*

 

Kromstaf jubileert zonder triomfalisme

Wim Slagter − 22/01/03, 00:00

recensie Is het eigenlijk nog wel van deze tijd om het jubileum van de (bijna) 150-jarige moderne Nederlandse kerkprovincie te herdenken? Wie weet trouwens nog wat en waarom er wordt herdacht? En is dit wellicht een laatste oprisping van katholiek triomfalisme?

De auteurs die in 'Staf en storm' zestien aspecten belichten van 1853 -het jaar waarin paus Pius IX, vooral op aandringen van vooraanstaande Nederlandse katholieken, de bisschoppelijke organisatie in missieland Nederland instelde- geven ook een antwoord op bovenstaande vragen. De Nijmeegse kerkhistoricus Peter Nissen beantwoordt vooral de eerste vraag en pleit daarbij voor een brede, oecumenische bezinning op de betekenis van de christelijke levensbeschouwing in ons land. De andere scribenten hebben vooral aandacht voor de tweede vraag.

Het jaar 1853 is overigens niet alleen voor de Nederlandse rooms-katholieken van grote betekenis geweest. Veel protestanten sloeg de schrik om het hart bij de gedachte dat Nederland weleens zijn protestantse karakter zou kunnen verliezen, maar ook de leden van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie (de oud-katholieken) werden zich ervan bewust voortaan meer geisoleerd te zullen komen staan. De strikte scheiding van kerk en staat, een gevolg van de in 1848 ingevoerde nieuwe grondwet, raakte een grote groep van de Nederlandse bevolking.

Deze en andere min of meer voor de hand liggende aspecten krijgen voldoende aandacht -waarbij Piet de Rooy betoogt dat de toch zo protestantse Aprilbeweging vóór alles als conservatieve oppositie tegen de liberalen dient te worden beschouwd- maar er komen in deze bundel ook plaatselijke casestudies (Delft, Utrecht) en verscheidene verrassende thema's aan bod.

Zo onderzoekt Sible de Blaauw, hoogleraar vroegchristelijke kunst en architectuur te Nijmegen, de aanwezigheid van geschikte bisschopskerken. In Utrecht, Den Bosch en Roermond bleek dat nauwelijks een probleem, maar in de beide andere nieuwe bisdommen Haarlem en Breda werden de aanvankelijk aangewezen St.Joseph- en St.Antoniuskerk na enige decennia toch vervangen door speciale nieuwgebouwde godshuizen. Daarbij zou de 'nieuwe' St.-Bavo in Haarlem zelfs de 'enige perfecte Hollandse kathedraal' kunnen heten. De totstandkoming van de kerkgebouwen verliep overigens langs volstrekt contraire wegen: in Haarlem had de pasbenoemde bisschop Van Vree 'kathedrale ambitie', terwijl de nieuwe Bredase kathedraal juist ondanks de nieuwe bisschop (Van Hooydonk) gereedkwam.

Ter gelegenheid van het eeuwfeest van het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie verscheen 'In vrijheid herboren' van het schrijversduo Rogier/De Rooy. Dat monumentale geschiedwerk wordt ook allerminst 'overgedaan'. Wel vaak aangehaald en soms genuanceerd, vooral waar het de jaren vóór 1853 betreft. Zo pleit de Utrechtse kerkhistoricus Theo Clemens voor een positieve herwaardering van dat tijdvak, destijds nog door Rogier en De Rooy onder de titel 'Verval' beschreven.

Hans de Valk reconstrueert minutieus de verheffing van Utrecht tot aartsbisdom. Dat uitgerekend het 'hart van de protestantse natie' zetel van de aartsbisschop werd -een keuze met getalsmatig weinig voorstanders-, is naar zijn mening terug te voeren op historische, bestuurlijke en pastorale motieven én op persoonlijk initiatief van de paus zelf. De roep om een monografie van de pauselijke internuntius Belgrado -die eigen belangen had te verdedigen- of om een Nederlandstalige, integrale uitgave van de correspondentie tussen alle hoofdrolspelers en de invloedrijke curiecongregatie Propaganda Fide, waarvan een paar jaar geleden wel een inventaris uitkwam, zal door De Valks stuk alleen maar luider worden.

De Tilburgse emeritus Hans Bornewasser geeft ten slotte antwoord op de laatste vraag, waarmee deze bespreking begon. Eigenlijk was reeds bij de viering van 'Honderd jaar kromstaf', in 1953, al geen sprake meer van enig triomfalisme, ofschoon de centrale manifestatie in stadion Galgenwaard te Utrecht bij buitenstaanders wel die indruk gewekt kan hebben. De organisatoren van de feestelijkheden was er juist veel aan gelegen omzichtigheid ten opzichte van 'andersdenkenden' te betrachten. Natuurlijk werd het 'katholiek-eigene' duidelijk gemarkeerd, maar de scherpe polemiek ontbrak. Dat kwam de al genoemde Rogier -over wie Bornewasser een biografie voorbereidt- die tot meer oecumene had opgeroepen, zelfs op een koele reactie uit Rome te staan.

Bestudering van 'Staf en storm' zal de lezer duidelijk maken dat angst voor mogelijk rooms triomfalisme al ruim vijftig jaar lang niet meer gerechtvaardigd is. Dat er -de woorden van Anton van Duinkerken parafraserend- door niet-katholieken massaal zal worden gejuicht bij een herdenking als deze ligt niet erg voor de hand; zomin als er reden is tot grote ergernis.

mailIcon print |