*

 

Het voorgevoel van een razende eeuw

Anthony Fiumara − 22/12/03, 00:00

recensie In het concert met louter Duitse 'Exilkomponisten' dat het Concertgebouworkest vrijdag speelde, werd de naam van Schulhoff prominent uitvergroot op de posters in de hoofdstad. Dirigent Gerd Albrecht brak een lans voor de in 1942 omgebrachte en daarna voor lange tijd vergeten joodse componist. En hij bracht een wereldpremière mee.

Over posters gesproken: het tentoonstellingsaffiche 'Entartete Musik' (ontaarde, gedegenereerde muziek) uit 1938, vrijdag weer eens afgedrukt in het programmaboek, vatte de muzikale antipathieën van de nazi's wrang samen: een zwarte jazzsaxofonist met een jodenster op zijn revers tegen een communistisch rode achtergrond. De nazi's wensten geen muziek van joodse componisten meer, geen 'Niggerjazz' en al helemaal geen bolsjewistische twaalftoonswerken. De kunstenaars die onder één van deze categorieën vielen, kwamen op een zwarte lijst, werden gedeporteerd en in een groot aantal gevallen vermoord.

Dat wrede lot was ook Erwin Schulhoff beschoren, een eclectisch componist wiens muziek de laatste jaren (mede dankzij voorvechters als de Nederlander Werner Herbers en zijn Ebony Band) kan rekenen op een groeiende publieke belangstelling. Begrijpelijk, want zijn Tweede symfonie uit 1932 klonk vrijdag lekker licht en luchtig onder de Duitse dirigent Ger Albrecht: een swingende Mozart met een banjo in de orkestgelederen, die het publiek in de grote zaal deed meehupsen op de stoelen.

In het naoorlogse Duitsland werd Schulhoffs muziek nog steeds genegeerd door een nieuw muzikaal dogma, dat er tevens voor zorgde dat een componist als Hans Werner Henze voorgoed vertrok naar Italië. Net zoals Schulhoff is Henze iemand die alles gebruikt dat hij op zijn weg vindt, om er vervolgens zijn eigen dromen mee vorm te geven.

Zo vlak na de oorlog sloot Henze, die zijn wortels diep in de Duitse romantische traditie heeft, helemaal niet aan bij het koele modernisme van zijn collega's. Maar uiteindelijk had hij een lange adem. Dat hoorde je vrijdag in het vroege orkestwerk 'Vokaltuch der Kammersüngerin Rosa Silber', dat de inmiddels 77-jarige componist baseerde op het al even kleurig geschakeerde doek van Paul Klee (wiens kunst destijds overigens ook als 'entartet' werd beschouwd).

Interessanter was de wereldpremière van 'Appassionatamente plus', een uitbreiding van de operasuite die afgelopen maand nog bij het Noord Nederlands Orkest in het Henze Fesltival klonk. Henze had het orgastische orkestwerk (met 10 percussionisten!) voorzien van wat verstilde en lyrische contrasten. Uit compositorisch oogpunt was dat misschien beter, maar het opwindende extremisme van de oorspronkelijke versie was nu wel een beetje naar de achtergrond verdwenen.

Aan het prachtig vol klinkende orkest lag dat allemaal niet. Dat bleek wel uit de 'Fünf Orchesterstücke' van Arnold Schönberg die Gerd Albrecht in één bewogen gebaar wist neer te zetten. Onder het Concertgebouworkest klonk Schönbergs orkest-icoon uit 1909 verbazingwekkend actueel. Het deel 'Farben' werd uitgevoerd zoals het bedoeld was, onmerkbaar verglijdende orkestkleuren op een okeren fond. Het deel 'Vorgefühle' klonk als de angstige beklemming die soms je keel kan dichtknijpen, Schönbergs voorgevoel van een razende eeuw die hem uiteindelijk uit zijn eigen land zou verjagen.

mailIcon print |