*

 

Liefde en dood op een kerkhof

Hanny Alkema − 22/01/03, 00:00

opinie In het werk van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse (1959) spelen jaargetijden een belangrijke rol. Niet zozeer als klimatologisch tijdperk, maar meer om de ermee samenhangende atmosfeer. In het nu door Toneelgroep Oostpool uitgebrachte 'Droom in de Herfst' is dat er een van een zekere melancholie, gemengd met een wat onbestemde vrees voor een naderend einde.

De handeling speelt zich af op een kerkhof, door vormgever Floor Oskam mooi vertaald in een witte omgeving met drie tot in de hemel reikende kale boomstammen en stalen roosters in een roestig gevlekte vloer. Zo'n van elk naturalisme losgemaakte ambiance doet recht aan de dromerige werkelijkheid, die Fosses tekst oproept. Hij schrijft in korte onaffe zinnetjes die op spreektaal lijken. Maar een veelvuldige herhaling en steeds weer terugkeren van bepaalde zinsnedes trekken het ogenschijnlijk gewone juist weer in een meer irreële sfeer. Fosse laat werkelijkheden, levensfasen en tijden door en in elkaar (over)lopen. En bereikt daarmee wat ooit zijn Zweedse voorganger August Strindberg met 'Droomspel' (1902) als eerste op toneel probeerde.

Toch is Fosse, dunkt me, vooral beïnvloed door het werk van Harold Pinter. De manier waarop hij personages introduceert en met elkaar confronteert, roept een onderbewuste spanning op. De verhouding tussen schijn en werkelijkheid is doorlopend in beweging. Zo is het de vraag of de eerste ontmoeting van de Man en de Vrouw toeval is of de herinnering aan. In een andere scène nemen zijn Vader en vooral zijn Moeder hem kwalijk dat hij zijn gezin verlaten heeft voor de Vrouw, terwijl deze zich er dan over verbaast dat het lijkt of ze altijd hier al waren 'alsof we elkaar al heel lang kennen'. Liefde en dood zijn de grote thema's op dat kerkhof, die Fosse mengt met onderhuidse emoties die onderlinge relaties en het alledaagse leven onverwacht gelukkig of juist onverdraaglijk kunnen maken.

Fosses werk heeft een verstilde kracht, die op toneel makkelijk tot een etherische steriliteit kan leiden. Regisseuse Lidwien Roothaan heeft dat verrassend ondervangen. Vooral door de spelers niet in het keurslijf van één speelstijl te dwingen. Door de ecru-tinten in de kostuums (Bernadette Corstens) en het schematische bewegingspatroon is die eenheid er in zekere zin al. Door uitschieters en onderlinge verschillen toe te laten komt er lucht in de voorstelling. De bijna komische tekstbehandeling van Remco Melles (Man) naast de veel ijlere van Sophie Houweling (Vrouw), bijvoorbeeld, zorgt voor een wonderlijk schalks contrast. De pieken en dalen die Els Ingeborg Smits in haar spel inbouwt duwen je de krengerigheid van een overbezorgde Moeder met zo'n vilein genot door de strot, dat je die er als vanzelf met een harde lach weer uit wil laten schieten. Zij en Roothaan zorgen voor de humor die Fosse zelf ontbeert.

Eén ding moet me nog van het hart. In de aankondiging zegt Oostpool 'als eerste toneelgezelschap in Nederland' 'Droom in de Herfst' van Jon Fosse te brengen. Dat is waar, maar ook te suggestief. Aardiger was geweest te melden dat vorig jaar Jon Fosses werk al is geïntroduceerd door debuterend regisseur Olivier Provily. Met twee stukken: 'Winter' en 'Een zomerdag'.

mailIcon print |