opinie ,,Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in.'' De bemanning van de haringlogger 'Noordster' staat aan dek in het grijze niets van de Doggersbank. Zachtjes prevelen zij de woorden mee met de zang van de gemeente in de kerk van hun vissersdorp, die in hun oren klinkt en dankzij de geluidsinstallatie ook in die van ons, de toeschouwers. Ze hebben, opgezweept door de woorden van visser Arend Falkenier, de bazuin gehoord en aan de nevelige einder in vuur en zwavel het beest uit de zee zien opdoemen. Nu wachten zij op het witte schip dat hen naar het nieuwe Jeruzalem zal voeren en hen zal verenigen met hun geliefden in dat dorp achter de duinen dat volgens Arend van de aardbodem is verdwenen.
Willem is de eerste die gaat twijfelen. Was die bazuin niet de kreet van een stormmeeuw, en dat vuur het oplichten van de zon achter de wolken? Zijn twijfel zal zijn dood worden: Arend meent dat Willem het merkteken van het beest heeft ontvangen en over de reling gekieperd moet worden. Zo begint zich de catastrofe te voltrekken in het stuk 'Waanzee' van schrijver Robert Haasnoot, die eerder in de gelijknamige roman de waargebeurde geschiedenis verhaalde uit 1915, zich afspelend in het milieu van het bevindelijk gereformeerde dorp Katwijk en door hem verplaatst naar een imaginair 'Zeewijk', omdat deze tragedie van godsdienstwaanzin nog steeds een niet geheelde wond is.
De voorstelling wordt gespeeld door het Onafhankelijk Toneel, dat wil zeggen door de Marokkaanse groep Tensift uit Marrakech, in het Arabisch met Nederlandse boventiteling. Voor regisseur Gerrit Timmers is dit zijn vijfde voorstelling met Marokkaanse acteurs. Voor Timmers' inzet Marokkaans theater te laten participeren in het toneelbestel, kun je alleen maar grote bewondering hebben, al liet het publiek het op de première wel afweten doordat het opvallend weinig gekleurd was. Maar dat deed niet af aan het succes van de running gag dat sommige zinnetjes, zoals 'Heere zegen deze spijs' als de bemanning zich aan de hutspot zette, onvertaald bleven en onveranderlijk voor hilariteit zorgden.
Toch heb ik de voorstelling met gemengde gevoelens bekeken. Daarvoor zijn twee redenen. De eerste is dat Timmers vorige week in deze krant een relatie legde tussen protestants fundamentalisme en de islam. Ik kreeg de indruk dat deze visie doorwerkte in de voorstelling: de manier waarop deze Marokkaanse Arend zijn scheepsgezellen laat executeren en waarop de schipper en de anderen hem daarin volgen, vond ik niet geloofwaardig. Dit was Al-Kaida tegen Allah's tegenstanders, niet de zware strijd in de schaduwen des doods (met de vreselijkste gevolgen, dat natuurlijk wel) van piƫtistische bevindelijken onder de straffende hand van de Almachtige. Alleen het moment waarop de gemeentezang uit de luidsprekers, slepend en op hele tonen, varensgast Gerrit voorhoudt: 'De Heer zal opstaan tot den strijd, Hij zal zijn haters, wijd en zijd, Verjaagd, verstrooid doen zuchten', klonk er voor mij iets van een authentieke dreiging.
De tweede reden is simpelweg de technische kloof tussen Nederland en Marokko. Het spel van de groep valt in de klasse 'verdienstelijk amateurtoneel', en hoe vervelend dat ook is, daar kan ik echt niets aan af doen. Ik vind ook niet dat je zo'n opmerking als arrogantie van een verwende theatercriticus mag wegzetten. Toneelgroep Tensift heeft het recht als zij hier komt spelen, en zeker als het niet de eerste keer is, naar de (zware) normen die hier gelden te worden beoordeeld, hoe charmant ook Saadia Ladib en Houda Rihani hun ogen ten hemel kunnen slaan, en hoe ontwapenend ook Mahjoub Benmoussa, Hassan Hammouche, Youssef Ait Mansour en Mohammed El Quaradi op niet-klossend gemaakte klompen stoere vissersbonken op de overdeks doormidden gezaagde kotter van Timmers staan te wezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.