*

 

Vader martelt toch geen slaven?

Henriëtte Lakmaker − 04/01/03, 00:00

recensie Het prettige van historische jeugdromans is dat de dingen allemaal op één dag mogen gebeuren, of in een tijdsspanne van een maand, zonder dat het ongeloofwaardig wordt. Volwassen lezers beginnen eerder te zeuren over onwaarschijnlijke toevalligheden of een irreële samenloop van omstandigheden. Jeugdboeken die in het verleden spelen moeten het nu eenmaal vooral hebben van een geloofwaardige hoofdpersoon die spannende dingen meemaakt: of die nu in een spijkerbroek door het middeleeuws Europa trekt of in de Tweede Wereldoorlog zowel het verzet als het verraad in zijn familie aantreft.

Al eerder beschreef Joyce Pool hoe je pech kunt hebben door je op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plaats te bevinden. In 'Vals beschuldigd' uit 2000 kreeg de Antwerpse Job Lukasz de schuld van de moord op de prins van Oranje. In 'Sisa' gaat het om een jonge vrouw die meerdere taboes met voeten treedt, gedwongen door de historische gebeurtenissen in het Suriname van 1712.

Map Overbeke-van Raamsdonk is de dochter van een plantagehouder bij Paramaribo. Zij is met haar moeder en hun 'beste' slaven op de vlucht voor de Fransen, die, jaloers op de welvaart van de Nederlandse planters, Suriname onveilig maken. Map verkeert dan nog in de veronderstelling dat haar vader altijd goed met zijn slaven omgaat en ze voelt zich verzekerd van de trouw van haar Ruth, haar Kwasi en 'baboe' M'Amba. Op de houtplantage van haar neef aan de Cotticarivier waar Map en haar moeder hun toevlucht zoeken hebben de slaven het beduidend slechter, merkt ze. De ene slaaf na de ander neemt de benen, het bos in, waarna achtergebleven familieleden het zwaar moeten ontgelden. Map is getuige van de marteling van een man, nadat zijn broer is weggelopen. Kwasi probeert haar uit te leggen dat dat de dagelijkse gang van zaken is, maar nog wil ze de waarheid niet onder ogen zien.

Dan arriveren de Fransen, moordend en brandschattend. Ze schieten neef en Maps moeder dood, en voordat Map in hun handen valt wordt ze door slaaf Kwasi de jungle in gesleurd. Voor het eerst ziet ze hem als een mens met gevoelens en een eigen geschiedenis. Het eerste taboe sneuvelt: ze kruipt tegen hem aan in de koude junglenacht -ongehuwde, vrije, blanke vrouw met zwarte slaaf, ongehoord in 1712. Eenmaal gearriveerd in het dorp van de marrons (weggelopen slaven) duurt het maar een paar dagen en dan trekt zij haar jurk en korset uit, al even bloot als de Afrikaanse vrouwen. Pool vertelt het als een natuurlijk proces: het is heet, Map helpt bij het poten van de groente en dat is zwaar werk, er is geen man in de buurt -uit met die kleren. De waarschuwingen van haar moeder tegen pigmentvlekken sloeg ze altijd al in de wind. In het marrondorp is er geen enkele 'beschaafde' blanke die haar verhindert om verliefd te worden op Kwasi en een warme vriendschap op te bouwen met het meisje Séry. Uiteindelijk beseft Map toch dat zij niet bij haar nieuwe vrienden kan blijven; er ontstaat te veel onenigheid over haar positie als witte 'pikinmisi' (jongedame) tussen de voormalige slaven. Ontzet hoort Map over de afranselingen en vermoorden van hun ouders en kinderen door de bakra's (blanken) en ziet ze de haat jegens haar ras die nooit meer over zal gaan.

De herkenbaarheid van het verhaal wordt vergroot door de termen in de slaventaal Nengre, voorloper van het Sranangtongo. Doordat Pool dicht op de huid van haar hoofdpersoon blijft en haar beschrijft als een meisje dat ook nu geleefd zou kunnen hebben, wordt het verhaal nergens ongeloofwaardig. Je kúnt het tenslotte treffen met de mensen om je heen, die zachtaardig en liefdevol blijven al geeft het systeem daar geen enkele reden toe. Je kúnt liberale ouders hebben. Bovendien is het van alle tijden dat kinderen hun ogen sluiten voor de minder goede daden van hun eigen verwanten. Wist Map veel van die galgen bij Fort Zeelandia, bestemd voor strafbare slaven? ,,Aan de bovenloop van de rivieren gebeuren die dingen niet. Hoogstens een paar zweepslagen als iemand gestolen heeft, maar verder', probeert ze nog als Séry haar de harde feiten vertelt. Ze belooft haar 'zuster' (Sisa in het Nengre) dat ze zich zal inzetten voor een betere behandeling van de slaven. In de achttiende eeuw is dat een onmogelijke opgave, maar dat kan Map nog niet weten. Daarom zal het boek een open einde hebben gekregen, omdat er in jeugdboeken nu eenmaal altijd een flintertje hoop te zien moet zijn.

mailIcon print |