recensie In zijn nieuwste dichtbundel, 'Wie a zegt', onderwerpt Toon Tellegen vele tientallen bekende spreekwoorden en zegswijzen aan een nader dichterlijk onderzoek. Het is onvoorspelbaar op welke wijze hij ze zal verwerken, hij kan ze letterlijk nemen, maar ook is het mogelijk dat hij ze tegenspreekt. Een voorbeeld van het laatste levert 'Waar rook is': twee mensen gaan op weg, zien rook en zoeken vuur, dus reizen ze 'lang en hartstochtelijk' naar de rook en begeven ze zich daarin, en hun laatste woorden luiden, tegen beter weten in, 'en toch is er vuur...'.
Tellegen geeft altijd zijn eigen draai aan het spreekwoord. Hij laat de kat zo lang van huis zijn dat de muizen, doodop van het dansen, 'wanhopig van vrolijkheid moedeloos van geluk / ontroostbaar van liefde voor elkaar' sterven. In 'Het venijn zit' ontkent hij dat het in de staart zit, het 'is er al eerder' volgens hem, 'in beloftes, voornemens en plausibele verklaringen, / in een kus vlak naast een mond', 'in het wegsterven van voetstappen, / in het verbleken van foto's, / in vergeten tegen elke prijs'.
Deze dichtbundel is typisch voor Tellegen alleen al vanwege de opzet om uit te gaan van spreekwoord'n. In vorige bundels maakte hij vergelijkbare afspraken met zichzelf, bijvoorbeeld dat elk gedicht met de lokalisering 'In N.' moest beginnen, of met de woorden 'Een man', 'Ze hebben', 'Wij' of 'De een [...] de ander'. Zulke vaste patronen lijken de totstandkoming van deze poëzie te bevorderen en zijn een stimulans voor de fantasie.
Iets dergelijks is ook aan de hand in wat met gemak Tellegens omvangrijkste afzonderlijke publicatie is: 'Brieven aan Doornroosje', een boek dat in de kern al verscholen lag in twee eerdere gedichten naar aanleiding van het sprookje. In het ene vindt de prins een briefje naast haar, waarop staat: ,,Niet wakker kussen. / Onder geen voorwaarde. / Ook niet na honderd jaar'. Na ampele overweging besluit hij zich aan deze opdracht te houden en hij vertrekt, tot groot verdriet van Doornroosje, die haar slaap maar simuleerde en wier 'hart werd verscheurd'. In het tweede gedicht vergeet de prins haar te kussen en als bij thuiskomst de mensen hem ernaar vragen, slaat hij zich voor zijn hoofd en keert spoorslags terug naar het kasteel, maar dat blijkt dan verdwenen.
In de 'Brieven aan Doornroosje' schrijft de prins op het ogenblik dat zij precies negenennegentig jaar slaapt haar de eerste brief, waarin hij aankondigt dat hij haar zal zoeken. Het hele jaar door blijft hij dit elke dag doen tijdens zijn zoektocht: driehonderdvijfenzestig brieven dus, van hooguit één bladzij, die gericht zijn aan een slapende. Het is een kolossaal project, waarin alle denkbare scenario's overwogen worden. Al in de tweede brief vraagt de prins zich af waar het hem eigenlijk om begonnen is: om het wakker kussen of om het brieven schrijven? ,,Misschien is het wakker kussen niet meer dan een excuus om je te kunnen schrijven. Of misschien schrijf ik je om het wakker kussen zolang mogelijk uit te stellen. Nu denk ik voortdurend aan je en ben dag en nacht dichtbij je.'
Dat de verbeeldingen, de voorstellingen van hoe het zou kunnen gaan, de gevarieerde en altijd weer andere fantasieën over de aankomst bij Doornroosje hier een doel in zichzelf zijn, wordt al gauw duidelijk. De brieven houden het midden tussen proza en poëzie en roepen allerlei gebeurtenissen en bespiegelingen op die in verband staan met de queeste van de prins. Dat betekent echter niet dat ze een samenhangend geheel vormen, waarin vastomlijnde personages optreden, zelfs de prins heeft geen welbepaalde identiteit. Ook de landschappen kunnen van de ene op de andere dag volkomen van elkaar verschillen. Er is daarom wel wat te zeggen voor de suggestie van de uitgever dat dit een boek is 'voor elke dag, een jaar lang'. Dat is in elk geval de manier van lezen die optimaal recht doet aan elke brief afzonderlijk. Alles achter elkaar lezen, wat ik heb gedaan, leidt onvermijdelijk tot een zekere vermoeidheid en gewenning, waardoor je allerlei details ontgaan.
Wie is Doornroosje en waarom is de prins naar haar op weg? Op zulke vragen geven deze brieven voortdurend andere antwoorden. ,,Je bent op tientallen manieren symbolisch' schrijft de prins en soms lijkt het er wel op dat alles in de wereld en in de gedachten Doornroosje is en wakker gekust moet worden. Ook is de prins er herhaaldelijk zeker van dat hij zich richt tot een sprookjesfiguur, iemand die alleen in het verhaal bestaat: ,,Alleen omdat je niet bestaat, kan ik je schrijven. Zoals mensen alleen tot God kunnen bidden, zinvol kunnen bidden, als ze weten dat hij niet bestaat. Als ze dat niet wisten lieten ze het wel uit hun hoofd.' De prins reist ook niet werkelijk naar het kasteel van Doornroosje toe, hij doet dat in de verbeelding van zijn brieven, hij is een schrijver, die wel schrijft dat hij vandaag zo gelukkig was op de steppe, maar vervolgens moet bekennen dat hij gewoon thuis zit op zijn kamer: ,,Alleen op papier ben ik daar, op weg naar jou.'
Op papier gebeuren de wonderlijkste dingen en hoeven tegenstrijdigheden niet gladgestreken te worden, maar kunnen ze als evenzovele mogelijkheden naast elkaar bestaan. In de ene brief is Doornroosje woedend over de kus en stuurt zij haar honden op de prins af, in de andere is zij in het geheel niet thuis en komt de prins voor een leeg bed te staan. Soms verschijnt het kasteel plotseling om een hoek, soms ook vliegt het in razendsnelle vaart langs. Op een dag verschijnt een man die leurt met Doornroosje in een kist en roept 'Kusbare vrouw! Kusbare vrouw!'. Er is een brief waarin verondersteld wordt dat er duizenden en duizenden prinsen op weg zijn naar Doornroosje. Soms is het kasteel zo klein dat het alleen met de toppen van twee vingers te betreden is. Een keer vraagt een reus met in zijn handpalm Doornroosje aan de prins om haar te kussen, aangezien hij dat zelf niet kan, en als hij haar wakkergekust heeft loopt de reus met haar weg.
Op 31 december, het jaar is bijna om, zal de prins Doornroosje kussen en zal er een eind komen aan zijn naar dit moment toewerkende schrijvende verbeelding. Dat is ook zo: er volgt een bladzij zonder tekst, waarna Doornroosje op 3 januari - zij heeft intussen alle brieven gelezen - zich tot de prins richt en als antwoord geeft: ,,Ik vind je lief'. Ze gaat nu weer slapen en vraagt of hij haar na honderd jaar weer wakker wil kussen - ,,Maar schrijf me eerst'. Zo rolt dit boordevolle en fantasierijke boek zich prachtig op en blijft de aandacht op het schrijven, en op de liefde, gericht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.