*

 

Middeleeuwse vrouwen als volleerde feministen

Willy Wielek − 04/01/03, 00:00

recensie Voor mensen die het verscheiden bewenen van Ellis Peters met haar middeleeuwse monnik Cadfael is er goed nieuws.

De boeken van Michael Jecks spelen ook in de Middeleeuwen, bron van veel wonderbaarlijks en gezellig ijzingwekkends, en zijn hoofdpersoon is weliswaar geen monnik, maar wel een gewezen geestelijke. Sir Baldwin is een Tempelier en de ridders van zijn orde zijn vooral in Frankrijk door de inquisitie gruwelijk vervolgd, gemarteld en ter dood gebracht. Sir Baldwin heeft in de kruistochten zijn mannetje gestaan en wist te vluchten naar het landgoed in Devonshire, waarvan hij de meester is, nu zijn broer is gestorven. Daar ontmoet hij de baljuw Simon Puttock met wie hij al spoedig vriendschap sluit. Hij helpt hem zelfs bij het oplossen van misdaden, maar er is één misdaad, de moord op een abt, die veel raadselen opwerpt en Simon voor een zwaar dilemma stelt. Dit alles vernemen we in het eerste deel van de serie 'De laatste Tempelridder', die nu in het Nederlands is verschenen. In het tweede, 'De heks van Wefford', trekken ridder en baljuw eensgezind op bij de moord van Agatha Kyteler, een vroedvrouw en kruidkundige die natuurlijk in de reuk van hekserij staat. Een zielige jongen bekent, maar als er weer een dode valt begint vooral Sir Baldwin te twijfelen aan het waarheidsgehalte van de bekentenis. Ik mocht de boeken van Ellis Peters graag lezen en ook met deze amuseer ik me best. Maar ik vind het vooral grappig en interessant, om na te gaan hoezeer schrijvers van lichte historische literatuur het verleden ombuigen naar de mode van onze tijd. Ellis Peters was (in haar thrillers, niet in haar gewone historische romans) altijd een beetje te lievig, ze ontzag de tere zenuwen van haar lezers: zo'n executie, daar had ze geen zin in, daarom liet ze de schuldigen meestal óf verongelukken óf zelfmoord plegen. Dat doet Jecks niet: hij laat zijn misdadigers stuiptrekkend de dood vinden aan het eind van het koord. Maar hij heeft weer iets anders. Ik meen te weten dat een man in die dagen zijn vrouw gerust mocht slaan, als hij haar maar niet doodsloeg. En als hij dat per ongeluk toch deed kraaiden er niet veel hanen naar, meen ik te hebben gelezen. Nu zijn er natuurlijk altijd katijven, furies, Jan Hennen en pantoffelhelden geweest, vrouwen die de broek aanhadden en mannen die zich op de kop lieten zitten. Maar bij Jecks zijn alle vrouwen assertief, intelligent, zeer geïnteresseerd in het werk van hun man en niet bang om herrie te schoppen als de zaken niet gaan zoals zij het willen. Om kort te gaan: hij maakt een diepe neiging voor het feminisme. Maar het werkt averechts. Als de boel toen al zo prima de luxe en okidoki was, als de vrouwen toen al de baas waren ( ook in eigen buik, jazeker! ) waarom is al die heisa tot nu toe dan nodig? Zou iemand best eens kunnen denken. Ja toch?

mailIcon print |