 op de Amerikaanse atoomgeheimen. Hoe interessant ook, het is te veel om in één keer te bevatten.
Het museum is deze zomer geopend, nadat er bijna vijf jaar aan gewerkt is. In zijn raad van advies zaten voormalige agenten van de Amerikaanse diensten CIA en FBI, maar ook een hoge ex-KGB'er. Onvermijdelijk legt het museum daardoor veel nadruk op de Koude Oorlog, toen de spionagestrijd fel, maar wel overzichtelijk, was. Dat die na de aanslagen van 11september voorbij is, wordt niet erg duidelijk.
Weinig aandacht is er ook voor omstreden onderdelen van het inlichtingenwerk, zoals het omkopen of vermoorden van politici en het destabiliseren van vreemde regeringen. De heroïek overheerst.
Toch is er veel te genieten, tot in de geschenkenwinkel aan toe. Die verkoopt pennen met ingebouwde microfoons, een woordenboek met camera, een complete vermommingset en voor 22 dollar een fotolijstje waarin afluisterapparatuur zit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.