recensie Welke klassiekers moeten in de 21ste eeuw nog gelezen worden? Deze maand test Antoine Verbij de houdbaarheid van negentiende-eeuwse Russische romans. Vandaag 'Oorlog en vrede' van Lev Tolstoj.
Van alle perioden in de wereldliteratuur is de Russische negentiende eeuw het rijkst aan kanonnen. En van al die kanonnen -Poesjkin, Lermontov, Gogol, Toergenjev, Tolstoj, Dostojevski- schreef Tolstoj het boek met de meeste kanonnen. 'Oorlog en vrede' maakte denderend van het kanongebulder zijn opwachting in de wereldliteratuur. Eerst als feuilleton en later als boek was het een megasucces. De schrijver, toch al niet onbemiddeld, kocht van de opbrengst een nieuw landgoed.
'Oorlog en vrede' is de eerste grote soap. In Rusland verschenen weliswaar veel romans in afleveringen, maar Tolstoj had het genre meer dan wie ook onder de knie (met uitzondering van Dostojevski). Net als in soaps volgen in 'Oorlog en vrede' korte scènes elkaar in hoog tempo op. Het verhaal springt van de ene locatie naar de andere en terug. Thema's worden onderbroken en weer opgepikt. De dramatische ontwikkeling verloopt via dialogen, die Tolstoj in close-ups uittekent. Hij bespaart ons geen pruillip, geen oogknippering en geen frons.
Net als in soaps is een overzichtelijk aantal personages verstrikt in een gevlecht van intriges. Een vijftal families kruist voortdurend elkaars pad. Zonen en dochters worden verliefd, trouwen en scheiden.
'Oorlog en vrede' bewijst dat soaps ook nog ergens over kunnen gaan. De levens van de personages worden opgeschud door Napoleons veldtocht richting Moskou. Dat dwingt de Russen positie te kiezen. Ze zijn voortdurend in debat over de zegeningen van de Franse revolutie en de heiligheid van het Russische rijk. En ze worden meedogenloos meegesleept in de oorlogshandelingen. Ze strijden, vluchten, raken gewond en sterven.
Het zijn allemaal ingrediënten voor een supersoap. Maar Tolstoj bederft het verhaal door de lezer ook nog iets te willen leren. Iets over individu en massa, over dagelijks leven en geschiedenis, over de onmacht van leiders en de macht van de massa. Voortdurend onderbreekt hij de soap om te filosoferen over het menselijk gedobber op de golven der geschiedenis.
Tolstoj wil te veel. Hij wil vertellen en beleren, hij wil grootse panorama's schilderen en de kleine geheimen van de ziel blootleggen. Hij wil een wijsgerig-historisch debat uitvechten en een filosofie van het leven uiteenzetten. Een romancier die tegelijk schoolmeester, kanselredenaar en goeroe wil zijn. Dat is onverteerbaar. Behalve voor wie er gevoelig voor is.
En ik wás er gevoelig voor toen ik het boek voor het eerst ter hand nam. Het was begin jaren tachtig. Filosofie, geschiedenis en liefde waren de dingen die mij absorbeerden. In de eerste was ik nietzscheaan, in de tweede neo-marxist en in de derde freudiaan. De Nietzsche in mij ergerde zich aan Tolstoj's gezwijmel over het menselijk mededogen, de Marx in mij aan zijn idee van de onstuurbare geschiedenis en de Freud in mij aan zijn geloof in de onbedorven liefde. Maar het waren allemaal nuttige ergernissen. Toen ik het boek na een halfjaar uit had, was ik vele levenslessen rijker.
Tolstoj's belangrijkste leerstuk is dat de geschiedenis niet door zogeheten 'grote persoonlijkheden' wordt gemaakt, maar door de alledaagse strevingen van gewone mensen. Zelfs oorlogen worden niet door generaals gemaakt maar door de kleine luiden op het slagveld. Daarom was Tolstoj een bewonderaar van de Russische bevelhebber Koetoezov. Die beval alleen wat zijn mensen toch al deden. Sloegen ze op de vlucht, dan beval hij de terugtocht. Braken ze door, dan beval hij de aanval.
Om de kleine strevingen van kleine mensen te laten zien, is de soap het geëigende genre. Het is een genre dat alles toont en niets uitlegt. Je moet er niet aan denken dat John de Mol zijn soap onderbreekt om de kijkers zijn filosofie over goede en slechte tijden uit de doeken te doen. Tolstoj doet dat wel. Terwijl hij het allemaal al zo mooi heeft verteld.
Wat illustreert zijn geschiedfilosofie beter dan de scène waarin Pierre Bezoechov, de verstrooide lobbes, over het slagveld van Borodino doolt. Niemand heeft enig overzicht, de vijand is overal, iedereen doet wat hem goed dunkt en let daarbij vooral op zijn eigen hachje. Pierre loopt er rond met een onnozele glimlach op zijn gezicht, terwijl links en rechts van hem de granaten inslaan. Hij wilde de geschiedenis van dichtbij bestuderen. Maar hoe dichter hij bij het vuur van de geschiedenis kwam, des te minder zag hij.
Verhaal en levensles zijn zo helder als wat. 'Oorlog en vrede' is zo transparant en navolgbaar als een soap. Een hedendaagse lezer heeft volstrekt geen oefening nodig om de roman te kunnen lezen. Bij Tolstoj zijn alle mensen mooi, ook als ze lelijk zijn. 'Oorlog en vrede' is een glamour-boek, waarin iedereen schittert. Hollywood wist er wel raad mee (regie: King Vidor, in de hoofdrollen Henri Fonda, Audrey Hepburn, Anita Ekberg, 1957). Gelukkig lopen er in de Russische verfilming (regie: Sergej Bondartsjoek, in de hoofdrol: Sergej Bondartsjoek, 1967) wél echte somberaars en gemeneriken rond, en wordt er niet al te veel gemoraliseerd. Je zou er de film beter om kunnen vinden dan het boek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.