*

 

Spartaanse één-op-één opera

Anthony Fiumara − 14/01/03, 00:00

recensie Een sopraan, twee beeldschermen, een set luidsprekers en een handvol tonen: ziehier de ingrediënten waarmee Michel van der Aa zijn één uur durende kameropera 'One' componeerde. Saai? Degene die zondagavond bij de première in het Amsterdamse Frascati aanwezig was, weet beter. Hannigan schitterde in een gespleten rol, belaagd door elektronische geluiden als insecten.

Als het zaallicht in Frascati uitgaat, is het aardedonker. Het enige, onregelmatig ademende lichtpuntje dat overblijft, komt van een knijpkat die sopraan Barbara Hannigan bedient. Ze belicht haar gezicht, de twee projectieschermen tonen haar alter-ego's en gaandeweg wordt de toeschouwer getuige van de aangrijpende geschiedenis van een vrouw die zichzelf kwijt is geraakt. Je ziet beelden van Hannigan die steeds dwangmatiger takken doormidden breekt en lange gangen doorloopt. Onderwijl vertrouwt de Hannigan van vlees en bloed je haar angsten en visioenen toe. Vaak op één enkele toon, soms in een dun geëtste melodie, soms in twee- of driespraak met haar projecties.

Bij een opera denk je meteen aan een orkest, een groots opgezet decor en een uitgebreide zangerscast. Dat er buiten het geijkte gegeven van de tenor die wat met de sopraan wil maar wordt dwarsgezeten door de bariton ook nog wat te verzinnen valt, bewees in de vorige eeuw bijvoorbeeld Morton Feldman. In zijn opera 'Neither' bracht hij de zangerscast terug tot één zangeres en bestond het libretto uit een kort gedicht van Samuel Beckett. Een extreme stap, die des te radicaler werkte door het minimale muzikale materiaal dat Feldman gebruikte.

Michel van der Aa's indrukwekkende 'One' (een kameropera voor sopraan, video en soundtrack) is in zekere zin te vergelijken met Feldmans 'Neither'. Niet omdat de muziek of strekking ook maar voor één noot of letter dezelfde zou zijn: daar is Van der Aa namelijk te authentiek voor. De overeenkomst zit veeleer in de extreme reductie van elementen, de spartaanse manier waarmee hij met zijn materiaal omgaat. Je zou zelfs kunnen beweren dat Van der Aa nóg een stap verder gaat door zelfs instrumentalisten achterwege te laten: je bent als toeschouwer werkelijk één op één met Hannigan.

Met die minimale middelen weet Van der Aa op een boeiende manier de wereld van het innerlijke labyrinth van de verwarde vrouw op te roepen. Dat ligt niet alleen aan de beeldschone videobeelden (net als de muziek en het libretto ook door Van der Aa gemaakt), maar vooral aan de overtuigende Hannigan. Van der Aa schreef zijn welhaast obsessieve muziek als een handschoen om haar stem. Niemand anders die de virtuoze zanglijnen zo (omgeven door elektronische klikjes, kraakjes en roffeltjes) als een vlijmscherpe laserstraal door de ruimte kon sturen. En zo viel alles prachtig samen in deze bijzonder productie. Het libretto, de video en de muziek van Van der Aa en de mooie stem van Hannigan waren werkelijk 'One'.

mailIcon print |