*

 

Uit de verdomhoek

A.Th. van Deursen. − 01/11/03, 00:00

recensie Het is een dagelijks wonder, dat de joden nog altijd hun eigen geschiedenis hebben. De meeste volken uit het Oude Testament schijnen totaal van de aardbodem verdwenen: nergens nog een Moabiet, een Amalekiet of een Filistijn. Maar de joden slaagden er in zich te handhaven zonder land, zonder overkoepelende organisatie, verspreid onder alle naties, bijeengehouden door hun afkomst en hun geloof.

Het blijft een fascinerende vraag, hoe dit kon, en dan dikwijls nog onder zware vervolging. De jood was de permanente allochtoon, de vreemdeling die niet eens mócht inburgeren, gedoemd tot een marginaal bestaan.

Toch geeft zijn geschiedenis ook andere beelden te zien. Op die keerzijde valt de nadruk in het boek van Jonathan Israel over twee eeuwen joodse geschiedenis in Europa, van 1550 tot 1750. Nederlandse lezers zullen Israel vooral kennen van het eerder vertaalde 'De Republiek 1477-1806'. Dit boek is ouder, maar later vertaald, en het is weer een typisch Israel-boek.

Dat wil allereerst zeggen dat het blijk geeft van grote belezenheid en een vaste greep op de stof. Israel verstaat de kunst zijn feiten te ordenen rondom duidelijke hoofdpunten, die structuur geven aan het verhaal. Zuinig met die feiten is hij niet, en dat leidt meer dan eens tot een wat vermoeiende opsommerigheid. Moeten we echt weten, dat het Poolse Opatów de zetel van het provinciale opperrabinaat is geweest, tenminste gedurende twee korte periodes?

Om een antwoord op zo'n kritische vraag zal Israel echter niet verlegen zitten. Want dat zou ik het tweede kenmerk van een typisch Israel-boek willen noemen. De auteur heeft over alle zaken een eigen opinie, en als die afwijkt van de gangbare mening, zoveel te beter. Ook in een overzichtswerk als dit zet hij niet de dingen eenvoudig bij elkaar, maar ontwikkelt een visie.

Israel laat in 1570 een nieuwe periode beginnen, die in het lot van de joden grote veranderingen bracht. Ze werden niet langer vervolgd, verdreven of onder dwang bekeerd. Verschillende oude beperkingen werden opgeheven. Daardoor kregen zij vooral in de jaren 1650-1713 op het niet-joodse deel van de samenleving een grotere invloed dan ze ooit bezeten hadden, terwijl zij toch hun interne sociale en culturele samenhang behielden.

Die combinatie maakt deze periode uniek. Na 1750 is het joodse aandeel in het economische, culturele en op den duur ook politieke leven groter geworden, maar tegelijk verzwakt dan die interne samenhang. In de zeventiende eeuw daarentegen blijven de joden volop joods, en toch neemt hun algemene betekenis toe.

Vanwaar deze veranderingen? Israels verklaring is tweeledig. Allereerst is er de crisis van het christendom, veroorzaakt door de botsing tussen Rome en Reformatie. Toen omstreeks 1570 duidelijk begon te worden dat de eenheid van de kerk definitief gebroken was en dat die breuk geleid had tot een reeks van godsdienstoorlogen, maakte zich van veel intellectuelen een radicaal scepticisme meester, dat hen afkerig maakte van dogmatiek en goddelijke openbaring. Het is dán dat zich de eerste tekenen vertonen van de terugtocht van het christendom, die zich sindsdien onverbiddelijk heeft voortgezet.

Met Montaigne, Bodin, Lipsius en Bacon begint het moderne geseculariseerde denken, dat streeft naar een vrijere, flexibele samenleving. In directe samenhang daarmee is er ten tweede de opkomst van het zogenaamde mercantilisme. Daarmee wordt bedoeld dat de staat met alle middelen zijn eigen economisch belang najaagt, zonder zich te bekommeren om wet, traditie of religie.

In zo'n geseculariseerde, primair economisch georiënteerde samenleving kan de jood een volwaardige plaats innemen. De joden treden de Europese cultuur binnen, niet als een verzameling ontwortelde individuen, maar als een stevig aaneengesloten groep.

Dat is belangrijk, omdat de vervolgingen van de vijftiende en zestiende eeuw de joden over heel Europa verspreid hadden. Dankzij hun hechte samenhang konden zij hun oude netwerken in stand houden, en juist door de verstrooiing namen die in betekenis toe. De joodse koopman in Amsterdam kon met zijn internationale contacten een nieuwe impuls geven aan het handelsverkeer, en zo een gewaardeerde stadgenoot worden van zijn christelijke collega.

Israels beschrijving van het joodse leven in deze periode is overtuigend. De moeilijkheid ligt in de verklaring. Sceptici waren er ongetwijfeld in de laatste decennia van de zestiende eeuw. Niettemin lijkt hier de invloed van die kleine schare voortrekkers nogal overschat, als wij haar voor zulke indrukwekkende veranderingen verantwoordelijk maken. Een boek dus dat tot tegenspraak prikkelt, maar dat komt in de tweede plaats. Het stimulerende en vernieuwende houdt de overhand.

mailIcon print |