*

 

Evenwichtige Nederlandse 'Festen' staat op eigen benen

Arend Evenhuis − 13/01/03, 00:00

opinie Zelf wist theatergroep De Ploeg het beter dan wie ook: ,,Dit stuk spelen is vragen om problemen. Maar dat kan dan weer een groot voordeel zijn, want De Ploeg in het nauw maakt rare sprongen!'' Als je na de Dogmafilm 'Festen' van Thomas Vinterberg het durft te verzinnen om diens Deense familliedrama ook nog eens als Nederlandse toneelvoorstelling te ensceneren, moet je van tamelijk onverschrokken huize komen. En zeker als je die Nederlandse 'Festen/Feest' met het levensgevaarlijke begrip 'humor' gaat aanlengen.

Vinterberg filmde zijn 'Festen' met schokkerige handcamera in consequent gejaagde hijgerigheid, vol achterdocht en permanent smeulende agressie. Al in de eerste minuten heb je het Spaans benauwd van de familie die voor de 70ste verjaardag van de heer des huizes feestelijk bijeenkomt. Het feest ontaardt als gaandeweg blijkt dat de vader, met stilzwijgend medeweten van de moeder, zijn kinderen misbruikte, ten gevolge waarvan een dochter zelfmoord pleegt, en de andere kinderen verknipte draaitollen werden. Aan het slot van het feest wordt de vader net niet doodgeschopt, en is voor het eerst geopenbaard dat hij levenslang alle familieleden tot ruïnes vermorzelde.

Valt de toneelversie van 'Festen' te waarderen voor degene die de film niet zag? Ja, en dat is meteen de uitgekiende verdienste van regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen. Hij maakte een volwaardig, op zichzelf staand familiedrama met eigen klank en kleur, zonder ook maar het vermoeden de originele 'Festen' 'even Nederlandstalig over te doen'. Van de Sande Bakhuyzen is vindingrijk en vernuftig tot in de finesse van quasi-onbetekenende tussengrapjes 'naast' de originele 'Festen' gaan staan.

Samen met trefzeker spelende acteurs en cabaretiers benutte hij veel vondsten (haarscherpe dubbelrollen die als per handomdraai 'staan') en hield hij een elegant evenwicht tussen grimmigheid en zotternie. Met entr'actes breken de cabaretiers Peter Heerschop, Viggo Waas en Joep van Deudekom als drie hardnekkig opduikende eendjes Kwik, Kwek & Kwak de opvoerende spanning met gemekker over hun rolverdeling en bemoeien zich onverdroten met regieaanwijzingen. Hoe het gezelschap van negen spelers de benodigde 24 personages moet spelen? ,,Makkelijk: een kwestie van een beetje doorspelen!'' Moet 'de zeurneger' wel door een 'heel betrouwbare Marokkaan' worden vervangen?

Daar doorheen - temidden van efficiënt-feestelijke touwtressen en hanglampen van decorontwerper André Joosten - voeren de echte toneelspelers de beklemming gedreven op, met Saskia Temmink en Ria Marks en 'vanzelfsprekende' vakvrouwen en voor mij Genio de Groot (de moeder) en Han Römer (de oudste broer Christian) op wonderschone hoogte. Han Römer laat in zijn gifgistende Christian zo veel achterwege, dat je hem permanent gebiologeerd volgt. Ook als hij niets zegt en 'niets doet'.

Met de cabareteske humor (van scenariobewerker Peter Heerschop en diens NUHR-gezelschap) is het soms kielekiele maar steeds binnenboord. Niet 1 keer, maar 3 keer knipoogt hij naar het politiepersonage De Cock van Piet Römer (de vader), en laat de woorden 'serveerster', 'kok', en 'Hitchcock' luidkeels spellen, zoals ook inspecteur De Cock dat steevast doet. Meligheid komt haaks op de vereiste grimmigheid te staan, maar die halen elkaar onderling niet onderuit, vullen elkaar zelfs wonderwel aan - dat is welbeschouwd de verdienste van de ganse troupe.

Als slotbeeld laat regisseur Van de Sande Bakhuyzen de gezichten van zoon Christian en zijn geliefde, de serveerster Pia, even verstild oplichten. Je gelooft het amper, maar er gloort na zo'n doorwaakte dronkemansnacht vol asgrauwe verstiktheid toch nog een glimp hoop, zelfs liefde.

mailIcon print |