recensie Optreden is de essentie, zegt Henk Hofstede (52), al dertig jaar muzikaal leider van de Nederlandse band de Nits. ,,Wij zijn altijd een spelende band geweest. Daarmee verdienen we ons geld. We maken albums en houden van de studio als grenzeloos laboratorium, maar optredens wegen het zwaarst en houden ons gaande.''
Bijna alle theaters en popzalen in Nederland kent de band inmiddels, maar Theater Het Kruispunt in Barendrecht is onvindbaar. Sterker nog, Nits-drummer Rob Kloet en Henk Hofstede kunnen heel Barendrecht niet vinden, en dwalen langs de Rotterdamse haven, over industrieterreinen en door woonwijken die ze liever nooit gezien hadden.
Eenmaal in Het Kruispunt zijn de plastic bijzetstoeltjes gevuld met dertigplussers, die onder het applaudiseren netjes blijven zitten en in de pauze in de rij staan voor een kopje koffie. In het buitenland wachten volgend jaar weer de rockzalen, maar Nederland heeft zo'n waanzinnig theatercircuit dat je dat moet uitbuiten, zegt Hofstede. Op zo'n tournee merken ze hoe dichtbij de provincie is. En dat hun trouwe publiek ouder wordt, net als de band zelf.
Lichamelijk ouder worden is niet erg, zegt Hofstede, twee dagen later in Amsterdam. Maar innerlijk vergrijzen zou een drama zijn. ,,Ondragelijk. Soms gebeurt dat in je omgeving. Toen ik na de Rietveld de opleiding tot tekenleraar volgde, voelden alle studenten zich daar schilders. We waren geen tekenleraren maar kunstenaars. Veel van mijn schoolgenoten zijn toch in het onderwijs terechtgekomen en als je ze nu tegenkomt, stralen ze uit dat er niks meer is. Uitgedroomd en teleurgesteld kopen ze ter compensatie een huis in Frankrijk, om daar te aquareleren. Gelukkig had ik de band en niet het Spinozalyceum. En gelukkig is de band zelf nooit een bureaucratie geworden. Zodra onderlinge afspraken het belangrijkst worden, moet je meteen stoppen.''
Voor een Nederlandse band valt het niet mee de gezapigheid te ontlopen. ,,Collega Thé Lau vertelde laatst over punkbandjes van wie hij de muziek produceerde. Woeste jongens, maar bij hen thuis heerste een totaal burgerlijke atmosfeer van kleine afspraakjes. Dat begreep hij nooit goed. Maar je ziet het bij veel collega's. Alleen de Nederlandse bands die in Amerika hebben getoerd, zoals de Golden Earring, kennen het krankzinnige leven van de rock-'n-roll. Verder zit het er bij ons gewoon niet zo in.''
Sturm und Drang is er genoeg. Ook de talenten op de Tilburgse Rock Academie waar Hofstede lesgeeft bruizen van ambitie. ,,Maar zo gauw een band zich organiseert, krijg je de benepenheid, de lulligheid, de afspraakjes, de onderlinge zorgen, de verhoudingen, de relaties. Dan komt er een kleinheid in die je conservatisme kan noemen.''
Daarnaast zijn muzikanten van zichzelf al erg behoudend. ,,Ze verkennen één vaardigheid en verdiepen zich verder niet. Het liefst willen ze een geweldige gitarist worden. Ik heb niks tegen goede gitaristen, maar ze breken maar zelden de popmuziek open. Ik probeer op z'n minst niet jaar in jaar uit vast te zitten in dezelfde dingen.'' Dat mag ook niet in een tijd waarin pop alle kanten opgaat, soms richting moderne muziek, en steeds minder eenduidig te definiëren is, zegt Hofstede. ,,Dat komt ook door de techniek: je kunt thuis met een computer een heel universum scheppen.'' Dat biedt toch mogelijkheden, zou je zeggen.
In dertig jaar hebben de Nits verschillende muzikale gedaantes aangenomen. Ze kwamen samen in 1974 en plaatsten zichzelf met het debuutalbum 'The Nits' in 1978 in de new wave. Vanaf 1981 verrijkte toetsenist Robert-Jan Stips het bandgeluid met een wereld aan gesampelde klanken. Met 'In the Dutch Mountains' (1987) kwam het verkoopsucces, maar op 'Giant Little Dwarf' (1990) sloeg de band muzikaal alweer een andere richting in, terwijl 'Ting' (1992) experimenteel was door de combinatie van piano's en klassiek slagwerk.
Een markeringspunt was het vertrek van Robert-Jan Stips in 1996. Hij wilde niet langer achter het zeil maar in de wind staan, en ging zijn eigen weg. Sindsdien maakte het album 'Wool' (2000) indruk, een melodische en afgewerkte plaat, bijgeschaafd totdat de balans goed was. De cd '1974' werd dit jaar weer samen met Stips opgenomen. Hij klinkt ruwer dan 'Wool'. ,,Stekelig, grillig en onaf. De plaat vertelt iets over hoe we nu bij elkaar zitten. Een verzameling rafelige dingen die in elkaar vasthaken. We zochten geen comfort. In onze samenleving is al zoveel kant-en-klaar.''
De ingetogenheid en melancholie die altijd aan de Nits worden toegeschreven zijn verder weg, al kon Hofstede zich ook al nooit echt vinden in die omschrijving. Net als in de opmerking dat de Nits de Nederlandse identiteit zo goed in het Engels verwoordt en verklankt. Wel is het Engels inderdaad een vaste waarde. Eind jaren tachtig was Hofstede anti-Nederlands, in reactie op de veelgehoorde oproep in je moerstaal te zingen. ,,Engels hoorde bij popmuziek zoals Italiaans de juiste kleur heeft voor opera, besloot ik toen. En veel Nederlandse dingen waren bovendien belabberd. Toontje Lager was geen popmuziek maar iets schlagerachtigs gemoderniseerd met drumstel. Pas later steeg het niveau van Nederlandstalige pop en voelde ik er iets bij.''
In de zomer verscheen zijn eerste Nederlandstalige soloplaat, het muzikale vervolg op de videoinstallatie 'The Portable House' die Hofstede in 2001 maakte voor de Biennale van Lyon. Uitgangspunt was het huis waar hij van 1988 tot onlangs woonde met zijn gezin. Tekstueel zit de cd 'Het draagbare huis' vol licht, ijs, inkt en herinneringen, de muziek is ingetogen. De opnames scheerden vlak langs die van '1974'. Werd '1974' bepaald door de terugkeer van Stips, voor 'Het Draagbare Huis' zocht Hofstede de stilte.
,,Ik wilde thuis een plaat maken met piano en stem. Drumstel en percussie zetten vaak een geraamte neer. Pas als je dat weglaat, hou je het iets kwetsbaars over. Veel muzikanten willen zo kaal niet gehoord worden. Al een paar jaar probeer ik Frank Boeijen een album te laten maken met alleen gitaar en stem, en dan door mij geproduceerd. Als hij zich beperkt, ook in zijn stemgebruik, dan komt het goed. Ik hoop hem binnenkort te overtuigen.''
Het lukte Hofstede niet zijn eigen album alleen af te maken, op het laatst kreeg hij hulp van bevriende muzikanten. Wel gaat hij volgend jaar solo de zalen in. ,,Alleen heb je veel vrijheid. En ben je eenzaam. Maar niet echt, want ik heb de liedjes en het publiek, hopelijk.''
Een bevriende virtuoze solodrummer, Fritz Hauser uit Basel gaf ergens een optreden. Hij zette alles klaar, kleedde zich om, concentreerde zich en kwam om acht uur het podium op. Er zat niemand in de zaal. Onverstoorbaar werkte hij toch zijn programma af, inclusief de pauze. Hofstede zou hetzelfde gedaan hebben, zegt hij. ,,Dat heeft te maken met de dame bij de kassa of de garderobe, de technicus en je aanloop naar zo'n concert toe. Het is een ritueel dat je moet afronden, omdat anders die dag in stukken breekt.''
De Nits hebben over publiek niet te klagen, maar Hofstede heeft wel eens voor vier man gespeeld, aan het begin van een Duitse tournee. ,,Na het concert ga je dan samen iets drinken, dat is ook bijzonder. Maar als je voor helemaal niemand speelt, dan moet je je afsluiten.''
Het overkomt de beste, ook rapper Rudeboy, die nog altijd een grote naam heeft als voormalig voorman van de Urban Dance Squad, speelt nu voor achttien man met zijn nieuwe formatie League of XO Gentlemen. ,,Ik sprak net de drumster, Maartje, die ik ken van de Rock Academie, en ze klonk zo teleurgesteld. Ik begrijp het ook niet: Rudeboy moet toch een groter publiek hebben. Ik zei haar: Ga naar Frankrijk, Duitsland, Zwitserland. Veel Europese steden zijn op rijafstand. Zet je tanden erin en laat zo de teleurstelling achter je. Er is nog zoveel te bespelen.''
'Het Draagbare Huis' en '1974' zijn verschenen bij Pias. De tourdata van de Nits staan op www.nits.nl.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.